Bijna een ouderwets sprookje

Een gevloerd rund ligt op zijn zij. Achter hem hangen karkassen, hel verlicht, in vitrines. Het nieuwe stuk van Peer Wittenbols gaat, zoveel is zeker, over dood en koeien. Daar leeft men van, van die koeien: de familie op het toneel heeft fortuin gemaakt met de veehouderij. Een Hollands boerendrama gaat in Tweeduister samen met een Griekse mythe. Het is de mythe van koning Admetus en zijn vrouw Alkestis. Zijn godenvriend Apollo schenkt Admetus het eeuwige leven. Onder één voorwaarde: Admetus moet ooit iemand vinden die in zijn plaats zal sterven. Zonder over de mogelijke gevolgen na te denken aanvaardt Admetus Apollo's cadeau. De koning daagt de Dood uit en dan wordt het menens: welke vrijwilliger meldt zich aan? Niemand dus. Niemand behalve Alkestis.

In vijf bedrijven ontvouwt zich een trage tragedie. Langzaam zijn de handelingen, langzaam en groots en gedragen als in een antiek ritueel. En tegelijk aards en nuchter. Zoals de meid Juba dat rund wast, plechtstatig maar ook routineus, zo wast zij even later het lijk van de jonge meid Nana. Nana is gestorven aan een tekort aan liefde, Alkestis zal aan een teveel aan liefde sterven. Nana's dood als voorbode van de dood van Alkestis: zo klassiek zit dit stuk in elkaar.

Even hoekig als de gebarentaal is de taal die erbij wordt gesproken. De korte, karige zinnen poot men in de ruimte neer als zware beeldhouwwerken. Als grove, uit harde steen gehouwen objecten die toch kostbaar zijn. `Van buiten drink ik maar van binnen huil ik.' `Laat me gerust.' `Kijk niet zo ongeboren.' `Verzamel je benen, sta op.' Doorsnee-Nederlands met een tic, dat in Wittenbols' realistische stukken heel vanzelfsprekend klinkt maar hier niet. Een koninklijke familie die zo koddig praat: het is even wennen. Het is sowieso even wennen aan de symbolistische weg die Wittenbols' gezelschap De Federatie hier inslaat.

De Federatie maakte al eerder een voorstelling op basis van een Griekse mythe: Zog ging over Demeter en Hades en Kore. In Tweeduister, een coproductie met Het Nationale Toneel, waagt regisseur Rob Ligthert zich aan een hogere graad van abstractie. Van decorstukken ziet hij zoveel mogelijk af. Die vier vitrines, een paar blokken bij wijze van zitjes, dat is alles. En ja, dat rund, maar dat wordt met behulp van takels decent afgevoerd. Wat er overblijft, op het grote podium van theater De Regentes, is van een monumentale eenvoud. Zelfs de karkassen dringen zich niet op, want zij zijn van gips en laten geen bloedsporen na.

Bloed en sperma, seks en geweld en sensatie heeft Tweeduister niet te bieden. Niet in een uitbundige vorm. Het liefdesdrama dat het doodsdrama begeleidt oogt kuis en haast sereen. Monic Hendrickx is een stille, toegewijde Alkestis en Hans Hoes speelt onnadrukkelijk maar stevig de starre Admetus, die pas na een hoop dommigheden beseft dat het eeuwige leven zonder liefde geen zin heeft. Hij maakt de loutering door die zijn wijze vrouw niet nodig heeft. Een ouderwets sprookje. Bijna. Gelukkig wordt de idylle verstoord door het alledaagse egoïsme van de overige familieleden. Van Admetus' verbitterde ouders vooral, mooi gespeeld door Trudy de Jong en Gees Linnebank van Het Nationale Toneel, die zich soepel voegen naar de stroeve, elegische stijl van De Federatie.

Voorstelling: Tweeduister, van Peer Wittenbols, door Het Nationale Toneel/De Federatie. Regie: Rob Ligthert. Spel: Monic Hendrickx, Hans Hoes, Sophie Houweling, Trudy de Jong, Gees Linnebank, Anne Martien Lousberg, Remco Melles, Han Römer, Juul Vrijdag. Decor: Matt Vermeulen. Muziek: Wim Selles. Licht Marc Heinz. Kostuums: Dorien de Jonge, Machteld Karbaat. Gezien: 17/3 De Regentes, Den Haag. Aldaar t/m 11/4; tournee t/m 29/5. Inl. (070) 318 14 44.