Kunnen zingen als Shirley Bassey

In de week voorafgaand aan de jaarlijkse Oscaruitreiking kan weer eens geconstateerd worden dat die beeldjes steevast de neiging vertonen om verkeerd terecht te komen. Een enkele nominatie verwierf de Brits-Amerikaanse productie Little Voice, in de categorie `beste vrouwelijke bijrol'. Brenda Blethyn, voortreffelijk als de kettingrokende verloren ziel in Mike Leighs Secrets and Lies, kreeg haar tweede Oscarnominatie voor de spectaculaire, van het frituurvet druipende vertolking van een moedermonster in Little Voice.

Niet genomineerd werden de veel verder reikende rollen van Michael Caine als een derderangs impresario, morsiger dan hij ooit eerder te zien was, en van Jane Horrocks in de titelrol, die ze ook vertolkte in het speciaal voor haar door Jim Cartwright geschreven toneelstuk The Rise and Fall of Little Voice (1992); het werd in 1994 in Nederland opgevoerd met Pleuni Touw als de doerak en Vera Mann als haar dochter.

Ook Horrocks, vooral beroemd door haar rol als Bubble in de komische televisieserie Absolutely Fabulous, is afkomstig uit de school van Mike Leigh: ze was de anorexische tiener in zijn film Life is Sweet (1991). Je zou de filmversie van Little Voice dan ook kunnen opvatten als een luidruchtige karikatuur van een Mike Leigh-film, minus de ironie en de scherpe, humanistische observaties die zijn werk kenmerken.

Het verhaal van een manzieke, materialistische weduwe en haar introverte, bijna autistische dochter in een Noord-Engels treuroord mag dan weinig subtiel verfilmd zijn door de jonge regisseur Mark Herman, er zitten een paar onsterfelijke momenten in. Als Michael Caine het podium bestijgt, in het besef dat hij verkeerd gegokt heeft en failliet is, en een vertolking van Roy Orbisons song It's Over ten beste geeft, die Sid Vicious' versie van My Way naar de kroon stijgt. Maar vooral wanneer Horrocks, omringd door van haar vader geërfde platenhoezen van zangeressen als Judy Garland, Marilyn Monroe en Shirley Bassey, feilloos hun grootste successen imiteert. My Heart Belongs to Daddy is uiteraard de essentie van dit repertoire. Alleen met het beeld van haar vader voor ogen geeft het lelijke eendje voor een keer toe aan de wens van Blethyn en profiteur Caine om voor een publiek op te treden, met uiteindelijk fatale gevolgen.

De theatervoorstelling met Horrocks, die alle liedjes zelf zingt met precies de vereiste trillers en stembuigingen, moet fabuleus zijn geweest. De kern daarvan krijgt Herman niet kapot, ook al tracht hij net zo hard als in zijn vorige film Brassed Off van Noord-Engelse volkstypes banale clichés te maken.

Zo verplaatste Herman de plaats van handeling van de industriestad Bolton in Lancashire, de geboorteplaats van Horrocks, naar de zich gemakkelijker voor vergane glorie lenende badplaats Scarborough, en transformeerde hij de love interest van het bleue meisje van een verliefde toneelbelichter tot een door Ewan McGregor opmerkelijk bleek gespeelde duivenmelker. Vogels in kooitjes, die soms uit mogen vliegen, dat leek scenarioschrijver Herman wel een passende metafoor.

Litle Voice wil te veel onderwerpen en stijlen tegelijk beproeven: sociaal commentaar, Freudiaans melodrama, een volkse klucht. Het best overeind blijft de back stage musical, de tot mislukken gedoemde poging om van een slachtoffer een ster te maken. Heel even lijkt het sprookje uit te kunnen komen, en gaan zelfs de blazers in de gelegenheids-bigband uit hun dak, wanneer ze Horrocks Big Spender horen zingen, met Bassey-volume uit een piepklein borstkasje.

Little Voice. Regie: Mark Herman. Met: Jane Horrocks, Brenda Blethyn, Michael Caine, Ewan McGregor, Jim Broadbent, Annette Badland, Philip Jackson. In: 10 theaters.