Het gelijk van de Europese Rekenkamer

Jarenlang drong de Europese Rekenkamer aan op verbetering van het financieel beheer bij de Europese Commissie. De Nederlander Middelhoek kon mede uit eigen werk putten toen hij als voorzitter van het comité van wijzen een oordeel moest vellen.

Toen de Europese Commissie onder voorzitterschap van Jacques Santer in 1995 aan het werk ging, was de Nederlander André Middelhoek nog voorzitter van de Europese Rekenkamer. Hij schreef de Finse Eurocommissaris Erkki Liikanen, verantwoordelijk voor de begroting, dadelijk een brief met adviezen voor een dringende hervorming van het financiële beheer bij de Europese Commissie. De Europese Rekenkamer had al jaren tegen de klippen opgebokst met het signaleren van misstanden bij de financiële controle en het management van de Commissie.

Afgelopen maandagnacht besloot de Europese Commissie ontslag te nemen naar aanleiding van een rapport van een comité van vijf wijzen, waartoe twee voormalige voorzitters van de Europese Rekenkamer behoren, André Middelhoek en de Fransman Pierre Lelong. Bij het opstellen van dat rapport heeft de ervaring van deze Rekenkamervoorzitters dat structurele hervormingen bij het financieel beheer van de Commissie niet of zeer traag tot stand komen, een belangrijke rol gespeeld. Die ervaring is te herkennen in de laatste passages van het rapport, die gisteren leidden tot zeer geërgerde reacties van de demissionaire Commissie-voorzitter Santer en van Eurocommissarissen als de Nederlander Hans van den Broek.

Daar wordt geconstateerd dat de Commissie niet beschikt over een eenvoudige financiële procedure om individuele verantwoordelijkheid voor onregelmatigheden of fraude vast te stellen. Bovendien stelt het comité van wijzen vast dat het moeilijk is om onder de leden van de Commissie iemand te vinden met ook maar het geringste verantwoordelijkheidsgevoel.

Middelhoek schreef Liikanen in 1995 dat het systeem om te controleren of een besluit over uitgaven volgens de regels is, niet voldoet. Hij bepleitte om achteraf te controleren of uitgaven juist en nuttig geweest zijn. Naar aanleiding van dit advies ging Liikanen de financiële regelgeving hervormen. Eind 1995 toonde de Rekenkamer zich enthousiast over zijn plannen. In het jaarverslag meldde de Rekenkamer onder voorzitterschap van Middelhoek: ,,De Kamer is verheugd over dit programma voor verbetering van het financieel beheer en vindt de eerste stappen die hiertoe binnen de diensten van de Commissie zijn gezet, hoopgevend, ofschoon zij toegeeft dat een bijzondere, collectieve cultuur niet van de ene op de andere dag kan worden gewijzigd.'' Vervolgens verliep de reorganisatie bij de Commissie toch trager dan de huidige Rekenkamer had gewenst. Zij kreeg bij die kritiek steun van het Europees Parlement en reageerde vorig jaar enthousiast met het besluit niet langer een keer per jaar een verslag uit te brengen, maar regelmatig met publicaties te komen. Liikanen verdedigde zich onlangs tegen de kritiek: ,,Je kunt bij reorganisaties in dit huis niet zeggen: alles wat jullie tot nu toe deden, was fout en alles wat ik zeg, is goed. We moeten stap voor stap in de richting gaan van een goed gecontroleerd begrotingssysteem.''

Financiële controle achteraf wordt in Zuid-Europa meestal niet toegepast. Een oordeel over de effectiviteit van uitgaven vinden Rekenkamers daar te politiek. De Europese Commissie past op dit ogenblik een mengvorm toe van controle vooraf en achteraf. Liikanen was van plan later dit jaar een definitieve keuze te maken met een nieuw financieel reglement. De Commissie loopt met het financieel beheer zo'n 15 jaar achter op Nederland, dat de controle in de jaren '80 verbeterde. Aanleiding was het RSV-schandaal, waardoor toenmalig VVD-minister Van Aardenne `beschadigd' raakte.

De wijze van controle is ook een permanent onderwerp van discussie tussen Noord- en Zuid-Europese leden van de Rekenkamer zelf. Het huidige Nederlandse lid van de Rekenkamer, Maarten Engwirda, erkende dan ook de rapporten van de Rekenkamer van wisselende kwaliteit zijn. Zo publiceerde de Rekenkamer vorig najaar een zeer kritisch rapport over uitgaven voor de verbetering van de veiligheid van kerncentrales in Oost-Europa, waarvoor commissaris Van den Broek verantwoordelijk is. Het comité van wijzen hoorde Van den Broek nog eens over deze zaak en concludeerde maandag in haar rapport dat er geen gronden zijn om te beweren dat bij deze uitgaven sprake is van fraude of ernstige onregelmatigheden.