Zwijnenkop en familieportret

De Duitse aristocratie houdt weer uitverkoop. Christie's Amsterdam veilt op 24 maart een selectie uit de verzamelingen van Karl Graaf van Maldeghem en de laatste Groothertog van Mecklenburg-Schwerin, samen goed voor 479 kavels. Daarnaast worden nog 130 voorwerpen verkocht uit het bezit van andere Duitse adellijke families.

De lijvige catalogus alleen al is de moeite waard wegens de beschrijvingen van de twee invloedrijke families, de interieuropnamen van hun kapitale landhuizen en de historische zwart-wit foto's. Zo zien we leden van de familie van Mecklenburg-Schwerin aan het begin van de eeuw quasi-onverschillig in een studio gedrapeerd in en om rieten strandstoelen. En ook prinses Juliana met baby Beatrix op schoot, te gast bij een drietal robuuste Duitse hertoginnen. Een familiebezoek, want Juliana's vader Hendrik was de jongste zoon van een van de groothertogen.

Het geslacht Mecklenburg-Schwerin stamt af van de 12de-eeuwse prins Pribislaw van de Slavische Obodrieten. De basis voor de kunstcollectie werd gelegd door een 17de-eeuwse voorvader die Vlaamse, Hollandse en Franse meesters verzamelde. Latere generaties vulden de collectie aan. Na de Tweede Wereldoorlog werd slot Ludwigslust, dat in het oostelijk deel van Duitsland ligt, grotendeels geconfisqueerd. Maar na de val van de Muur en de wet uit 1994 die teruggave mogelijk maakte, kwam het weer in het bezit van de familie. Omdat de procedure veel geld heeft opgeslokt, doet de kleindochter van de laatste groothertog, Donata hertogin zu Mecklenburg von Solodkoff, nu wat kunst van de hand, ook uit het andere familieslot in Schwerin. Andere stukken uit het bezit leent zij grootmoedig uit aan musea in Ludwigslust en Schwerin.

De Mecklenburgs doen afstand van een reeks familieportretten, uit de 17de tot en met de 19de eeuw, van vorstelijk aangeklede dames en heren met opvallend bolle ogen. Sommige zijn zichtbaar aan restauratie toe en zijn dan ook al te koop vanaf enkele honderden guldens. Het duurste portret (fl 20.000 hoogste richtprijs) stelt prinses Ulrike Sophie aan haar schrijftafel voor, gekleed in een blauw gewaad afgezet met kant. Zo zag de hofschilder Georg David Matthieu haar in 1789. Verder zijn er decoratieve voorwerpen en meubelen, waaronder een vergulde wieg met putti en cherubijntjes. De laatste groothertog kreeg hem in 1910 bij de geboorte van zijn eerste kind (3 tot 5.000 gulden).

Het aanbod van Maldeghem is groter en gevarieerder. Ruim 180 jaar heeft deze van oorsprong Belgische familie gewoond op slot Niederstötzingen, een zachtroze, classicistisch landgoed in het zuidwesten van Duitsland. De Maldeghems stammen af van kruisvaarders. De eerste, Salomon, deed al in 1096 mee aan de Eerste Kruistocht die eindigde met een moordpartij onder moslims en joden in Jeruzalem. Zijn nakomelingen dienden, al naar het uitkwam, koningen en keizers in Europa. Eén van hen, Charles Leopold Louis, werd page van Napoleon Bonaparte en vestigde zich in 1815, na de val van zijn werkgever, definitief in het Duitse familieslot. Dat werd een trefpunt van familie en vrienden en uitgangspunt voor vele jachtpartijen. Daarvan getuigen de hertengeweien, wilde-zwijnenkoppen en de vervaarlijke, rechtopstaande grizzlybeer — al zal die niet in Duitsland zijn geschoten — die op de veiling worden aangeboden naast meubels, schilderijen, tekeningen (van onder anderen Napoleon), boeken, glas, zilver, porselein en curiosa.

De huidige bewoner van Niederstötzingen, Karl-Ludwig Maria Didier graaf van Maldeghem, heeft besloten zich met zijn gezin in Canada te vestigen. Vandaar de veiling. Ook hij verkoopt portretten van bekende en onbekende aristocraten, alsook de geschilderde stamboom van zijn familie. Onder de schilderijen is een vleugel van een Duits altaarstuk uit het begin van de 16de eeuw, waarvan andere delen zich onder meer in musea in Boston en Bazel bevinden. De waarde is geschat op 15 tot 20.000 gulden.

Het belangrijkste onderdeel van de Maldeghem-collectie echter zijn de meubelen, aangeschaft door opeenvolgende generaties bewoners. De meeste zijn van Duitse makelij en variëren van uitbundig barok tot de veel strakkere Biedermeier-meubelen uit het begin van de 19de eeuw. Opvallend is een hoge, walnoten klerenkast uit Mainz versierd met ingelegd hout, waarin herten, bloemen en bladeren worden uitgebeeld. Hij is gemaakt omstreeks 1770 en heeft een hoogste richtprijs van 90.000 gulden.

De vele Biedermeier-meubelen, de meeste in de kenmerkende lichte houtsoorten, zijn tussen 2.000 en 15.000 gulden geprijsd. Ook hier een wieg, een grappig ding uit 1832, dat lijkt op een houten geraamte van een bootje tussen twee stevige steunen (1.500-3.000 gulden). In dat schommelende bootje moeten veel kindertjes Maldeghem hun leven zijn begonnen. Het lijkt een wat pretentielozer start dan een gouden kist.