Het grote gebod

Maarten 't Harts maandelijkse rubriek over De Bijbel in het CS van 5-3-99 over het `grote gebod' (`Gij zult den Here, uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dat is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.' Mattheüs 22 :37,38) roept twee reacties bij mij op:

1. Met de uitspraak van Jezus `heb uw vijanden lief' wordt mijns inziens bedoeld dat we er geen vijanden op na moeten houden; ook je zogenaamde `vijand' is een medemens, een naaste.

2. De passage `elk verstandig mens die zichzelf een beetje kent (en dus veracht)' is precies een vertolking van de calvinistische (of algemeen christelijke?) gedachte dat we allen `ellendige zondaars' zijn, `en verbeeld je maar niet dat jij dat niet bent'. Dit is nu juist de essentie van het kruisigen van de Christus, het zuivere in ons.