NIEUWBOUW

Toen toenmalig rijksbouwmeester Kees Rijnboutt het architectenbureau Aldo en Hannie van Eyck begin jaren negentig verzocht de nieuwbouw voor de Algemene Rekenkamer in Den Haag te ontwerpen, ontstond enige beroering binnen de Nederlandse architectenwereld.

Niemand betwistte de staat van dienst van het meermaals onderscheiden architectenpaar. Maar het duo had nooit eerder een rijksgebouw ontworpen. En hoe zou de eigenzinnige Van Eyck (1918) omgaan met de forse beperkingen die de Rijksgebouwendienst hem oplegde? De ontwerpers mochten bijvoorbeeld niets veranderen aan de zestiende-eeuwse gebouwen aan het Lange Voorhout en het negentiende-eeuwse Grootboekgebouw halverwege de Kleine Kazenestraat. Het nieuwe gebouw mocht vanaf het Lange Voorhout zelfs niet eens zichtbaar zijn. De Van Eycks moesten zich, kortom, verre houden van architectonische hoogstandjes. En dat was even slikken voor de man die eind jaren vijftig wereldberoemd werd met de bouw van het Burgerweeshuis in Amsterdam. Toch was het echtpaar vastbesloten geen `aanhangsel' van de nieuwe Rekenkamer te maken. Aldo van Eycks laatste bouwwerk — de architect overleed begin dit jaar — is allesbehalve doorsnee. ,,Een kleurrijk eiland, waar alles wat een kantoorgebouw onaangenaam maakt, vermeden is'', lichtte hij zijn creatuur ooit toe. Kleurrijk, omdat in de gevel van de nieuwbouw alle kleuren van de regenboog terugkomen. De ramen worden breder naarmate de tegelstroken aan weerszijden van de open regengoten smaller worden. Dankzij de vorm — drie kernen, gegroepeerd rond een bibliotheek — zouden werknemers zich vrij voelen. En dat zijn ultieme doel. ,,Wij bouwen niet graag een x-aantal kamers voor een x-aantal anonieme bureaucraten. Wij bouwen alsof het voor een persoon is.'' Het nieuwe onderkomen van de Rekenkamer biedt plaats aan zo'n driehonderd werknemers, het bruto vloeroppervlak bedraagt 8.091 vierkante meter.