Europa heeft behoefte aan grondwet

Tien jaar geleden was ons werelddeel verdeeld en stond het grootste stuk onder Sovjet-heerschappij. De westelijke helft had een welomschreven taak: de democratische waarden op Europees grondgebied beschermen. Nu hoort de Koude Oorlog tot het verleden en alles lijkt ingewikkelder en minder heroïsch dan voorheen, al zijn in de jaren '90 zeker belangrijke vorderingen gemaakt op weg naar een verenigd Europa.

In de tien jaar sinds de val van het communisme zijn de Europese gemeenschappen overgegaan in de Europese Unie, waarin verscheidene lidstaten samen één munt hebben. Dit alles is van belang, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit een treinreis is die is begonnen in een andere tijd onder andere omstandigheden, en dat de trein doorrijdt op eigen vaart en niet onder de stoom van een nieuw elan. Misschien lijkt de EU daarom vaak een kwestie van procedures en bureaucratie, een instantie waar maar één ding telt: de economische gevolgen van de integratie voor beperkte groepen mensen.

Europa is echter ondanks alle variatie binnen zijn grenzen altijd één politieke grootheid geweest. De dynamische, voortdurend veranderende Europese orde, hetzij verlicht hetzij donker, is tot nu toe altijd gegrondvest geweest op macht: de sterken legden de orde op die hun het best uitkwam. Toen het IJzeren Gordijn was opengeschoven, kreeg Europa de historisch unieke kans: een kans om een werkelijk rechtvaardige orde te scheppen, een die de wil van alle volkeren, gemeenschappen en individuen weerspiegelde, niet gegrondvest op geweld maar op gelijkheid. Hoe lang deze nieuwe Europese orde duurt, zal ervan afhangen of ze intern open is. Een open Europa kan alleen worden bestendigd als iedereen eraan mag deelnemen. Nieuwe kandidaten moeten natuurlijk aan algemeen geldige eisen voldoen. Is dat echter eenmaal geschied, dan mag niets hun toetreding meer in de weg staan. Wanneer blijkt dat er met twee maten wordt gemeten, zal Europa weer uiteen gaan vallen. De nieuwe verdeeldheid zal dan reden tot nieuwe vrees zijn, en wel een serieuzer vrees dan thans wordt ingegeven door de onervarenheid of onbeholpenheid van de postcommunistische democratieën.

Een Europese Unie die die naam wil verdienen en zichzelf niet buitenspel wil zetten of nieuwe catastrofes in Europa wil riskeren, zal gebruik moeten maken van de enige rationele keus die haar gegeven is: een ware unie van Europese landen te worden. Van álle Europese landen. Verder moet de openheid op zo'n manier worden verankerd dat de bevolking zich met de Unie verbonden zal voelen, anders zal de Unie slechts worden beschouwd als een ingewikkelde bestuurlijke organisatie, een onderneming die alleen een bijzondere kaste van Euro-specialisten kan doorgronden. Dus wil de Unie dichter tot de burger komen, dan moet ze een inspirerend initiatief nemen: het opstellen van een hoofdwet voor de Unie. Een algemeen begrijpelijke grondwet, met een niet te misvatten preambule die doelstelling en kernwaarden van de Unie omschrijft, en waarin de centrale organen van de Unie, hun bevoegdheden en onderlinge betrekkingen worden gedefinieerd, is van essentieel belang voor het ontstaan van brede instemming en steun onder de bevolking.

Het zal niet nodig zijn om met al te veel nieuwigheden te komen; het volstaat de belangrijkste waarden die de Unie huldigt te destilleren uit de vele honderden bladzijden aan bestaande documenten en ze te consolideren in één samenhangend geheel. Alle andere EU-documenten blijven natuurlijk geldig als normale wetten of normen, maar die behoeven geen verplichte leesstof voor Europese schoolkinderen te worden, de grondwet wél. Alle kinderen van Europa moeten weten wat het wezen van de Unie is.

Ik heb geen idee wat leraren in de lidstaten hun leerlingen over de Unie leren, maar dat het de verdragen van Rome, Maastricht of Amsterdam zijn betwijfel ik. Deden ze dat wel, dan zouden de kinderen het hele jaar niets anders doen dan geamendeerde artikelen uit het ene verdrag vergelijken met de originelen uit een vorig verdrag, of zelfs met geamendeerde artikelen uit een nog ouder verdrag. Wat de instituties van de Unie betreft, ik denk persoonlijk dat de situatie vroeg of laat een tweekamerstelsel noodzakelijk zal maken, zoals in de meeste federaties. Naast het bestaande Europese Parlement, dat in zijn samenstelling de omvang van de lidstaten weerspiegelt, zal er waarschijnlijk een kleiner lichaam komen, niet rechtstreeks verkozen maar gedelegeerd door de parlementen van lidstaten – zeg twee vertegenwoordigers namens elk der nationale parlementen. In zo'n kamer zouden kleine en grote staten evenveel stemrecht hebben, waarbij de bevoegdheden van elk gremium in de grondwet zou zijn vastgelegd.

Zo'n stelsel zou tal van actuele problemen oplossen, zoals de kwestie van de vertegenwoordiging van landen in de Europese Commissie. Als executieve behoeft de Commissie niet strikt volgens een bepaald patroon te zijn samengesteld, en niet alle landen zullen erin vertegenwoordigd hoeven zijn – zeker na uitbreiding van de Unie. De belangen en opinies van de individuele landen zouden dan in voldoende mate vertegenwoordigd zijn in de ministerraad en een eventuele Tweede Kamer van het Europese Parlement.

Het vergroten van democratie en openheid binnen de Unie kan het best gebeuren door voortdurende verdieping van de parlementaire en federale functies van de Unie, en niet door nog meer internationale verdragen, instellingen en instanties opgericht ingevolge diverse overeenkomsten. Het is wellicht een verrassing, maar ik ben ervan overtuigd dat wat ik hier aanbeveel individuele naties meer gelegenheid biedt om hun wil en identiteit tot gelding te brengen. De alternatieve weg leidt slechts tot een wildgroei aan ongecontroleerde, ondemocratische bureaucratieën. Een gemeenschappelijke beginselverklaring of statuut of zelfs een grondwet met een deugdelijke preambule zou er naar mijn mening beduidend toe bijdragen dat iedere Europeaan de diepere betekenis achter de Europese eenwording gaat beseffen.

Pas als de aard van hun loyaliteit duidelijk is zullen de mensen de offers begrijpen die ze moeten brengen om het ware doel van de Unie te verwezenlijken.

Václav Havel is president van de Tsjechische Republiek.

© Project Syndicate.