Hotel Newa

Het kost dagen om van Hotel Newa te gaan houden, maar dan is het ook voorgoed en definitief. Wie zou niet vallen voor de krullerige trappen en gangen uit de tsarentijd, de lift die alleen maar omhoog kan, de tuchtigende Stalin-matrassen, de verwarming die geregeld wordt door het raam wat wijder open te zetten, de rammelende douches, de middelbare dames die als koninginnetjes over hun etage regeren, de rijstepap bij het ontbijt. Ik schrijf dit in alle ernst: eerst wil je direct weer weg, dan krijg je een vreemde sympathie voor dit alles, en daarna ben je verloren.

Natuurlijk heeft dit hotel zijn typisch Russische eigenschappen. Je ziet in een kantine `niet roken' staan, terwijl iedereen er lustig op los paft. De Rusland-kenner weet: zo'n bordje heeft niets met roken te maken, maar alles met macht. De beheerster kan daarmee namelijk het roken verbieden en toestaan, gunsten en straffen uitdelen, kortom, haar soevereiniteit uitoefenen over haar kleine koninkrijk. Nieuwe handdoeken? Dat moet uitvoerig besproken worden met twee andere vrouwen. Een tafel om aan te schrijven? Nu overschrijd ik een grens.

,,U moet toestemming hebben van de superieur'', roept de gangdame. De tafel komt er. Maar dan is er een nieuw probleem: de stoel.

Zo beleef ik mooie dagen in huize Oblomov. Misschien, bedenk ik, heeft mijn toenemende gehechtheid aan deze roestige stad en dit voortkabbelende hotel wel te maken met een diepe, fundamentele herkenning. Zoals de gewone wereld van 1999 ons soms vreemd is, zo is deze wereld uit de jaren veertig, vijftig ergens in mijn hart normaal.