Een T-shirt, dat begrijpt iedereen

Voor schilder Roy Villevoye is contact leggen kunst. Het leidde hem naar een postmoderne variant op het pointillisme

,,Ik wil de wereld in ik wil delen met anderen. Ik zie mijn werk als poëtische non-fictie; het gaat over de wereld tegemoettreden met een niet-vooringenomen standpunt. Ik gebruik kunst om andere mensen te ontmoeten. Dat is voor mij het plezier van het leven.''Roy Villevoye (Maastricht, 1960) is een vrij kleine, gespierde man met kort geschoren haar en heldere, lichtbruine ogen. Ik spreek hem in zijn atelier. Achter mij staan vijf levensgrote voorouderbeelden die de kunstenaar uit Irian Jaya over heeft laten komen. Ze dragen rokken van palmbladeren, hun lijf bestaat uit kunstig gevlochten vezel van boomschors, op hun hoofden dragen ze kleurige veren versierde schildpad-schilden van hout, en hun wijdopen ogen en monden zijn afgezet met `Jobstranen', glanzende grijze zaden. Het hele atelier ruikt naar vochtige aarde en regen. Later in ons gesprek zal plotseling een van de poppen, precies op het moment dat Villevoye mij een foto toont waarop juist die pop dansend rondgedragen wordt in een feestelijk ritueel, met een luide plof van zijn sokkel vallen. Villevoye toont geen enkele verbazing. Hij lijkt volkomen vertrouwd te zijn met deze voorouderbeelden, bij hem thuis bewaken ze het ledikantje van zijn eenjarige dochter.

Villevoye toont in Bureau Amsterdam werken die zijn ontstaan naar aanleiding van zijn meest recente reis, in december van het vorig jaar, naar de Asmat, of Papoea's, in voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Soms is zijn werk nauwelijks als kunst herkenbaar: voddige T-shirts die hij om paspoppen heen hangt, snapshots van een `happening' met Asmat in het regenwoud, of een in zijn opdracht door Indiase billboardschilders gemaakte reusachtige reclameschildering naar een foto waarop zijn vrouw is te zien. Villevoye behoort tot een jongere generatie kunstenaars die proberen te ontkomen aan het automatisme van kunstwerken produceren en verhandele. Voor hen is kunst in de eerste plaats een staat van bewustzijn, in plaats van een economisch produkt; het is een instrument om vragen te stellen, om aan het denken te zetten, en, voor Villevoye, om er zijn zijn lust voor het leven mee uit te drukken.

Wel bestaat er voor hem tussen veel van zijn acties en objecten een directe band met de schilderkunst; het schilderen was ooit zijn uitgangspunt en blijft een referentiekader. Villevoye: ,,Van mijn 20e tot mijn 28e jaar heb ik een kloosterleven geleid om uit te vinden wat een schilderij is. Ik kwam uit op een fundamentele schilderkunst, waarbij ik kleuren en middelen gebruikte die zich als het ware presenteren omdat ze al van zichzelf een betekenis hebben, zoals primaire kleuren, camouflagekleuren van het Amerikaanse leger, stopverf en huid-make-up. Ik ging mijn schilderijen `opmaken', met make-up in huidskleuren van blank tot bijna zwart, met de hand in banen opgebracht, of met elkaar vermengd tot `ideale huidskleur'. Die schilderijen verkocht ik als warme broodjes. Maar ik was er ontevreden mee, want er bleef steeds iets essentieels buiten beeld, het leven zelf, zoals mijn omgang met andere mensen en mijn verlangen daarnaar.''

In 1990 besloot Villevoye om `de veiligheid van de eigen cultuur te verlaten, en ook de veiligheid van het schilderen want schilderen als bezigheid begrijpt in Nederland iedereen'. Hij begon te reizen, eerst verscheidene malen naar India, daarna naar de Asmat. De beelden die hem op zijn reizen treffen legt hij op foto vast, niet als `kunst-fotografie', maar intuïtief en snel. De fotografie biedt daarnaast de mogelijkheid tot manipuleren. Zo deed Villevoye in 1993 een Proposal for skin transplantation: uit vier foto's van naakte mannenruggen sneed hij identieke cirkels en wisselde de verschillend gekleurde cirkels met elkaar uit.

