`Geheel onschuldig'

Dinko Šakic, in 1944 commandant van het vernietigingskamp Jasenovac in Kroatië, staat in Zagreb tot eind mei elke dag oog in oog met overlevenden van zijn kamp, `het Auschwitz van de Balkan', `de fabriek des doods'.

Šakic (77) is de eerste aanhanger van het Ustaša-regime, dat in de Tweede Wereldoorlog de nazi-marionettenstaat Kroatië regeerde, die wegens oorlogsmisdaden voor de rechter komt sinds Kroatië in 1991 onafhankelijk werd. Hij is ook de enige nog levende commandant van een concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog.

Beschuldigd wordt Šakic van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Tussen april en november 1944, toen hij commandant was, werden in Jasenovac tweeduizend mensen vermoord, sommigen door Šakic persoonlijk. Hij zou gevangenen hebben gefolterd of hebben laten folteren en ze hebben onderworpen aan ,,excessieve dwangarbeid, uithongering en lichamelijke en geestelijke foltering, met de dood als gevolg'' en aan ,,foltering en moord uit grilligheid''. In Jasenovac werden tienduizenden Serviërs, joden, Roma en anti-fascistische Kroaten vermoord, veelal op brute wijze, met ijzeren haken of met een machine waarin hoofden werden gekraakt. Šakic' voorganger als commandant was een sadist die er plezier in had zijn slachtoffers tevoren het tijdstip en de wijze van hun executie te vertellen. In het kamp werden bewakers geëxecuteerd als ze niet hard genoeg optraden. De bruutheid verbijsterde zelfs de nazi`s, die zich er in rapporten naar Berlijn over beklaagden.

Šakic verklaarde zich maandag ,,absoluut onschuldig''. Eerder zei hij in vraaggesprekken dat er in zijn tijd als commandant (vóór die periode was hij overigens vanaf 1942 in een lagere rang werkzaam in het kamp) alleen maar mensen aan ziekten waren bezweken en dat niemand ooit een haar werd gekrenkt. Alles wat hij had gedaan, had hij gedaan ,,voor het Kroatische volk''. Op de vraag of hij zich schaamde, antwoordde hij: ,,Nee, ik ben trots. Ik zou het weer doen.'' Als hij wordt veroordeeld, kan Šakic twintig jaar gevangenisstraf krijgen.

Šakic zelf heeft volgens een van de 42 opgeroepen getuigen gevangenen geëxecuteerd, zoals een Servische arts, die hij ,,de eer'' gunde te worden doodgeschoten in plaats van te worden opgehangen. Bij een andere gelegenheid selecteerde hij een aantal leden van het kamporkest voor executie, als straf voor de ontsnapping van een hunner.

Processen als dat tegen Šakic zijn voor het huidige nationalistische bewind van Kroatië pijnlijk, omdat de collaboratie van de eerste Kroatische staat in de geschiedenis met Hitler-Duitsland nog eens wordt belicht en omdat etnische minderheden nog altijd een controversiële behandeling krijgen, vooral de Serviërs, de grootste groep slachtoffers van het Kroatische fascisme in de jaren 1941-45. In Zagreb wordt het aantal slachtoffers van Jasenovac nog steeds gebagatelliseerd: volgens president Tudjman – historicus – zijn er `maar' 30.000 mensen vermoord, en niet 700.000, zoals de Serviërs zeggen, of tussen 80- en 120.000, zoals historici beweren. Tudjman heeft bij Jasenovac een monument laten plaatsen waarmee mèt de slachtoffers ook hun Kroatische beulen worden geëerd, met het argument dat die beulen anticommunisten waren die na 1945, onder Tito, voor hun overtuiging waren vervolgd.

Šakic heeft vijftig jaar in Argentinië gewoond. Hij vestigde vorig jaar de aandacht op zich door in een vraaggesprek zijn oorlogsverleden te erkennen. Midden vorig jaar werd hij uitgeleverd. De Argentijnen wezen ook zijn vrouw uit, bewaakster in Jasenovac. De Kroaten lieten haar al snel vrij, wegens ,,gebrek aan bewijs''. Of sindsdien boven water gekomen nieuw bewijsmateriaal leidt tot een heropening van het proces is nog onzeker.