Feta-kaas vrij op EU-markt

Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Nederland mogen kaas onder de naam `feta' op de markt brengen. Dat heeft het Hof van Justitie bepaald in een geschil tussen deze landen en de Europese Commissie en Griekenland.

Het was de lidstaten sinds 1996 verboden kaas als feta op de markt te brengen, omdat de Commissie van mening is dat feta niet de gewone naam van een product is, maar aan de Griekse oorsprong refereert. Het Hof meent echter dat de Commissie daarmee voorbij is gegaan aan de belangen van de andere landen.

Denemarken bijvoorbeeld produceert al sinds 1963 feta, Nederland sinds 1981.

Oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van landbouwproducten worden beschermd door het Gemeenschapsrecht. Dat bepaalt dat `soortnamen' niet kunnen worden geregistreerd en dus niet als oorsprongsbenaming kunnen worden beschermd.

Zo kan de naam van een landbouwproduct of een levensmiddel die verband houdt met de plaats of streek waar het product wordt of oorspronkelijk werd gemaakt niet worden geregistreerd, omdat het een gangbare naam is geworden. Deventer koek mag bijvoorbeeld best in Madrid worden gebakken.

Het Gemeenschapsrecht voorziet wel in `beschermde oorsprongsbenamingen', ofwel BOB's. Griekenland maakt aanspraak op zo'n BOB voor feta uit schapen- en of geitenmelk. Alvorens feta op de lijst van soortnamen te plaatsen hield de Commissie onder consumenten een `Eurobarometer-onderzoek', waaruit bleek dat voor de doorsnee burger feta uit Griekenland komt.