Hees bezingen de vrouwen de woestijn

De strijd van de nomaden uit de Sahara heeft een nieuwe muziekstijl opgeleverd.

`De Sahara is Allah's eigen tuin' menen de Saharawi. Maar de Westelijke Sahara, een enorme lap land met enkel zand en stenen die ingeklemd ligt tussen Marokko, Algerije en Mauretanië, is allesbehalve een rustig wandelpark. `Allah's eigen tuin' is al eeuwen de inzet van conflicten tussen de oorspronkelijke nomadische bewoners en buitenlandse invasielegers.

Omdat er aanleiding bestaat om te hopen dat daar binnen afzienbare tijd een einde aan komt, brengt het Spaanse platenlabel Nubenegra een box uit met drie cd's met een muzikaal portret van deze uithoek van Afrika, waar al meer dan een kwart eeuw een vergeten oorlog woedt.

In de Middeleeuwen gold de Westelijke Sahara als de achtertuin van de toentertijd zeer machtige Marokkaanse sultans. Spanje bezette het gebied in 1884. Hoewel de Spaanse leider Franco nog lang heeft vastgehouden aan `zijn deel van West-Afrika', moesten de Spanjaarden 27 jaar later onder druk van het Internationale Gerechtshof in Den Haag toch het veld ruimen. De kolonisator werd gesommeerd een referendum te houden over de oprichting van een onafhankelijke staat. Zover is het nooit gekomen. De Westelijke Sahara werd uitgeleverd aan de buurlanden Mauretanië en Marokko en deze landen verdeelden het gebied, waarvan ondertussen bekend was geworden dat het kan beschikken over de grootste fosforvoorraden ter wereld.

De Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging Polisario wist de zuiderburen na vier jaar guerilla-oorlog het land uit te werken, maar Marokko bleek een vasthoudender tegenstander. Door toedoen van de VN lijkt nu dan het al in de jaren zeventig beloofde referendum eindelijk dit jaar plaats te vinden.

De geluidstechnici van Nubenegra startten hun muzikale zoektocht in de Algerijnse woestijnstad Tindouf, waar de meerderheid van de half miljoen oorspronkelijke Saharawi woont in tentenkampen. Onder moeizame omstandigheden, zoals zandstormen, ongedierte en gebrekkige elektriciteitsvoorzieningen, slaagden ze erin opnames te maken van voornamelijk traditionele Haoul-muziek. Bij het horen van de glasheldere opnames is het bijna niet te geloven dat zij op sommige ogenblikken hun apparatuur aan de gang hielden met behulp van een oude accu, een afgedankte zonnecel en een handjevol kabels.

Aangezien de vluchtelingenkampen voor het grootste deel bevolkt worden door vrouwen en kinderen - de mannen bevinden zich merendeels op geheime bases van Polisario - weerspiegelen de opnames van de eerste cd van de box voornamelijk de vrouwelijke belevingswereld. In de afwisselend schril, hees en bijna fluisterend gezongen teksten klinken vooral de weemoed van een bestaan in ballingschap, het verlangen naar het vaderland en de, vaak in religieuze termen gevatte, hoop op een betere toekomst door. Zangeres Naha Selec vertolkt deze gevoelens in het met barokke stembuigingen gezongen titellied van de cd, A pesar de las heridas: ,,Ondanks alle wonden, mijn hart, laat ons één of twee keer terugdenken aan die herinneringen. Oh God, hoe moeilijk is de scheiding! Wanneer zullen wij terugkeren?''

De meeste nummers op de eerste cd zijn arrangementen van traditionele Saharawi composities, sober van opzet en van een bijna transparante schoonheid. De minimale begeleiding van de vaak doorleefde en zeer krachtige vrouwenstemmen bestaat uit handgeklap, een t'bal en een tidinit of gitaar. De t'bal, die als typisch vrouweninstrument wordt gezien, is een kleine handdrum met een diep, dof geluid waarmee het tempo van het lied wordt bepaald. De handklap valt direct na de maat zodat een licht gejaagd, stuwend ritme ontstaat. De tidinit, een uit één stuk hout gesneden viersnarig tokkelinstrument, en zijn moderne vervanger de (elektrische) gitaar wordt alleen door mannen bespeeld. Krullerige accenten en bijna huilerige uithalen typeren hun spel. De resonerende klankkasten zorgen voor een constante basistoon die onder de melodielijn zweeft. Dit licht nasale geluid verleent extra diepte aan de hese klanken van van de Saharawi vrouwen die zingen in het Hassanija, een taal die aan het klassiek Arabisch verwant is.

