`Frankrijk vernederlandst'

De drugsruzie tussen Frankrijk en Nederland van een paar jaar geleden is veranderd in pragmatische samenwerking.

De eensgezindheid was wat misleidend, maar er is op drugsgebied het nodige veranderd tussen Nederland en Frankrijk. Vooral de zorg voor verslaafden in Frankrijk is de laatste jaren `vernederlandst', stelde drugsarts Bertrand Lebeau vast.

De poltici die Nederland een `narcostaat' hebben genoemd waren er niet bij in het Institut Néerlandais in Parijs, dat gisteren een colloquium hield onder de titel `Les Drogues, La France contre Les Pays-Bas, La France rencontre les Pays-Bas'. Daardoor kon deze goed bezochte ontmoeting een harmonieuze affaire worden. Deskundigen uit beide landen gingen de ontwikkelingen op hun gebied na. De juristen, de politiemensen, de drugswatchers, de samaritanen van de eerstelijns opvang, ze waren het meestal eens over de werkelijkheid. De feiten blijken tamelijk verschillend te zijn in beide landen, maar ze groeien naar elkaar toe. Frankrijk haalt zijn opvang-achterstand in: spuiten wisselen en methadon-projecten. Steeds meer wetenschappelijk onderzoek gebeurt in overleg.

Frankrijk maakt geen onderscheid tussen hard- en softdrugs, arresteert veel hasjgebruikers en straft handelaren zwaar, met beperking van hun rechten. Het lid van de Hoge Raad G. Corstens legde uit hoe het Nederlandse recht stoelt op de pragmatische erkenning dat er altijd verdovende en stimulerende middelen zijn geweest en zullen zijn.

Veel vragen gingen over synthetische drugs, een nieuw exportsucces van Nederland. `Drugsraad' bij de Nederlandse ambassade in Parijs, de voormalige Rotterdamse hoofdcommissaris van politie Hessing, wees op de oprichting van een speciaal team in Eindhoven. Adjunct-directeur Koutouzis van het Observatoire Géopolitique des Drogues was desondanks van mening dat Nederland ,,weinig actief'' heeft gereageerd op de komst van deze nieuwe drugs.

Ook de zorg over de toegenomen sterkte van de nederwiet kreeg een antwoord. Voormalig drugscoördinator Kortenhorst van het ministerie van Justitie vertelde dat regelmatige steekproeven vooralsnog een beperkte toename te zien geven. Het gaat nu om 7 à 8 procent werkzame stof. ,,Als het boven de tien procent komt is het geen soft drug meer.''

Het verzoenende slotwoord kwam van Paul Lafargue, drugsadviseur van premier Jospin: ,,Nederland is zich bewust van de gevaren van nieuwe en oude drugs, maar kan niet alles alleen oplossen. We zien steeds meer dat in alle generaties mensen behoefte hebben aan stimulerende middelen, in de sport, in de politiek. Nederland is geen lichtend voorbeeld. Frankrijk ook niet. Laten we ervaringen delen en zien wat waar werkt.''

Frankrijk houdt zijn strenge wet, Nederland zijn soepele beleid, maar de verkettering is uit de mode. Meer dan één Fransman noemde alcohol en tabak gisteren `legale drugs'. Ook dat was nieuw.