Geen dispensatie hockeybond voor Brinkman

Hockeyer Jacques Brinkman staat schaakmat. Na zijn verwijdering bij Amsterdam hoopte de international in het tweede elftal te kunnen spelen. Maar bondsregels staan dat in de weg.

Zelfs de hulp van bondsvoorzitter André Bolhuis heeft Jacques Brinkman niet kunnen verlossen uit het isolement waarin hij sinds drie weken verkeert. Wedstrijden spelen is onmogelijk voor de record-international na zijn ontslag als speler-coach van Amsterdam en zijn daaropvolgende verwijdering uit de selectie.

In de hoop een brug te slaan tussen Amsterdam en de in onmin geraakte Brinkman nam Bolhuis vorige week contact op met het bestuur van de vice-landskampioen. Nog voordat de voorzitter van de Nederlandse hockeybond (KNHB) actie kon ondernemen, mislukte zijn poging. Vrijwel unaniem wees de selectie van Amsterdam de bemoeienis van Bolhuis van de hand toen interim-coach Joep Brenninkmeijer het aanbod donderdagavond ter beoordeling aan de spelersgroep voorlegde.

Brinkman hoopte het seizoen af te kunnen maken in het tweede elftal van Amsterdam, in het gezelschap van onder anderen oud-ploeggenoten en -internationals Walter Drenth en Taco van den Honert. Met die stap dacht de routinier twee vliegen in één klap te slaan: hij zou op het voor hem op dit moment hoogst mogelijke niveau (reserve-hoofdklasse) spelen en hield bovendien de deur open naar het eerste team. Mede om die redenen zag Brinkman tot dusverre af van alternatieven, zoals spelen in het tweede elftal van zijn eerste club SCHC waar hij momenteel zijn conditie op peil houdt.

Voorafgaand aan de bemiddelingspoging van Bolhuis diende Brinkman een verzoek tot dispensatie in bij de KNHB. Tot op heden heeft hij echter niets vernomen vanuit Bunnik. Hoewel de 32-jarige middenvelder zelden om een mening verlegen zit, weigert hij ditmaal elk commentaar. Bevreesd als hij is dat zijn woorden opnieuw verkeerd worden uitgelegd door zijn critici en hij zich nog dieper in de problemen werkt.

Brinkman is het slachtoffer van een omstreden bondsregel. Bij het begin van de competitie dient elke club voor zijn eerste elftal een lijst met acht namen in te dienen bij de hockeybond. Spelers die worden opgevoerd zijn voor de rest van het seizoen met handen en voeten gebonden aan het eerste elftal. Amsterdam voerde speler-coach Brinkman afgelopen zomer op als een van de acht.

Volgens de KNHB is de regel bedoeld om competitievervalsing tegen te gaan. Te vaak kwam het in het verleden voor dat spelers uit het eerste elftal tegen het einde van de competitie opdoken in een lager team om ,,het seizoen op de valreep te redden'', aldus bondsdirecteur Johan Wakkie. ,,Bovendien wil de bond met deze regel spelers uit lagere teams in bescherming nemen.''

Vooral binnen de mannen- en vrouwenhoofdklasse is de regel een permanente bron van ergernis. Spelers die bijvoorbeeld na een blessure wedstrijdritme willen opdoen, kunnen niet in het tweede elftal terecht. Zij zijn aangewezen op invalbeurten in het eerste. Wakkie onderkent ,,de vervelende situatie waarin Jacques zich bevindt'', maar weigert een uitzondering te maken voor de 292-voudig international voor wie in december nog een jubileumwedstrijd werd georganiseerd. Brinkmans staat van dienst en belang voor het Nederlandse hockey ten spijt. Wakkie: ,,Van overmacht is geen sprake, want hij kan wel aan de slag in het tweede elftal van een andere club dan Amsterdam.''

De KNHB-directeur vreest bovendien voor een precedentwerking. ,,Als wij voor Jacques een uitzondering maken, staan hier morgen elf clubs op de stoep met soortgelijke verzoeken.'' Volgens Wakkie ,,ligt de bal nu geheel en al bij Amsterdam''. Voor Brinkman is dat een weinig hoopgevende gedachte. Hij hoopt volgende week woensdag eindelijk weer eens een wedstrijd te kunnen spelen wanneer de nationale ploeg in het Wagener-stadion tegen Duitsland oefent.