Martin Parr toont plastic wereld

In zijn nieuwe serie Common Sense zoomt de Britse Magnumfotograaf Martin Parr (1952) in op de gekte van de fast food-industrie en de smakeloze wereld van entertainment. Het kostte hem vier jaar om de 350 foto's te maken; heel de wereld heeft hij er voor afgereisd. Op dit moment is de serie gelijktijdig te zien in veertig steden waaronder Londen, New York, Tokio, Keulen, Singapore, Praag, Stockholm en Amsterdam (in het Amsterdams Centrum voor Fotografie, ACF). ,,Het idee dat de foto's overal zijn genomen en overal te zien zijn, dat spreekt mij aan'', zei Parr onlangs in een interview in The Art Newspaper.

De verschillende commerciële en niet-commerciële galeries krijgen de serie in kleuren-laserprints en op A-3 formaat aangeleverd. Parr heeft geen instructies gegeven voor de inrichting van de tentoonstelling. Het ACF heeft ervoor gekozen de afbeeldingen in blokken op de wanden te plakken, dicht tegen elkaar aan. Dat werkt heel goed. Common Sense bestaat uit rauwe, met flitslicht gefotografeerde beelden die van heel dichtbij zijn genomen. Gebakjes in de vorm van zuurstokroze varkentjes op een goudkleurig dienblad. Een playmate op de muur van een garage waar vuil gereedschap voor bungelt. Of zwetende plakjes kaas en vleeswaren onder een stuk doorzichtig plastic. Met deze gedetailleerde opnamen schetst Parr een beeld van de consumptiemaatschappij. Niet de foto's afzonderlijk maar de opeenstapeling ervan creëert het door Parr gewenste, sinistere effect.

Dat was anders in zijn in 1995 gemaakte en qua thematiek vergelijkbare serie Small World (op de tentoonstelling niet te zien). Die serie was een wereldwijd documentair verslag van toeristen op excursie, die hun de kuddegeest toonde. Zoals in Leaning Tower, een hilarische foto van mensen die elkaar fotograferen bij de toren van Pisa, Italië. De gefotografeerden nemen hierbij massaal dezelfde pose aan, hellend naar één kant, zodat het lijkt alsof ze tegen de scheve toren aan leunen. In Small World toonde iedere foto een hele scène, vertelde elk beeld op zich een afgerond verhaaltje. In vergelijking hiermee is Common Sense een serie geïsoleerde fragmenten die, doordat ze naast elkaar geplaatst zijn, een groter beeld oproepen: dat van de mallemolen waaraan de commercie schuldig is.

Parr toont zich een meester in het oppikken van clichés, van beelden die je bekend voorkomen maar tegelijk ook weer niet. De foto van het gedragen T-shirt met opdruk van de Spice Girls en een meisjeshand met een fel gekleurd ijsje kan overal zijn genomen. De goudbruine kroket achter het glazen deurtje van de automatiek is echter onmiskenbaar Nederlands – nergens anders ter wereld eten mensen warme snacks `uit de muur'.

De ordinaire kant van de consumptiemaatschappij die Parr in Common Sense belicht, is duidelijk niet de zijne. Doordat hij de consumptiedrift met een haast antropologische blik beschouwt, roept de fotoserie ook een gevoel van aapjes kijken op. Zijn overdreven aandacht voor en verbazing over hoe de `gewone man' zich vermaakt, heeft iets pathetisch. Bedoeld of onbedoeld spreekt er een minachting vanuit. Lacherig, een beetje vals zelfs, lijkt hij de fantastische plastic wereld te etaleren.

De les die we hieruit kunnen leren is dat we ons gezond verstand zouden moeten gebruiken door te stoppen met het grenzeloze consumeren en te beginnen met consuminderen. Maar Parr zelf zal de laatste zijn die zijn werk die uitleg geeft: ,,Ik wil de mensen geen boodschap door hun strot duwen'', zegt hij. ,,Ik geef ze juist een heleboel mogelijkheden waaruit ze kunnen kiezen.''

Tentoonstelling: Common Sense, Martin Parr. Amsterdams Centrum voor Fotografie. Bethaniënstraat 9, Amsterdam. Wo t/m za 11-17.00 u. T/m 17 april. Catalogus ƒ85,-