Druipende christenhaat

Deel 3 en 4 van Vertellingen hadden we nog tegoed, nadat deel 1/2 al verschenen was. Een ridderroman was ons beloofd, en inderdaad, deze band wordt bijna geheel in beslag genomen door het verhaal van de mythische strijd van Oemar ibn an-Noe'maan en zijn zonen tegen de Byzantijnse christenen. Het is naar men zegt één van de oudste ridderromans, en meteen een heel eigenaardige. De plot is dusdanig ingewikkeld dat hij haast niet bij te houden is, maar wie maalt daarom? We lezen graag af en toe over legers die te velde trekken, over ingewikkelde krijgslisten en over tweegevechten tussen helden die alvorens elkaar de ledematen af te houwen nog een gedicht opzeggen.

Persoonlijk zou ik dergelijke lectuur nooit honderden bladzijden lang volhouden, maar dat hoeft ook niet. Dat deze roman is opgenomen in De vertellingen van duizend-en- één-nacht staat er immers borg voor dat elke normale plot verdraaid of zelfs in zijn tegendeel verkeerd wordt en met bizarre subplots doorweven raakt. Een hoogtepunt is de worstelwedstrijd van een moslimheld met een christelijke amazone, en haar daarop volgende speelse, maar ook zeer strijdbare relatie met hem; een ander is het van christenhaat druipende verhaal over een smerige oude heks, de moeder van de Byzantijnse koning nog wel, die zich onder andere als een Trojaans paard het moslimse kamp laat binnensmokkelen en met haar kennis van de islam veel onheil sticht.

Een andere trek die kenmerkend is voor de Vertellingen is dat elk verhaal altijd onderbroken kan worden door een verhaal binnen het verhaal, en dat weer nog door een ander. Een van de mooiste onderbrekingen van de ridderroman is het verhaal van Aziz en Aziza. De onervaren Aziz zou op jonge leeftijd met zijn nichtje Aziza trouwen, maar raakt op zijn trouwdag ongeneeslijk verliefd op een schone, mysterieuze deerne van wie hij een glimp opvangt. Hij zit zo apathisch van haar te dromen dat hij zijn eigen bruiloft misloopt. Aziza houdt echter van hem met een alles opofferende liefde en doet alles om zijn affaire op gang te helpen. Zij licht hem in over de listen der vrouwen, verklaart de raadselachtige tekens die de vrouw hem geeft, geeft hem codes en beschermende spreuken mee en onderricht hem in de hoofse liefdespoëzie.

De lessen zijn niet aan hem besteed: hij is naïef en onbeheerst, op het kritieke moment vreet hij zich vol of valt hij in slaap, zodat het pas veel later tot een rendez-vous komt. Als een weerspannige kleuter die zijn zin niet krijgt, schopt en mishandelt hij zijn lieve nichtje, dat harerzijds niet te beroerd is, hem te voeren en zijn eten voor te kauwen. Wanneer zij tenslotte sterft van verdriet en onvervuld liefdesverlangen - een gangbare doodsoorzaak in de Arabische letterkunde - is Aziz onbewogen, maar vooral geheel hulpeloos. Na een periode met de deerne manoeuvreert een oude vrouw hem in een huwelijk met haar dochter, en daarmee in het vaderschap. Zo raakt hij gevangen bij vrouwen die veel gevaarlijker zijn dan deernen: een schoonmoeder en een echtgenote. In dat kippenhok doet hij een jaar lang `wat de haan doet'. Zodra hij een dag vrij krijgt, gaat hij naar zijn eerste vlam terug, maar die is zo furieus om zijn ontrouw dat zij hem castreert. In zijn ellende trekt hij in bij zijn moeder en begrijpt eindelijk wat zijn gestorven nichtje voor hem had gevoeld.

In dit verhaal is de omkering van alle waarden nog duidelijker dan in de rest van het boek. Aziz is geen man maar een knulletje, hij heeft geen zelfbeheersing, is een flapuit die het liefdesgeheim niet bewaart, is volledig afhankelijk van vrouwen, laat zich opsluiten en wordt tenslotte geheel als een vrouw. Een gruwelverhaal, dat een waarschuwing wil zijn voor het mannelijk publiek: wees een vent, maak je vertrouwd met de listen der vrouwen en bedenk dat een gearrangeerd huwelijk zo gek niet is! Op het grote thema van de Vertellingen van duizend-en-één-nacht, de reddende werking van literatuur, wordt hier ook fraai gevarieerd. Hoe had Aziz kunnen leren wat liefde is? Uit de liefdespoëzie, die Aziza hem probeerde bij te brengen. Als hij die gekend had was hij zeker niet ontmand.

Nog één band moet er verschijnen en dan hebben vertaler en uitgever dit dappere project tot een einde gebracht. Nederland beschikt dan over een vertaling die zich uitstekend kan laten zien naast de enige andere serieuze vertaling, die van Enno Littman uit 1928. Diens betoverende, maar intussen wat kunstmatig en archaïsch aandoende Duits doet meer recht aan het rijmproza en de poëzie. Van Leeuwen heeft deels een oudere grondtekst gebruikt, weet beter de luchtige toon van de verhalen te treffen en slaat inhoudelijk vrijwel nooit de plank mis. Hopelijk krijgt het geheel een uitvoerige index, niet alleen op eigennamen, maar ook op vertelmotieven en begrippen. Dan zal deze goudmijn van vertelkunst meer dan ooit toegankelijk zijn.

De vertellingen van duizend-en-één-nacht. Deel 3/4, uit het Arabisch vertaald door Richard van Leeuwen, geïllustreerd door Jean-Paul Franssens. Bulaaq, 440 blz. Prijs gebonden in één band ƒ95,-. Ook verschenen in twee paperbacks à ƒ39,90