In Bureau Amsterdam hangen twee grote fotowerken. De ene, getiteld 31 december 1999 toont de benen en voeten van drie Papoea's die in de modder bovenop drie grote gekleurde vellen papier staan, geel, magenta en cyaan. Dit zijn de drie primaire kleuren in het drukproces; alle kleuren in alle reprodukties ontstaan uit deze drie. Villevoye beschouwt deze kleuren daarom als een `matrix' van de moderne Westerse cultuur. Afgezien van deze knalkleuren is de rest van de foto overwegend grijs en bruin. Alleen van nabij bezien valt, omdat de foto zeer sterk is uitvergroot, het grijs uiteen in pixels van hetzelfde geel, magenta en cyaan. Het beeld, prachtig in zijn precisie en helderheid van voorstelling, verklaart zichzelf: het grijs van de modder heeft alle kleuren in zich. Bovendien heeft de foto terloops een ikonoklastische lading doordat die Papoea-voeten `onze' primaire kleuren vertrappen.

Er tegenover hangt de tweede foto, getiteld 1 januari 2000. Deze is, in contrast met de close-up opname van de voeten, een wijds landschapsbeeld van een vredige rivier bij vroege schemering. Een paar Asmat zitten in een kano, terwijl enkele andere op de oever gehurkt om zich heen kijken. Ook hier valt de kleur uit elkaar als een postmoderne variant op het pointillisme. ,,In 1992 ben ik voor het eerst naar de Asmat gegaan. Ik had voorwerpen van hen gezien, en gehoord over hun manier van leven. Ik wilde iets meenemen om aan hen te geven. Ik had een wit T-shirt waar ik 24 gaten in had gestanst, 12 aan de voor- en 12 aan de achterkant. Om die gaten heen had ik van plakvlieseline randen gemaakt met daarop huidschmink in verschillende tinten. Ik dacht, ik neem dit mee, een T-shirt begrijpt iedereen.'

,,Ze hadden nog nooit een blanke gezien, en reageerden aanvankelijk koel, maar waren ook geïnteresseerd. Ik heb het T-shirt op een gegeven ogenblik aan een man gegeven en dia's gemaakt van hem met dat shirt aan. In 1995 ging ik terug. Na lang zoeken kwam ik eindelijk op de plek waar hij leefde, met zijn clan, in boomhuizen. De man bleek dood te zijn. Toen kwam iemand aanlopen met een grijs vodje dat hij mij gaf: het was het T-shirt, tot op de draad versleten. Later heb ik mezelf laten fotograferen met dat T-shirt aan, van voor en achter, net als ik met hem had gedaan, om hem te eren. En weer twee jaar later ontstond daaruit een werk, dat ik Returning heb genoemd.''

De vier levensgrote foto's tonen de man met het witte shirt waar de donkere huid doorheen is te zien, en de man met het donkergrijze shirt waar de witte huid doorheen is te zien een bijna magische uitwisseling van persoonlijkheden.

Villevoye: `Er wordt mij wel verweten dat ik als een neokoloniale blanke naar de negers ga om hen te gebruiken voor mijn kunst. Die morele verontwaardiging, dat nuffige politiek correcte gevoel, heb ik nooit als regel geaccepteerd. Ik ben gewoon de wereld ingetrokken en heb die mensen leren kennen. Of het contact met hen geen illusie is? Misschien maar dat geldt steeds, voor ons allemaal. Ik voel me bij hen heel erg thuis. Toen ik bij hen was voelde ik: zo hebben wij ooit ook geleefd, zo is het leven voor de mens bedoeld.

