Vooral slecht management speelt Nissan parten

Nissan probeert met saneringen te redden wat er te redden valt. Nu moet Renault voor de grote impuls zorgen. ,,Het meest positieve is het geld.''

Onlangs viel een folder in de brievenbus met een aardige korting op de Nissan Wingroad LE 1500: van 20.000 naar 15.000 gulden. Ook andere modellen zijn in de aanbieding met dezelfde korting van rond een kwart van de prijs. De kop van de folder luidt: `Aanbiedingen wegens sluiting van de boeken.' Op 31 maart loopt in Japan het boekjaar af en Nissan wil nog zoveel mogelijk auto's de deur uit hebben om de cijfers zo florissant mogelijk te krijgen.

Voor het sluiten en openbaar maken van de boeken wil Nissan nog een tweede kwestie hebben geregeld: een bruid. Na mislukte onderhandelingen met DaimlerChrysler luidt de naam van de beoogde partner nu Renault. De Franse automaker heeft gisteren een bod gedaan. Volgens berichten in de Japanse pers zou Renault een derde van de aandelen kopen en een deel van de directie kunnen benoemen waaronder een vice-president, met een vetorecht bij cruciale beslissingen. Nissan zegt in een persbericht het aanbod ,,positief te ontvangen''. Nissan's baas Yoshikazu Hanawa zei vandaag dat een besluit nog deze maand zal vallen, maar als altijd weet de Japanse pers het beter en schrijft vandaag op basis van ongenoemde bronnen dat de samenwerking rond is.

Nissan kampt naar verluidt met schulden van rond de 2.500 miljard yen, ofwel zo'n 41 miljard gulden. Het bureau Moody's degradeerde onlangs Nissan's schuld tot de status van junk, ofwel Nissan is geen kredietwaardige onderneming. De verwachting over de komende jaarcijfers worden de laatste tijd snel slechter. Nissan zelf verwacht 30 miljard yen (500 miljoen gulden) verlies voor het lopende jaar. Het doorgaans kritische onderzoeksinstituut Toyo Keizai was in een net gepubliceerd rapport nog optimistischer en verwachte een netto verlies van 10 miljard yen (160 miljoen gulden), een jaar terug dacht hetzelfde instituut nog dat Nissan op 31 maart aanstaande een winst van 50 miljard yen bekend zou kunnen maken. Maar Japans economie is het afgelopen jaar in een forse recessie geduikeld en Nissan duikelde mee.

In een poging te redden wat er te redden valt heeft Nissan begin dit jaar de banden volledig doorgesneden met vier toeleveranciers die voorheen tot de Nissan-groep behoorden. Het aandeel in een groter aantal gelieerde ondernemingen is nog in beraad. Bij Nissan verdwijnt de in Japan traditioneel sterke band tussen moederbedrijf en toeleveranciers, waarbij laatstgenoemden immer alle opdrachten van boven hadden te slikken. Nissan stapt over naar een zakelijkere relatie waardoor het de aandelen kan verkopen voor hard nodige contanten. Nissan snijdt ook in eigen vlees en zal in 2000 de poorten sluiten van een assemblage fabriek. Ook bij vrachtwagenproducent Nissan Diesel gaat een fabriek dicht en wordt het personeel met 3000 man terug gebracht.

Nissan lijdt niet alleen onder de recessie, de tweede automaker van het land verliest ook terrein op de concurrentie. Terwijl de gehele verkoop van auto's in Japan het afgelopen jaar met 10 procent daalde, is Nissans verkoop gezakt met 16 procent. In 1997 produceerde Nissan binnenlands 1,6 miljoen auto's maar voor 1999 staat nog slechts een produktie van 1,4 miljoen gepland.

,,De auto's van Nissan zijn technisch hoogstaand, maar de bedrijfsvoering is slecht.'' Zo luidt een veel gehoord oordeel over Nissan. Een Amerikaanse autojournalist in Tokio wilde recentelijk een reactie van Nissan zelf op dit oordeel en de woordvoerder gaf ongewild een illustratie: ,,Daar kunnen we niet op reageren.''

Een structurele fout in de bedrijfsvoering van Nissan is bijvoorbeeld het `vlieger-fenomeen' in de planningsfase, aldus een toeleverancier van Nissan deze maand in het blad Toyo Keizai. Dit houdt in dat in de planning verkoop- en productiecijfers als vliegers in de lucht moedwillig te hoog worden gezet. Later noodzakelijke bijstelling naar beneden heeft vervolgens als resultaat dat gemaakte kosten niet meer kunnen worden terug verdiend.

De voortdurende daling van de binnenlandse productie naar 1,4 miljoen voor komend jaar (in 1990 bedroeg dit aantal nog 2,4 miljoen) lijkt Nissan dit jaar pas de ogen hebben geopend voor de noodzaak van forse sanering. Zoals ook het geval in de crisis rond Japans banken is het geval Nissan al genoemd als een voorbeeld van de onmogelijkheid van traag, consensus gericht Japans management in het omgaan met een crisis. Een gebrek aan daadkrachtig ingrijpen omdat gevestigde belangen niet mogen worden aangetast. In de tussentijd heeft men de nood zo hoog laten stijgen dat het gehele bedrijf in de etalage staat voor een buitenlandse partner, nodig voor vers kapitaal.

President Hanawa zei vandaag ,,veel profijt'' te verwachten van de mogelijke samenwerking met Renault. Zo heeft Nissan een redelijk, zij het ook daar teruglopend, aandeel in de Verenigde Staten en Azië waar Renault niet sterk is. Sommige analisten hebben daar echter vragen over. Het nieuws over Renaults bod leidde vanmorgen in Tokio dan ook niet tot euforie. Aanvankelijk daalde het aandeel zelfs. ,,Gif blijft gif'', zegt een handelaar in Tokio bijvoorbeeld over Nissans huidige staat. Tsuyoshi Mochimaru, analist bij Dresdner Kleinwort Benson zegt over de Franse investering: ,,Het meest positieve is het geld.''