De wolvin gilt

Punklegende Siouxsie Sioux vertelt over haar muziek nu ze na jaren weer optreedt. Kaler moet het klinken, `alleen stem en drum'.

Londen, The Sheperds Bush Empire, zaterdagavond, een uur of elf. Vanaf het podium schijnt een verblindend wit licht de zaal in. Ik zie niks meer, alleen vlekken, mijn ogen tranen. Daar is de stem. De stem van de zangeres Siouxsie Sioux, scherp en laag en ijzig en melancholiek. Ze sist:

Piss on it

I'm sick of it

Enough is enough

I wanna fuck it up

Dan wordt het licht blauw, en Siouxsie Sioux een schim. In haar rokje van zilveren stroken en strak zilveren hes lijkt ze op een middeleeuwse schildknaap. Ze heeft kort inktzwart haar. Een wit gezicht. Een masker van make-up. Ze springt. Ze wiegt haar heupen en trapt van zich af. Gedreven door de doffe ritmes lijkt het een rituele dans. Ze slingert met de microfoon. Ik voel het dreunen van de basgitaren in mijn maag, mijn buik. Het is of het monotone geroffel van de conga's mijn hartslag overneemt. Nu is het licht helder rood. De woorden zwart. Er is nauwelijks een melodie. Alleen ritme. Siouxsie valt op haar knieën en maakt bezwerende gebaren met haar armen.

Ripping trough your menstrual

stream (...)

There are only black holes

where the stars should have been

Just black holes

Where the stars would be watching

Siouxsie begint op een grote trom te slaan. Bam bam bam bam bam bam bam, steeds sneller en harder slaat ze, bam bam bam bam bam bam bam, net zo lang tot het gedreun gaat rondzingen en er een nieuw geluid ontstaat, niet mooi, maar wel sexy en dreigend. Het witte licht gaat aan, ik knijp mijn ogen dicht. Alleen de schittering van Siouxsie's zilveren pakje blijft op mijn netvlies geplakt. Stil. Stop. Het is afgelopen. Een paar seconden is het doodstil in de zaal, alsof het publiek wacht op een trap na. Dan applaus. Geroep. More! Als ik weer opkijk, is het podium leeg. Just a black hole.

Een paar weken voor het concert in Londen, heb ik Siouxsie Sioux en haar echtgenoot Budgie Clarke ontmoet op een vrijdagmiddag in Brussel.

Ze zijn onderweg naar Londen, waar ze zich gaan voorbereiden op een tournee door Engeland, Europa, en daarna Japan en Amerika. Zodra Siouxsie Sioux haar lange zwarte namaakbontjas van haar schouders laat glijden en de sneeuwmuts van haar hoofd trekt, is ze minder statig en stoer. Ze heeft een bleek gezicht en vuurrode lippen. Geen overdadige make-up zoals ze gewoonlijk draagt tijdens optredens en fotosessies. Ze is geen vamp. Geen `Ice-queen', zoals ze werd genoemd ten tijde van Siouxsie and the Banshees, haar band die in juli 1996, na twintig jaar touren en platen maken, uit elkaar ging.

Ze excuseert zich. ,,I have to go for a piss.''

Die stem. Zilver met een scherp randje. Later die avond zal ze vertellen dat ze vanaf haar allereerste geïmproviseerde optreden, in de 100 Club in Londen met haar band The Banshees, al wist dat ze klonk als niemand anders. Dat ze het kon, ook al had ze nog nooit opgetreden en speelde ze geen noot en schreeuwde ze meer dan dat ze zong. Deutschland Über Alles. Twist and Shout. Drie microfoons had ze aan elkaar gebonden. `Een verschrikkelijk lawaai.' Het was 1976. Het allereerste begin van de punk. Susan (Suzie) Janet Ballion (1957) had Siouxsie Sioux (spreek uit Soezie Soe) uitgevonden. Ze was achttien.

Met een zangerige vriendelijke stem vertelt ze over hun `andere' leven in het kleine dertiende eeuwse dorp even buiten het Zuid-Franse Toulouse, waar ze alweer vijf jaar wonen. Het is zo anders dan het benauwende Londen waar iedereen iedereen kent. Het dorp heeft iets onschuldigs, zegt ze. En iedere avond kijkt ze naar de zonsondergang.

Daar, in dat stille huis met zestien kamers, in het geruststellende gezelschap van de drie katten Spooky, Spider en Dandy, schreef ze de liedjes voor de nieuwe cd Anima Anumus van The Creatures, zoals Budgie Clarke en Siouxsie zichzelf als band noemen. Meestal gebeurde dat schrijven 's nachts. Zoals die ene keer dat ze als een doldwaze door het huis tierde, niet wetend waarom ze zich zo vreemd voelde, zo ijzig, woedend. Budgie hoorde haar. Een spervuur van woorden, there are only black holes where the stars should have been. Hij pakte een recorder en drukte op `record'. Het was het begin van `Exterminating Angel'.

Ook de andere liedjes op Anima Animus klinken weemoedig, ondanks de dansbare ritmes die aan Iggy Pop's `Lust for Life' herinneren.

