Donderwolken van Cornelis de Bondt in boeiend concert

Muziek is de meest abstracte van alle kunsten en verwijst ook meestal naar niets anders dan naar zichzelf. Maar kunst in het algemeen is, volgens John Cage, niets anders dan een proeftuin voor het leven, een experimenteel gebeuren waarin het leven wordt getest. Gisteravond in Paradiso was er alle aanleiding om over dit onderwerp te filosoferen. Cornelis de Bondt, de centrale figuur op het laatste concert in de drieluik Bloed, zweet en tranen bij het Nederlands Blazers Ensemble, zonder meer het belangwekkendste deel van de triologie, houdt hoorbaar van Bach en Strawinsky, van gesublimeerde emotie, maar werkt tevens aan een veel rechtstreekser emotionele vorm als de opera. Zijn composities bewegen zich dan ook voortdurend tussen de polen van koele abstractie en hang naar heroïsche dramatiek. Een wel heel heikel onderwerp bevatte zijn nieuwste compositie onder de titel Bloed II En aan het Derde en aan het Vierde Geslacht van Hen die Mij Haten (Exodus 20:5). Het onderwerp van de holocaust kan immers sterk gemengde gevoelens oproepen, zoals Penderecki's voor een Auschwitz-herdenking bestemde Dies irae met brute orkestexplosies en schreiend uithalend koor. De Bondt gaat gelukkig heel wat minder realistisch te werk, al zijn er passages die op het kantje zijn. Aanleiding vormde De Bondts vader, die ternauwernood het concentratiekamp overleefde. Bloed II handelt over de gevolgen voor het nageslacht, Bloed I over de vader moet nog worden geschreven.

De zetting is die voor het Hilliard Ensemble, samengesteld uit een countertenor, twee tenoren en een bariton en dertien leden van het Nederlands Blazers Ensemble. Elektronica zorgt voor een belangrijke derde laag met onder meer een fundament van zingende berbers. De kleur is overwegend donker. Zo ontbreekt de gewone hobo, worden slechts twee althobo's en een oboe d'amore ingezet en valt bij de uitgebreide klarinetgroep de donkere bassethoorn op. Hoge liggingen ontbreken, maar die zijn er daarentegen volop op de band. De belangrijkste terugkerende gestiek geven de trompetten aan het begin: een signaalmotief van zes herhaalde tonen, later meer, tot 27 aan toe. Dan is ook het unisono uitgebreid in scherp geprofileerde akkoorden, tezamen met de trombones. Dit materiaal herinnert aan de toccata waarmee Monteverdi zijn grootste werken begon: de `huistune' van de Gonzaga's in wier dienst hij werkte. De opbouw is duidelijk: vanuit het hoekige begin in lange lijnen wordt de beweging spannender, furieuze fluit- en klarinettrillers brengen stuwing en opwinding. Tot slot volgt een droefgeestig wiegelied. De teksten zijn ontleend aan de Torah (Exodus), door de componist zelf op de band ingesproken. Deze vervormde donderwolken (Penderecki-achtig) keren ook in het voorprogramma terug, zodat de avond één geheel vormt. Het furieuze middendeel is gewijd aan Euripides' Heracles, die in een vlaag van waanzin vrouw en kinderen ombrengt en het laatste deel ten slotte, het wiegelied, is gebaseerd op een deel uit Vergilius' Bucolica, handelend over de relatie tussen een pasgeborene en zijn ouders.

Het lange voorprogramma met bewerkingen van renaissancemuziek vond ik te eenzijdig gekozen omdat in de tekst een verband te vinden is met Bloed ii. Maar dat Gods stem vermanend in een donkerwolk op de band sprak bij de uitvoering van Gabriël Coste's Cette fillette was terecht: dit chanson gaat onverhuld over de verkrachtingsdaad. En zo overheerste op dit boeiende en spraakmakende concert, in ronduit fantastische uitvoeringen toch de emotionaliteit.

Concert: Nederlands Blazers Ensemble en The Hilliard Ensemble. Werken van De Bondt, Des Prez/De Bondt, Monteverdi/De Bondt en Gesualdo/Francesconi. Gehoord: 16/3 Paradiso Amsterdam. Herh. 17/3 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht en 22/3 De Doelen, Rotterdam.