Spoorwegovergangen

Recentelijk kwamen twee automobilisten om het leven bij het `zig-zaggen' door een spoorwegovergang met twee halve bomen. Veilig Verkeer Nederland zag in dit ongeval een aanleiding om de veiligheid bij half open spoorwegovergangen opnieuw aan de kaak te stellen (NRC Handelsblad, 8 maart).

De problemen betreffende dit soort spoorwegovergangen zijn bekend. De meest voor de hand liggende oplossingen zijn het aanbrengen van viaducten of het volledig afsluiten van de overgangen door middel van slagbomen.

De `viaduct' optie is onbetaalbaar. Ook tegen het volledig afsluiten van de overgangen zijn goede argumenten aan te voeren: de bomen zouden een `ontsnappingsmogelijkheid' moeten bieden voor mensen die per ongeluk opgesloten geraken tussen de bomen.' De oplossing is tot op heden gezocht in het slechts gedeeltelijk afsluiten van overgangen (`halve bomen'). Helaas maakt dit het `zig-zaggen' mogelijk. Een `vluchtplaats' aanbrengen tussen spoor en de slagbomen lijkt een optie. De kosten van het aanpassen en uitbreiden van deze `vrije ruimte' tussen spoor en boom zijn enorm. Ook de onteigeningsprocedures die hiervoor noodzakelijk zijn, staan een snelle aanpassing in de weg.

De meest eenvoudige oplossing voor dit probleem lijk het geheel afsluiten van een kant van het spoor (door twee slagbomen of door een over de hele weg) en het Gedeeltelijk afsluiten (met een `halve boom') van de andere kant. Dit maakt het `zig-zaggen' onmogelijk terwijl ontsnapping voor mensen die ingesloten zijn mogelijk blijft. De bestaande infrastructuur behoeft op deze wijze slechts zeer beperkt aangepast te worden, namelijk het aan een zijde bijplaatsen van een halve slagboom.