36,7 miljoen ECU voor toerisme

Het toerisme-dossier is een voorbeeld van de `alledaagse' fraude die het comité van wijzen bij de Europese Commissie heeft geconstateerd.

In 1989 besloten Europese politici dat het goed zou zijn om toerisme-beleid op elkaar af te stemmen. Hoe zou dat beter kunnen dan door het uitroepen van een Europees `Jaar van het Toerisme'?

In 1990 was het zo ver. De raad van ministers stelde 5 miljoen ECU beschikbaar (een ECU was toen ongeveer 2,20 gulden) en nog eens 0,8 miljoen voor administratiekosten. Daarnaast werd 7,5 miljoen vrijgemaakt voor onderzoek naat toerisme. Later kwam er nog veel meer geld bij: ruim 1,7 miljoen voor promotie van Europa in landen buiten de Unie en tussen 1993 en 1995 nog eens 21,7 miljoen voor een `actie-programma voor verbetering van het toerisme'.

Nu, tien jaar later, lopen er 76 juridische onderzoeken tegen toeristische organisaties en individuen, die op een oneerlijke manier zouden hebben geprofiteerd van subsidiegelden.

Waarschuwingen van gesjoemel werden door de verantwoordelijke Eurocommissaris keer op keer in de wind geslagen. Ook een klacht, in juni 1992, over het hoofd van de `Toerisme Eenheid' bleef onbeantwoord. Volgens die klacht zou het hoofd eigenmachtig subsidie hebben uitgedeeld aan een dubieus bedrijf. Een onderzoekscommissie van het Europese Parlement concludeerde een paar maanden later dat dit geval niet op zichzelf stond, maar dat er sprake was van structurele, ongecontroleerde verstrekking van subsidies.

Toch werd de Commissie pas in 1993 wakkergeschud. Er volgde een intern onderzoek, dat uiteindelijk slechts leidde tot overplaatsing van het hoofd van de toerisme-eenheid. Hij zou jarenlang subsidie hebben gegeven aan bedrijven waarbij hijzelf, direct als manager of indirect via zijn partner en zijn moeder, betrokken was.

Het comité van wijzen concludeert dat de (hele) Commissie te traag heeft gereageerd en te weinig heeft gedaan om alle misstanden boven tafel te krijgen. Het is volgens het rapport misgegaan doordat vanaf het begin onduidelijk was wat er precies met het geld moest gebeuren. Ook was er onvoldoende mankracht was om het project uit te voeren.