Souxsie Sioux: ,,De meeste nummers schreef ik kort nadat de Banshees uit elkaar waren. In dezelfde periode stierf mijn moeder. Mijn vader is al heel lang dood. We moesten het huis van mijn moeder in Chislehurst bij Londen leegruimen en verkopen, het huis waar ik ben opgegroeid en waar ik altijd naartoe ging wanneer ik in Engeland was. Ik was mijn verleden kwijt. Ik moest helemaal opnieuw beginnen.''

Ze huurden een portable studio. Een platencontract hadden ze niet meer, nu The Banshees niet meer bestonden, en even leek het er op dat The Creatures, die sinds 1981 van tijd tot tijd een album uitbrachten, ook niet meer mochten bestaan van de platenindustrie. Dus betaalden ze alles zelf, en richtten hun eigen label op: `Sioux Records'.

,,Ik wilde snel werken'', zegt Siouxsie, ,,niet zo bedacht, zoals het op het laatst bij The Banshees ging, maar direct en intuïtief. Alleen drum en stem, heel dwingend en primair. Ik heb nooit van traditionele rockgitaren gehouden. Drumgeluid is melancholiek, het komt van onder, van de grond en het laat alle ruimte voor de stem. En met percussie zit ik niet vast aan akkoorden, ik kan doen wat ik wil.''

Sheperds Bush Empire, zaterdagavond. Een gil. Siouxsie gilt als een wolvin. De trillingen van de bassen nagelen me aan de grond. Ik kan me nauwelijks bewegen in de drukte.

Oh the pain of joy

Oh the joy of pain

Zoom in

Zoom out

Cut

Ik geef me over aan het kale, doffe geluid dat me naar een landschap brengt waar ik liever niet wil zijn.

Nothing left of you in this arctic land

In Antarctica

Bam bam bam

Het is of ik een jaar of twintig terug ben in de tijd: in mijn slaapkamer van toen, tussen de zwartgeschilderde muren, luister ik naar het tweede album van The Banshees, Join Hands. Naar het ijle razende gitaargeluid dat de woorden van Siouxsie draagt.

You dip your hands into my flesh

and say you won't reveal a scar....

It's a miracle, it's a wonder

Toen al klonk de muziek ijzig, maar nooit koud. De schoonheid die ik erin hoorde, was geheimzinnig en origineel, hoopvol zelfs, ook al gingen de teksten vaak over de dood, net als nu.

,,Uplifting in a miserable way'', lacht Siouxsie. Ze praat en beweegt als haar muziek, ze glijdt van de ene stemming in de andere, zonder de controle te verliezen. De woorden dwarrelen uit haar mond en wanneer ze een geluid wil uitleggen, doet ze denken aan een figuur uit een stripverhaal. Oewts! Auw!

`Speel de badkamerscène uit Psycho van Hitchcock', sommeerde ze de gitarist van de Banshees toen ze net begonnen. Niemand kon ook maar één akkoord spelen. Maar Siouxsie had ideeën genoeg. `Zo moet het klinken: whiehh, whiehh.'De Banshees bestonden alleen omdat Suzie in een vlaag van overmoed `I've got a band' had geroepen, toen ze op een avond hoorde dat Malcolm McLaren, de manager van The Sex Pistols, een punkgroep zocht voor een festival. Dat was na een rumoerig optreden van The Pistols. Met haar oude schoolvriend Steven Severin die bij dezelfde `dole-office' stempelde als zij, en met Sid Vicious en John Lydon hing ze rond bij `Louise's', een club voor lesbiennes. Het was midden in de nacht.

`Oké', had McLaren gezegd.

,,Ik dacht: wat heb ik gedaan? Ik heb helemaal geen band. Dus vroeg ik iedereen die ik kende: wat speel jij? En jij? Zo ging het. Sid Vicious op drums. Steven op bas en Marco Pirroni gitaar.''

Budgie kwam er een paar jaar later bij. Hij had gespeeld in The Slits, een eigenzinnige punkband met hem als enige jongen. In The Slits had hij zichzelf ongebruikelijke reggea-achtige ritme's leren drummen.

Sheperds Bush Empire, zaterdagavond. Budgie speelt akoestische gitaar. Voor het eerst vanavond klinkt de muziek harmonieus, en Siouxsie's stem kwetsbaar.

Not long ago

I'm not recognized or heard but

I swear!

I was me I was me

Siouxsie buigt voorover, fluistert:

Just a face at the window

Familiar

Haar teksten zijn naar binnen gekeerde gedichten. Het is alsof de `ik', over wie ze verhaalt, los staat van alles en iedereen, zelfs van zichzelf, van haar eigen lichaam.

,,Ik weet niet waarom dat is.'', zegt Siouxsie aarzelend. ,,In het begin kon ik alleen schrijven op muziek, op klank, maar betekenis was belangrijk. Ik heb veel aan het werk van Samuel Beckett gehad. Voor ik iets van hem had gelezen, zag ik de verfilming van zijn monoloog Not I. Alleen een mond, een vrouwenmond,fel licht erop, ze is niet echt in staat om te praten, het is alsof ze opgesloten zit in haar eigen hoofd. Ze stoot woorden uit: What? Who? No! She! Becketts taal is zo spaarzaam, zo muzikaal en ritmisch. Eerlijk, kaal, een aanval eigenlijk.''

