De zaak Beukenoot

Het boekenweekgeschenk van 1950 heette `De zaak Beukenoot'. Je kreeg het cadeau bij aankoop van ƒ3,50 aan boeken. Het was de bedoeling van de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek om zoveel mogelijk mensen van het geschenk te laten genieten. Daarom adviseerde secretaris F.J. Dupont van de CPNB om slechts één exemplaar per koper uit te reiken. ,,Ook al koopt de klant voor meer dan honderd gulden aan boeken'', lichtte hij toe. De oplage was dat jaar 130.000 stuks; de schrijver kreeg ƒ2.000. Dat was iets meer dan anderhalve cent per boekje. Gezien de enorme oplage van nu (750.000) en een halve eeuw geldontwaarding lijkt die ƒ70.000 van Connie Palmen niet zo veel.

De schrijver was onbekend – de lezers mochten `beoordelen' wie hij of zij was. Achterin het boekje stond een lijst met namen van auteurs die een manuscript hadden ingezonden. Tussen de goede raders werden boekenbonnen verloot.

Noldus Beukenoot, de hoofdpersoon van `De zaak Beukenoot', is `een sul, een goeie knul, die niets heeft gedaan', volgens zijn vrouw Leen. Toch is hij in de bajes beland. Leen en de kinderen mogen hem daar niet bezoeken, want Noldus en Leen waren niet wettig getrouwd. Reglementen waren in 1948 reglementen. Noldus verdient de schamele kost met het maken van schilderijtjes, die hij langs de deur uitvent. Hij heeft talent noch ambitie; hij schildert viooltjes en klaprozen na van ansichtkaarten. Op een novemberdag krijgt hij door toeval meer geld in handen dan hij in jaren bij elkaar heeft gezien en op weg naar huis pakt hij een paar stevige borrels. Wat er daarna gebeurd is, herinnert hij zich nauwelijks, maar de aanklacht luidt diefstal met braak. De officier van justitie wil een voorbeeld stellen. Waar zou het naar toe gaan als iedereen zo maar een etalageruit kon intrappen om de vurig begeerde goederen daarachter te stelen. ,,Deze onzekere tijden dwingen tot strenge maatregelen.'' Eis: een jaar. Uitspraak tien maanden.

Noldus begrijpt niet wat hem overkomen is. Hij is niet in staat duidelijk te maken dat hij helemaal niet op het dievenpad was. Hij wilde alleen maar zijn oude vriendin Jopie omhelzen, warme, roze Jopie. En net toen hij voelde dat de harde etalagepop Jopie niet was, pakten twee agenten hem beet. Zijn enige verdedigingsstrategie is ,,Kaken op elkaar houden!''

Een gerechtelijke dwaling duurt niet eeuwig in Holland en na een paar maanden beginnen welmenende instanties en personen zich met de zaak Beukenoot te bemoeien. Helaas gaan ook welmenende personen met vakantie, dossiers hebben de neiging zoek te raken, het aanzien van justitie mag niet geschaad worden en zo gaan er elf maanden overheen voordat Noldus weer als vrij man in de oktobermist staat.

Het was een goed verhaal dat voor iedereen te begrijpen was. De auteur bleek Marianne Philips te zijn, toen tamelijk bekend. Naar het boekenbal ging ze niet. Ze had een ongeneeslijkte spierziekte, maar haar man, de commissionair in effecten Sam Goudeket, nam voor haar de prijs in ontvangst.

Marianne legde er de nadruk op dat de geschiedenis echt gebeurd was. ,,Dit is de waarheid en niets dan de waarheid omtrent de zaak Beukenoot en hen die erbij betrokken waren. God zij ons allen genadig.''

Waar haalde Marianne het verhaal vandaan? Ze kwam al lang niet meer buiten. ,,Wil je het echt weten'', vroeg iemand die goed bevriend was met Marianne Philips en die ik kort na de boekenweek ontmoette. ,,Beloof dat je het nooit verder vertelt. Nooit. Zelfs mijn eigen kinderen weten het niet. Ik heb een half jaar in de gevangenis gezeten.'' Hij zat daar voor een fiscaal foefje, waarvoor hij nu bewondering zou oogsten. Maar toen werd het gevangenis en daar had hij met Noldus de cel gedeeld.

Net als Noldus heb ik mijn kaken op elkaar gehouden. Nu hoeft het niet meer. Maar ach, wie wil het nog weten?