Marktwerking in onderwijs is `gekte'

Marktwerking in het onderwijs is een hot item. Arie van der Hek, bestuursvoorzitter van de Universiteit Twente, vindt dat er sprake is van gekte.

De universiteiten zijn in de ban van de markt. Doordat de overheid zich terugtrekt, worden ze de markt opgedreven, zeggen de universiteiten zelf. Niet voor niets is de marktwerking hét thema vandaag op de jaarconferentie van de overkoepelende organisatie van universiteiten VSNU. Onder het motto `Verschil moet er zijn' spreken kopstukken uit de universitaire wereld over marktwerking en over de drang van universiteiten om zich te onderscheiden. Wat zijn de gevolgen voor onderwijs en onderzoek?

Arie van der Hek, bestuursvoorzitter van de Universiteit Twente en een van de discussieleiders, vindt dat de marktwerking in het hoger onderwijs is doorgeslagen, hij noemt het zelfs een gekte. Door het hoger onderwijs te subsidiëren, heeft de overheid willens en wetens een enorme vraag gecreëerd. Het aanbod van universiteiten en hogescholen is daaraan aangepast. Volgens Van der Hek tast marktwerking het principe van onderwijs voor iedereen aan.

Voordat u in het onderwijs terechtkwam, financierde u als directeur van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij ondernemingen op commerciële wijze. Waarom geen marktwerking in het onderwijs?

,,Naarmate de overheid verder bezuinigt op het hoger onderwijs, moeten de instellingen meer geld van studenten vragen. Het is nu al voor veel studenten lastig om de kosten van levensonderhoud op te brengen. Een overheid die zich steeds verder terugtrekt, betekent derhalve een ingrijpende sanering van het hoger onderwijs. Ik denk dan: doodzonde, gemiddeld kost een opleiding van één persoon, afgezien van de studiefinanciering, de overheid minstens 50.000 gulden. Dat is de prijs van een middenklasser. Dat is spotgoedkoop.''

Voorstanders van marktwerking bepleiten al jaren de introductie van de zogenoemde vouchers, een soort bonnen waarmee mensen een bepaalde termijn aan onderwijs kunnen kopen, waar en wanneer ze dat zelf willen. Het idee daarachter is dat instellingen elkaar gaan beconcurreren op prijs en kwaliteit ten gunste van de consument.

,,Een student levert een voucher in bij de onderwijsinstelling van zijn keuze en krijgt daar onderwijs voor terug. Op zich is dat een goed systeem. Maar dan moeten de vouchers wel het bedrag vertegenwoordigen dat studenten momenteel aan studiefinanciering ontvangen plus het geld dat de overheid nu per student rechtstreeks aan de universiteit of hogeschool betaalt, anders kunnen ze het er niet voor doen. Dat worden dus hele dure vouchers. Ik betwijfel sterk of de overheid dat aandurft.''

Waarom moeten die vouchers zo duur zijn? De particuliere instellingen beweren dat zij goed onderwijs veel goedkoper kunnen aanbieden dan de gesubsidieerde instellingen.

,,Geen kunst. De gesubsidieerde onderwijsinstellingen hebben een veel duurdere infrastructuur: laboratoria, werkplaatsen, dure gebouwen. Wij kunnen niet tegen de kostprijs van de particulieren op concurreren. En dan heb ik het nog niet eens over de arbeidsvoorwaarden en de wachtgelden die instellingen moeten betalen.''

Bent u wel voor een dure voucher?

,,Dan wordt het een interessante optie. Maar er zit wel een addertje onder het gras. Want hoe betrouwbaar is de overheid? Niet zo bijster betrouwbaar, zou ik zeggen. Het is ten tijde van bezuinigingen heel verleidelijk om te zeggen: van die vouchers kan wel wat af. Er zouden keiharde afspraken gemaakt moeten worden over de hoogte van de voucher. Anders zou ik zeggen: niet doen.

De overheid zou niet alleen graag meer marktwerking in het onderwijs zien, het onderzoek zal er ook aan moeten geloven.

,,Wanneer de overheid blijft bezuinigen op het onderzoeksbudget, is het gedaan met het fundamentele onderzoek dat puur wordt ingegeven door nieuwsgierigheid. Want bedrijven plaatsen alleen een onderzoeksopdracht als ze overtuigd zijn van het directe nut.

Omdat een universiteit beschikt over gebouwen en apparatuur, betalen bedrijven alleen de extra kosten, zoals personeel en materiaal. Daarom besteden bedrijven als Urenco en Stork onderzoek uit aan de Universiteit Twente. Zonder subsidie zou het voor het bedrijfsleven te duur worden en zou die geldstroom verdwijnen.

Ook het onderzoek kan je niet overlaten aan de markt.''