Het hert laat op zich wachten

Eten is kijken. Je proeft met je ogen: eerst de zaak, dan de bediening en ten slotte de kaart. Wat je ziet is wat je eet en geen restaurant hetzelfde. Soms moet je vreselijk goed kijken: zeg maar met een gulzige blik.

Mangerie De Jonge Koekop is zo'n zaak. Neem de inrichting: die is sober op het saaie af — non-descripte schilderijen aan de muur, sanseveria's voor het raam, eenvoudige tafeltjes om aan te zitten. En het eten wordt uitgeserveerd op een ratjetoe aan borden, die ook nog eens schuil gaan onder cloches met een wel erg plastic uitstraling.

De zaak geeft zijn charme pas bij een tweede taxatie prijs. Drie verdiepingen telt het vroegere oliepakhuis in de Leidse binnenstad en het is een genot om te zien: het personeel ruist op en neer, het jongleert met borden, balanceert met glazen en dat allemaal met een aanstekelijk enthousiasme.

Gemoderniseerd en verjongd is het restaurant aan de Lange Mare inmiddels alweer een tijdje een gewilde locatie. Eigenaar Martin van der Ham en gastheer Edwin Hagen hebben voor een prettige ambiance gezorgd. Charme en stijl, zo stellen we vast, gaan hier nog samen en de bediening is bovendien aangenaam voorkomend. Noem het kwaliteit zonder kapsones.

Wij bezochten De Jonge Koekop op een gure winterdag en we hongerden naar wild. Als vooraf kozen we een gerookte fazantfilet met een salade van gemarineerde zuurkool en een vossenbescompôte (ƒ15,75). Een stevige entree die prettig verraste in combinatie met een aanbevolen glas Elzasser riesling. Ze doen er met wijn niet moeilijk: halve flesjes of een wijnarrangement (2 soorten à ƒ17 per persoon; drie soorten à ƒ24,50 en vier soorten voor ƒ29,50) — het kan allemaal.

We vervolgden met een wildbouillon met profiteroles en een farce van wild (ƒ12,75) Minder krachtig dan we ons hadden voorgesteld en een tikkeltje aan de lauwe kant.

Daarna ging er iets grondig mis en bleef het hoofdgerecht erg lang uit. ,,Met zorg bereid, kost soms wat tijd'', had de kaart al gewaarschuwd. Uiteindelijk was ons meer dan drie kwartier wachten vergund en had begrip voor het vakmanschap plaats gemaakt voor ergernis over het gebrek aan effiency. Vanaf de entresol zagen we op enig moment de keukenbrigade in volle sterkte uitrukken voor een gezelschap onder ons: op commando gingen de cloches in één beweging van de borden. De gasten waren verguld met deze act, maar wij zien de koks liever in de keuken.

Ons hoofdgerecht was hertenbout op schorseneren — die magnifieke `arbeidersasperge' — gecombineerd met cranberries (ƒ37,50). Een weldadige combinatie — de cranberries gaven het wild de vereiste pit. En een mooi glas pinot noir maakte de avond goed.

Wij hadden niets meer te wensen en lieten het nagerecht aan ons voorbij gaan. Jammer voor de soesjes met honingijs (ƒ12,75) en de crême brûlee van zoethout (ƒ14,50) — het één met een glas springbok; het ander met een glas samos.

Wij proefden buiten nog een gedicht, zoals dat aan de overkant van de Lange Mare vrijelijk op de gevel staat. `I made my song a coat/covered with embroideries/out of old mythologies/from head to throat', dichtte William Butler Yeats en wij voelden op slag niks meer van het gure winterweer.

Of we nog terugkeren in De Jonge Koekop? Hun Schouwburgmenu (twee gangen naar keuze à ƒ38,50 ) als opmaat voor een voorstelling in die heerlijke bonbonnière om de hoek, lijkt ons wel wat. Maar komen we dan ook echt op tijd bij de voorstelling?