Dat deze vrouwen naast hun sekse-gebonden rol als bewakers en overbrengers van tradities inmiddels een andere sociale status hebben gekregen, wordt duidelijk uit de titels en teksten van veel liederen. Hamoud Abeid bezigt in Resistiendo (Verzet) taal die voorheen gereserveerd was voor mannen: ,,Wij zullen ons heftig blijven verzetten, we worden voortgedreven door onze moed.'' Haar collega Naha Salec bezingt in La militante de actieve vrouwelijke leden van Polisario en ook andere zangeressen schuwen dramatische beschrijvingen van de bloederige maar heldhaftige strijd voor het vaderland niet.

Polisario maakt effectief gebruik van de traditionele Haoul-muziek om haar propaganda te verspreiden. In een land dat tot voor kort voor 95 procent niet gealfabetiseerd was, is het gezongen woord belangrijk. Ook de jongeren die vaak in het buitenland opleidingen hebben gevolgd, worden via de muziek doordrongen van hunnationale identiteit, die voor de voorheen in stamverband levende nomaden minder vanzelfsprekend is.

Deze jongeren hebben in Cuba, Spanje en Libië andere muzikale invloeden opgedaan, die steeds meer met de oorspronkelijke melodieën en ritmes vermengd raken. Tel daarbij op de invloeden van vluchtelingen uit Mali en Mauretanië, die zich in grote getalen in Tindouf vestigen, de Marokkaanse bezettingsmacht in de Westelijke Sahara en de kleine maar vanaf 1991 constant aanwezige VN-vredesmacht en het is duidelijk dat van traditionele muziek nauwelijks meer gesproken kan worden. De kruisbestuivingen uiten zich het duidelijkst in de instrumentkeuze op de tweede cd van de box. De traditionele t'bal en tidinit worden hier gecomplementeerd door keyboards, akoestische gitaren en hier en daar zelfs een saxofoon of accordeon.

Niet alleen de keuze van de instrumenten, ook de muziekstijl is door die contacten met de buitenwereld veranderd. De composities op Sáhara, tierra mía, die zijn opgenomen in verschillende plaatsen in de Westelijke Sahara, doen denken aan opgewonden Raï-ritmes uit Noord-Afrika, vrolijke Highlife uit equatoriaal Afrika en een curieuze Arabische versie van reggae. De rafelige Haoul-zang is ingebed in breed uitwaaierende instrumentaties waardoor het intieme, breekbare stemgeluid bijna verdrinkt in vloeiende melodielijnen en opgewekte ritmes. Sommige nummers ademen nog de zangerigheid van de van stembuigingen doortrokken traditionele Arabische liederen, maar het merendeel van de opnames leunt dicht tegen de makkelijke, rechtlijnige swing en het hoge meezinggehalte van westerse popmuziek. De teksten, meestal van jonge lokale dichters, handelen onveranderlijk over oorlog, eer en hoop maar zijn een stuk concreter dan die van A pesar de las heridas. In het openingsnummer wordt zelfs op zeer beeldende wijze een aanval op de Marokkanen verwoord, compleet met nachtelijk afweergeschut en dreunend artillerievuur.

De lofzang op de onafhankelijkheidsstrijd vindt zijn hoogtepunt op de laatste cd uit de set. Hier komen traditionele vorm en actuele inhoud bij elkaar. Omlijst door tijdloze Haoul-klanken wordt het aantal vernietigde Marokkaanse tanks opgesomd, de socialistische ideologie van Polisario uit de doeken gedaan en de exemplarische martelaren van het vaderland geëerd. Deze `revolutionaire opera', die al eens in 1982 werd uitgebracht, heeft weinig aan kracht ingeboet. De strikt volgens klassieke regels uitgevoerde begeleiding herinnert aan de sterke muzikale tradities van de regio. De teksten zijn nog even geldig als zeventien jaar geleden. Met het referendum in het verschiet brengen zij de reden voor meer dan vijfentwintig jaar strijd in herinnering: ,,Het land van As-Saqai-al-Hamra is gastvrij,/ het strekt zich zeker uit/ van Mahbas tot Awserd/ en van daaruit tot aan de beroemde grenzen.''

Sahrauis, The music of the Western Sahara. Nubenegra, INT 3252 2. (Distributie: Intuition Music & Media)

Sommige nummers zijn Arabisch zangerig, veel swingen als westerse pop