Menselijke rat

Er is een lelijk Nederland. Bijna al het nieuws dat de krantenlezer en de televisiekijker te verstouwen krijgt, heeft een negatieve lading. Veteranenziekte, hongerstaking, enquêtecommissie, gebrek aan thuiszorg, criminele twaalfjarigen, je zou er mismoedig van worden als je niet rigoureus de aan/uit knop van de betrokkenheid zou hanteren. De krant valt alleen te lezen, als je met jezelf hebt afgesproken dat de inhoud je niet persoonlijk raakt. Wat er dan overblijft is informatie sec – altijd nuttig, altijd waardevol, zij het dat kennis van de actualiteit nuttiger noch waardevoller is dan kennis van de muziek of van het oude Egypte.

Het lelijke, het onrechtvaardige, het ethisch verwerpelijke, het mensonterende heeft per definitie een grotere informatieve waarde dan het aangename. Hoe beter geïnformeerd, hoe meer kans op pessimisme. In dat opzicht is het dwangmatig doornemen van kranten (compleet met schuldgevoelens als het er een weekendje niet van gekomen is) te vergelijken met sluipende zelfverwurging. Je kunt jezelf wel onaangedaan verklaren, de gruwelijkheid sijpelt toch naar binnen.

Ik ben geen goed-nieuwsliefhebber. Er hoeven van mij geen foto's in de krant van eerste lammetjes of gezellige terrasjes in de lentezon of uit de boom geredde katten. Toch kreeg ik mijns ondanks een goed humeur van een berichtje in De Telegraaf van afgelopen vrijdag. Onder de kop `Rat gijzelt damesclubje' beschrijft de correspondent hoe een groepje vrouwen die in een school te Delfzijl zaten te vergaderen bevrijd werden van een rat, die de uitgang versperde: ,,Het knaagdier trippelde vrolijk rond bij de enige toegangsdeur van de school. Toen een van de vrouwen naar huis wilde en bij deze deur stond, greep de rat zich tot twee keer toe vast in haar broekspijpen. Gillend stormde de Groningse weer naar binnen en trok de deur ferm achter zich dicht. Omdat het knaagdier geen aanstalten maakte om bij de deur weg te gaan, besloten ze de politie te bellen. De geüniformeerde redders in nood hebben de dames uiteindelijk bevrijd door een grote doos over het beestje te gooien. Direct na de `gijzelingsactie' maakten de vrouwen zich razendsnel uit de voeten. Uiteindelijk werd ook de rat weer op vrije voeten gesteld.''

Het bijzondere van dit bericht is de vermenging van ouderwetse waarden en radicaal-moderne inzichten. In perfecte reporterstijl (let op de afwisseling dames-vrouwen-Groningse, rat-knaagdier, het treffende gebruik van aanhalingstekens) laat de verslaggever zien hoe het er in het dagelijkse Nederlandse leven aan toe gaat. We bevinden ons op een willekeurige school, waar een exclusief vrouwelijk gezelschap aan het vergaderen is. Ongetwijfeld zijn deze vrouwen bezig met de organisatie van vrijwilligerswerk (hulp bij het lezen, het overblijven en al die andere taken waarvoor scholen een beroep doen op de inzet van moeders).

Een vrouw wordt bij het verlaten van de bijeenkomst besprongen door een ondier. Gelukkig in haar broekspijpen – vrouwelijke vrijwilligers dragen geen mantelpakjes met panty's. Daarna wordt er overlegd en men besluit niet op zoek te gaan naar een bezem of een schop om zichzelf te bevrijden, maar de hulp van de politie in te roepen. Die ontzet de vrouwen uit hun benarde positie door een doos over de rat te gooien – waar werd die zo snel vandaan gehaald? In een hartverwarmende finale herwint ook de rat weer zijn vrijheid.

Uit dit incident kunnen we opmaken dat de vrouwelijke zelfredzaamheid smelt bij de aanblik van een rat. Ondanks de oplopende werkdruk heeft de politie nog steeds mankracht paraat voor simpele ridderlijkheid. Terwijl elders bij de overheid ratten onder de post `ongediertebestrijding' vallen, heeft deze rat bij deze confrontatie een gezicht gekregen. De vijand is verslagen, maar hoeft niet dood. Ook de politie is er blijkbaar van doordrongen geraakt dat speciësisme (het idee dat de mens boven het dier staat) iets verwerpelijks is.

Er bestaat ook een mooi Nederland. Onnozeler misschien dan het lelijke, maar daarom juist zo opmonterend.