,,Het cliché van zwart en wit heeft mij geholpen om buiten de traditie van het westerse schilderij te stappen. De mensen hier kijken heel slecht. Zodra ze een bruine zien denken ze: o jee, derde wereldproblematiek. Maar ik gebruik de Asmat niet; ik gebruik de omstandigheden waaronder ik hen heb leren kennen. Ik hoop dat mijn werk herkend wordt als oprecht beleefd, als iets wat waar is en echt.

,,De Asmat zijn jagers-verzamelaars die tot voor kort nog in de Steentijd leefden. Ze hebben een hoogstaande cultuur die nooit in aanraking is gekomen met iets als economische produktiviteit. Een chronologische tijd kennen ze niet, alleen een cyclische, bepaald door dag en nacht, het rijpen van de gewassen, eb en vloed van de rivier. Ze kennen geen verleden en toekomst, ze maken geen plannen, ze leven op het moment, en doen het meest niets. De Asmat zijn bijzondere kunstenaars, grote feestmakers die voor hun rituelen, meestal ter afscheid van overledenen, voortdurend voorwerpen nodig hebben. Daarvoor benaderen ze een lid van de clan die door iedereen herkend wordt als degene met speciaal talent hij is de kunstenaar.

,,Ze waren koppensnellers, ja. De zendelingen hebben hun duidelijk gemaakt dat ze dat beter niet kunnen doen, met als reden dat er in de hersenen vaak een virus zit dat dodelijk is wanneer je die hersenen eet wat ook zo is. Tegenwoordig is het koppensnellen verboden. Soms voel je de dreiging, een roes, het hoort bij hun manier van leven. Ze zijn altijd bezig met `opladen', met het bezielen van dingen. Net als met die T-shirts die in onze ogen vodden zijn. Ze rukken de mouwen er vanaf, snijden er gaten in, ze peuteren en pulleken eraan, en knopen een soort spinnewebben van de flarden. Ze dragen die shirts als versiering, het ziet er stoer uit, het is een soort power look. Het is te vergelijken met de manier waarop ze, met messen, hun huid bewerken. Iedereen is trots op zijn `beschadiging', zowel mannen als vrouwen; het is een kracht die is aan hun lichaam is toegevoegd.''

De shirts op de paspoppen in de tentoonstelling ruilde Villevoye met de Asmat voor nieuwe T-shirts. Eén jonge vrouw wilde geen afstand doen van haar helgele flardenknoopsel. Op foto's zien we kinderen, mannen en vrouwen die hun gatenshirt showen. De halfvergane textiel ruikt duizelingwekkend, naar zweet, aarde, regenwoud en brandend haardvuur. Het is een vreemd toeval dat Villevoye bij zijn allereerste bezoek met een getransformeerd T-shirt aankwam. Villevoye: `Ja het verbaasde mij ook zo dat ze er direct mee wegliepen en het de hele dag aanhielden.' Hier gebeurde vanzelf datgene waar de kunstenaar op hoopt, al weel hij wel dat dit maar op zeer bescheiden schaal mogelijk is: een vermengen van de eigen beeldcultuur met een andere.

Villevoye gaf zijn tentoonstelling de titel Passing Time, in de dubbele betekenis. ,,De inzet van mijn kunst is de tijd te kunnen doormaken, beleven, zonder meer zonder voortgedreven te worden om dingen te doen voor de toekomst. Zoals de tijdloosheid van de grote foto van de rivier. De Asmat hebben geen milleniumprobleem. Ze zitten daar en beetje naar het water te kijken. Zoals wij dat ook kunnen doen, zoals Georges Seurat het schilderde in La Grande Jatte. Deze foto is eigenlijk mijn variatie op dat schilderij. Hier gaat het mij om: er zijn en kijken. Dan komt er ruimte voor ideeën en gedachten.''

Roy Villevoye: Passing Time, tentoonstelling bij Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. Rozenstraat 59, Amsterdam. T/m 25 april. Open di zo 11-17 uur.