Olympisch dilemma

DE STAL is in moordend tempo schoongeveegd. Twee onderzoeksrapporten en twee dagen vergaderen achter gesloten deuren zijn voor het Internationaal Olympisch Comité voldoende geweest om zich weer met een rein geweten aan de wereld te presenteren. Zes rotte appels zijn verwijderd, er komen nieuwe regels die corruptie in de kiem moeten smoren en een werkgroep met buitenstaanders zal de verdere `verbouwing' begeleiden. De olympische gedachte heeft de catharsis doorstaan en is klaar voor de 21ste eeuw. Kroonprins Willem-Alexander kan zich over een paar maanden dus met een gerust hart laten beëdigen. Ziedaar het beeld dat het IOC vanuit Lausanne van zichzelf heeft geschetst.

Als het zo simpel was, zou er inderdaad geen reden zijn om de kroonprins af te raden daadwerkelijk zitting te nemen in het IOC. Maar zo eenvoudig is het niet. De zelfreiniging van de olympische beweging is minder adequaat dan ze lijkt.

TEN EERSTE door de aard van de organisatie. Het IOC is een club die alleen aan zichzelf verantwoording hoeft af te leggen. De vergaderorde van gisteren illustreerde dat weer eens treffend. IOC-voorzitter Samaranch vroeg en kreeg eerst een vertrouwensvotum voor zichzelf. Pas daarna mocht het comité beginnen aan de uitdrijving van de corrupte elementen in eigen kring. In machtspolitieke zin was dat een handige manoeuvre van de voormalige Spaanse diplomaat uit de tijd van caudillo Franco. Maar Samaranch gaf zo ook aan dat alleen hij de grenzen van de reorganisatie van het IOC bepaalt.

Ten tweede door de ontwikkelingen in de sport. In brede kring wordt het de verdienste van Samaranch geacht dat hij een indrukwekkend bedrijfseconomisch fundament voor de sport heeft gelegd. Deze commercialisering stelt echter ook eisen aan het bestuurlijke apparaat. Extrovertie is geboden. Het IOC wekt de indruk juist daarvoor terug te deinzen, tot ergernis van bijvoorbeeld het Amerikaanse olympische comité. Nieuwe schandalen zijn derhalve niet uitgesloten.

Ten derde door de nu getroffen maatregelen. Hoewel het nadrukkelijk wordt ontkend, lijken de royementen zorgvuldig geselecteerd. De zwakkere broeders uit Afrika, Latijns Amerika en Oceanië zijn verwijderd uit het IOC. De evenmin brandschone leden uit belangrijke sportnaties mogen daarentegen blijven. Het gaat daarbij met name om de Zuid-Koreaan Un-Yong Kim, tevens lid van het dagelijks bestuur van het IOC, en de Russische olympiër Vitali Smirnov. Beiden beschikken over een sterke machtspositie in eigen land en kunnen zich daarom beter verweren tegen het onderzoek dat nu naar hun corrupte handelen wordt verricht. Kim, een voormalig kampioen in de vechtsport `taekwondo', zou eergisteren tijdens een pauze zelfs bijna op de vuist zijn gegaan met de Zwitserse directeur van het IOC-bureau.

IN DIT MILIEU gaat Willem-Alexander zich weer bewegen en, hem kennende, ook werken. Volgens de voorstanders van een verdergaande sanering van het IOC zal van zijn aanwezigheid een heilzame invloed uitgaan. Wellicht is dat waar. Maar juist als deze redenering juist blijkt te zijn, komt ze ook op gespannen voet te staan met het constitutioneel-monarchale staatsbestel van Nederland. Als de kroonprins zich gedeisd houdt, is hij slechts indirect medeverantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het IOC en hoeft de premier zich misschien niet te bekommeren om zijn ministeriële verantwoordelijkheid voor het handelen van het koninklijke IOC-lid. Dan heeft zijn participatie in het comité echter ook niet zoveel zin. Als de kroonprins daarentegen actief gaat meewerken aan de voortgaande opruiming van het IOC zal hij ook politiek moeten opereren. En dan komen de grondwettelijke onschendbaarheid van Willem-Alexander en de ministeriële verantwoordelijkheid voor hem wel in het vizier.

HET BESLUIT dat het kabinet-Kok volgende week over het al dan niet laten doorgaan van het IOC-lidmaatschap van de kroonprins wil gaan nemen, zal derhalve nooit alom waardering oogsten. Keert Kok zich tegen een daadwerkelijke participatie van Willem-Alexander dan trekt hij zijn handen af van de sport, hetgeen hem niet in dank zal worden afgenomen. Stemt hij in, dan loopt hij het risico straks zelf de consequenties op zijn bord terug te vinden.

Kok heeft dit dilemma aan zichzelf te wijten. Hij had eerder duidelijkheid moeten verschaffen. Door dat na te laten, heeft hij de mogelijke politisering van de kroonprins op haar beloop gelaten. Daar heeft tot nu toe niemand baat bij gehad.