DE AANHOUDENDE JACHT OP JONGEREN

H. D'ANCONA, MINISTER VAN CULTUUR VAN 1989 - 1994

,,Ik vraag me af hoe het komt dat er wel jonge mensen zijn bij voorstellingen van de Vlaamse regisseur Dirk Tanghe, dat er wel veel jong publiek zit bij de toneelproducties van Ivo van Hove, maar dat dat niet het geval is bij andere gezelschappen. Ik zie veel jongeren in Paradiso en de Melkweg (...) Theatermakers moeten zich afvragen waarom het elders klaarblijkelijk wel lukt om meer publiek binnen te krijgen.''

(over de noodzaak voor theatermakers om meer en jonger publiek binnen te halen, n.a.v. de nota `Investeren in cultuur', Algemeen Dagblad 22-5-'92)

A. NUIS, STAATSSECRETARIS VAN CULTUUR VAN 1994 - 1998

,,De cijfers voor bezoek aan toneel (...) zijn niet onbevredigend, maar je ziet er wel véél grijs haar (...) Je kijkt dan wel naar een aflopende situatie. Mensen die al van jongsaf aan naar het theater gingen zullen, als ze eenmaal weer uit de kinderen zijn (...) weer sneller terugkeren.''

(over de nadruk om jong publiek in de zalen te krijgen in zijn Cultuurnota 1997-2000, Algemeen Dagblad 20-1-'96)

R. VAN DER PLOEG, STAATSSECRETARIS VAN CULTUUR SINDS 1998

,,Jongeren keren zich steeds verder af van de traditionele kunsten, terwijl ouderen juist weer meer gaan. Nu komen er steeds meer ouderen. Ik vind het echter geen geruststellende gedachte als het kunstpubliek almaar vergrijst''

(opening Theaterfestival, NRC Handelsblad 3-9-'98)

,,Een groter, jonger en divers publiek naar het toneel: dat zou het uitgangspunt voor de komende jaren moeten zijn.''

( `De goede voornemens van het Minsterie van OC&W', 15-3-'99)