Jackie Chan zwiepsprongt door Los Angeles

Met Rush Hour swingt Jackie Chan, superster van de Aziatische martial arts-film, Hollywood binnen. Het is de eerste big budget film waarmee de beminnelijke kung fu-acteur na de successen van Rumble in the Bronx en First Strike Amerika verder moet gaan veroveren. Het is makkelijk om met heimwee te verklaren dat Chan, toen hij nog gewoon films in Hong Kong maakte beter was dan hij nu in Rush Hour laat zien, of desnoods toen hij nog optrad in Amerikaanse B-producties die zijn cult-status in tact lieten. Nu is Chan ingelijfd door Hollywood, prijken zijn voet-, hand en gezellige mopsneus-afdruk in een gedenksteen voor het Chinese Theatre in Hollywood en is hij net als elke held die van iedereen is geworden voor de fans van het eerste uur een beetje van zijn voetstuk gevallen.

Toch is de actie-komedie Rush Hour van Brett Ratner (die eerder debuteerde met de vergelijkbare genrefilm Money Talks) niet de slechtste entree die Chan in Hollywood kan maken en dat heeft hij vooral aan zichzelf te danken. Zijn tegenspeler Chris Tucker (door sommigen als de nieuwe Eddy Murphy binnengehaald, door anderen als een eigenwijze schreeuwlelijk terzijde geschoven) valt ondanks zijn verbale mitrailleurvuur in het niet bij de dansante karateslagen waarmee Chan zijn tegenstanders weet te vloeren. De tegengestelde karakters geven al aan wat het recept van Rush Hour is, namelijk dat van de buddyfilm. Twee aanvankelijk nadrukkelijk niet op elkaars gezelschap gestelde politie-agenten, echte lone riders, worden met elkaar opgezadeld om het ontvoerde dochtertje van de Chinese consul in Los Angeles op te sporen.

Gelukkig draait het in actiefilms nooit echt om het verhaaltje en kun je je al snel overgeven aan de manier waarop Chan in het drukke verkeer van Los Angeles via een paar zwiepsprongen op autobussen en uithangborden aan zijn Amerikaanse collega weet te ontsnappen. Gaandeweg wordt ook de tegenstelling tussen de zwijgzame Oosterling en de hysterisch ratelende Amerikaan wel amusant. Het geslaagdst is de ontknoping waarin Chan een dozijn schurken uitschakelt, en passant wat antieke Chinese vazen overeind weet te houden en met doodsverachting langs een metershoge banier naar beneden glijdt. Tekenend voor de gladgestreken productie is vooral dat in de traditioneel bij een Jackie Chan-film tijdens de eindtitels verzamelde outtakes van mislukte stunts (Chan staat bekend om het feit dat hij al zijn stunt zelf uitvoert) voornamelijk struikelpartijen over dat tongbrekende Engels zijn te zien.

Rush Hour. Regie: Brett Ratner. Met: Jackie Chan, Chris Tucker, Tom Wilkinson, Chris Penn, Elizabeth Pena. In: 53 theaters.