Een haven privatiseren is niet zo eenvoudig

Havenwethouder van Rotterdam Hans Simons kijkt eens spiedend in de rondte. Zijn blik is gericht op een aantal leden van de Rotterdamse havencommissie dat in zijn kielzog is meegereisd naar de havensteden Vancouver, Seattle en New York. Hoewel het traditie is dat een nieuw geïnstalleerde havencommissie in Rotterdam om de vier jaar een oriëntatiereisje maakt naar een aantal `vreemde' havens, wordt dit tripje toch wel gekenmerkt door een bijzonder thema. Het bezoek moet de commissieleden studiemateriaal aandragen voor de nu al enkele jaren in Rotterdam voortwoekerende discussie over de positie van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR). Officieel ressorteert het GHR onder de gemeente Rotterdam. Maar het havenbedrijf streeft al jaren een zekere verzelfstandiging na omdat het GHR het gevoel heeft dat het wanneer het aan de hand van de gemeente Rotterdam loopt, zakelijk in een keurslijf zit en commercieel niet adequaat op de steeds sterker veranderende marktomstandigheden kan reageren.

Maar de haven is publiek Rotterdams bezit. Wat dat betreft heeft de havencommissie nog een steuntje extra in de rug gekregen van de pasbenoemde Rotterdamse burgemeester Ivo Opstelten, die al waarschuwend heeft laten horen: ,,de haven is van ons allemaal''.

Maar ook tijdens de eerste tussenstop van de havenreis in het Canadese Vancouver is het al bingo voor Simons en zijn commissie. Havendirecteur Norman Stark vertelt dat de haven, die vorig jaar 72 miljoen ton goederen heeft overgeslagen, sinds kort verzelfstandigd is, maar dat de directie zich nooit gerealiseerd heeft voor hoeveel zaken men nog steeds van de overheid afhankelijk is. Simons knikt instemmend, de commissie verroert geen vin. Later tijdens een evaluatiegesprek in Seattle zal blijken dat de leden van de havencommissie niet erg onder de indruk zijn gekomen van de argumenten die eventueel voor verzelfstandiging van het Rotterdamse havenbedrijf pleiten. ,,We hebben hier geen dingen gezien die het voor ons noodzakelijk maken ingrijpende veranderingen in Rotterdam aan te brengen'', is de grote gemene deler.

In New York is de situatie zo mogelijk nog gecompliceerder. Daar hebben de gouverneurs van de staten New York en New Jersey weliswaar twaalf commissioners benoemd die zelfstandig de haven runnen, maar New York heeft grote problemen. De haven, die direct ruim 14.000 mensen werk biedt en additioneel voor 119.000 banen zorgt, is te ondiep en moet constant worden uitgebaggerd. Niettemin worden er jaarlijks 2,5 miljoen TEU (standaardmaat voor twintigvoetscontainers) aan containers overgeslagen. Maar de haven zat vorig jaar diep in de rode cijfers en kon alleen op de been blijven omdat de havenautoriteiten ook de luchthavens Kennedy, Newark en La Guardia, alsmede het World Trade Center, exploiteren. Activiteiten die wel winstgevend zijn. Ook in Seattle en Vancouver vormt de luchthaven een belangrijke schakel in de exploitatie van de havens. Hoewel de cruisevaart op Alaska in de ijsvrije haven van Vancouver de grote geldmaker is.

In New York heeft ook directeur van het GHR Steven Lak zich bij het gezelschap gevoegd. Hij heeft evenals algemeen directeur van het GHR Willem Scholten duidelijke ideëen over de verzelfstandiging van het Rotterdamse havenbedrijf. Hoewel Lak zich diplomatiek realiseert dat de hoofdprijs met de dwarsliggende gemeente Rotterdam niet haalbaar is. Lak heeft daarom duidelijk voorkeur voor de toekomstige structuur van het Rotterdamse havenbedrijf in de vorm van een NV, waarvan de aandelen in handen van de gemeente Rotterdam blijven met een raad van commissarissen die kan bestaan uit commissieleden en mensen uit het bedrijfsleven.

Ook Simons heeft daar wel oren naar. Hij beseft dat het havenbedrijf aanpassing behoeft nu het voor dertig procent aandeelhouder is geworden van overslagbedrijf ECT: ,,Ik denk daarom dat we de structuur iets moeten aanpassen. Maar of je de hele organisatie op zijn kop moet zetten, daar heb ik mijn twijfels over.'' Simons zegt met vertrouwen een voorstel van het havenbedrijf over een structuurwijziging tegemoet te zien. Binnen afzienbare tijd komt het GHR met aanbevelingen. Ook gaat er binnenkort een aanbeveling naar de havencommissie om de bevoegdheden van het GHR te verruimen. De directie van het GHR zal worden afgerekend op het commerciële beleid, maar ondertussen niet voor de voeten worden gelopen door de gemeente Rotterdam. Zolang het budget wordt gehaald krijgt het Rotterdamse havenbedrijf een ruime mate van vrijheid. Lak `droomt' wat dat betreft al van het model in Antwerpen, Rotterdams grootste concurrent, dat als een NV werkt met een raad van commissarissen. Hoewel Lak het aantal van twintig commissarissen daar wat aan de hoge kant vindt.

Nadrukkelijk stelt de Rotterdamse havendirectie dat zij niet volledig van de gemeente afwil. De gemeente heeft bij een private ondernemer die het GHR wil worden recht op een afdracht in de vorm van dividend. Zoals het GHR ook nu al 90 miljoen gulden per jaar aan de gemeente afdraagt. Maar het GHR vindt dat het de Coolsingel is ontgroeid en zich als haven voor de toekomst veel meer dient te richten op landelijke en Europese beleidsmakers. Of zoals een directielid dat verwoordt: ,,Een NV-structuur heeft het voordeel dat je in het economische proces nu eenmaal veel gemakkelijker kunt opereren dan wanneer je het hele gemeentelijke apparaat met je mee moet zeulen.''