Ze vertelt over het gezin waar ze in opgroeide. ,,A misfit of a family'', noemt ze het. Drie kinderen waren er, ,,maar eigenlijk was ik alleen, want mijn broer en zus zijn meer dan tien jaar ouder. Ik was een ongelukje.'' Haar ouders hadden elkaar ontmoet in Belgisch Congo, waar haar moeder als secretaresse werkte en haar vader in een laboratorium zocht naar serums tegen slangenbeten. Hij kwam uit Wallonië. Hield van het volle leven, van zon en wijn, vooral wijn. ,,Hij was alcoholist, had vaak driftaanvallen. Hij was ongelukkig in Engeland en dat kan ik me wel voorstellen. Dat grauwe benepene. Ik denk dat hij daarom nog verder weg zakte.'' Hij stierf toen Suzie veertien was.

,,Music was a big outlet'', zegt ze effen. In haar slaapkamer dompelde ze zich onder in de muziek van T-Rex, David Bowie, Michael Jackson, Roxy Music, The Velvet Underground. Het tuttige Chislehurst bestond nauwelijks nog voor haar. Ze leefde in een droomwereld van muziek en van films, films die ze met haar moeder bezocht in de plaatselijke bioscoop: alle Hitchcock films zag ze, films met Elvis, Cliff Richard, het maakte niet uit, Walt Disney.

En toen werd ze ziek. Ze viel op de grond, kreperend van de pijn in haar buik. Met een ambulance werd ze naar het ziekenhuis gebracht, waar ze met spoed geopereerd werd aan haar dikke darm die zo vol zweren zat, dat ze bijna dood was geweest. Siouxsie: ,,Mijn moeder en mijn broer en zus waren geshockeerd, het was bijna alsof ze zich voor me schaamden. Ze begrepen het niet. Waarom? Het ging ook zo snel. Ik was een schim van wat ik was: mager en klein. Ik zat onder de morfine om de pijn te onderdrukken. Artsen zeiden dat het door stress kwam. Ik herinner me dat ik wakker werd na de operatie en mezelf zag: als een stuk vlees, een karkas lag ik erbij, grof open gesneden en weer dicht genaaid. Het was of ik mijn huid op kon tillen en in mezelf kijken. Of ik buiten mezelf was. Horror. Ik ervoer het als een verkrachting, een medische verkrachting, ook al heeft de operatie mijn leven gered. Ik moest nog vijftien worden, ik was sowieso verlegen over mijn lichaam. Ik had nog niet eens gemenstrueerd.''

Een klop op de deur. ,,Stoor ik?'' vraagt Budgie vriendelijk. Siouxsie schudt afwezig van nee. Hij gaat naast haar zitten.

Het is stil. ,,Ik heb vaak flashbacks uit die tijd'', zegt Siouxsie, ,,vooral als ik schrijf. Ik schrijf associatief, soms zelfs wanneer ik half in slaap ben. Dan drijven mijn duistere emoties vanzelf boven.''

In de muziek hoor je die gedrevenheid terug, zeg ik. Het is nergens mee te vergelijken.

,,Dat komt omdat ik mijn eigen lelijkheid laat zien. Mijn lelijkheid is net zo belangrijk als mijn schoonheid.'' Ze zwijgt. Denkt hardop. Aarzelt. ,,Misschien... Ik denk nooit zo vleiend over mezelf. Ik ben me te bewust van mezelf.'' Haar stem zakt een octaaf. Ze lacht. ,,Weet je dat veel mensen me onaantrekkelijk vonden toen ik pas begon op te treden? Angstaanjagend zelfs. Ik was niet het traditionele blonde zangeresje. Ik sloeg jongens uit het publiek met mijn microfoonstandaard als ze lastig werden. Op een affiche voor een van onze eerste optredens stond onder een zwart-wit foto van mij: Your mother wouldn't like her! In die tijd was punk zoiets als de Hell's Angels.''

,,Ik heb je toen gezien'', zegt Budgie, ,,in diezelfde tijd, vanuit het publiek. Ik kwam net uit Liverpool naar Londen. Ik was nog niet eens met The Slits. Ik droomde er alleen van om in een band te drummen.'

,,Oh?'', zegt Siouxsie.

,,Vreemd om daar nu aan terug te denken, na zo'n tijd met de Banshees. Met de Banshees hadden we deze nieuwe liedjes nooit kunnen maken. Het is te ingewikkeld om anderen van je ideeën te overtuigen, als je zelfs nauwelijks weet wat je aan het doen bent.''

Hij kijkt Siouxsie aan ,,Nu is het gemakkelijk.''

Ze zegt: ,,We'll just jump off a cliff together.''

The Creatures - Anima Animus, Sioux Records, 1999.

Op 1 april treden The Creatures op in De Melkweg in Amsterdam, tel. (020) 6241777.