Traditie in het tijdperk van de computer

De Amerikaanse popgroep Wilco verbindt op de nieuwe cd `Summerteeth' oude en nieuwe popmuziek met elkaar. ,,De elektronische revolutie van nu is net zo belangrijk als de sixties'', zegt gitarist Jay Bennett.

`Countryrock, wat is dat?' Jeff Tweedy verbergt zijn irritatie achter een wrange glimlach. Telkens als hij naar Holland komt, moppert de zanger en gitarist van de Amerikaanse groep Wilco, wordt hij doorgezaagd over de invloed van de in 1973 gestorven countryrocker Gram Parsons. Sinds Wilco's voorlaatste (dubbel)album Being There de veelvuldig gemaakte vergelijking opriep met het meer dan een kwart eeuw oude Exile On Main Street van de Rolling Stones, kan er geen interview passeren zonder een vraag over Keith Richards' toenmalige drug buddy Parsons. Inderdaad, Jeff Tweedy's vorige groep Uncle Tupelo ontketende met het debuutalbum No Depression (1990) een ware countryrock-revival in alternatief Amerika, maar zelf zijn ze die benauwde hokjesmentaliteit allang ontgroeid. Iedereen die de nieuwe cd Summerteeth heeft gehoord, stelt Tweedy, kan voor zichzelf vaststellen dat Wilco een hedendaagse rockgroep is die minstens zoveel gemeen heeft met The Replacements als met die stoffige oude Flying Burrito Brothers.

,,We rollen nog niet in het geld,'' zegt Tweedy over de betrekkelijkheid van succes van Being There. Bij elkaar werden er meer exemplaren van verkocht dan de optelsom van Wilco's debuut A.M. uit 1995 en de vier invloedrijke Uncle Tupelo-albums die eraan vooraf gingen. Wel vergaat het de groep aanmerkelijk beter dan Son Volt, de andere Uncle Tupelo-afsplitsing die wordt aangevoerd door zanger/gitarist Jay Farrar en die zich wat strikter houdt aan de beperkingen van traditionele countryrock. Aan de beheerste, melancholieke rockmuziek van het fraaie Summerteeth is nauwelijks te horen dat Wilco uit de bluesstad Chicago afkomstig is, evenmin als er een direct verband bestaat met de alternatieve lawaaipop van stadgenoten als de Pixies. ,,Onze muziek is in een betrekkelijk isolement tot stand gekomen,'' zegt Tweedy. ,,We horen niet bij een bepaalde scene en de van blues merk je in Chicago niet veel, behalve in de toeristencafés waar al twintig jaar niets nieuws meer wordt gespeeld of verzonnen. Als ik inspiratie uit het verleden zoek, dan kies ik voor Roger McGuinn, Neil Young of John Fogerty. Wat McGuinn bij The Byrds op een twaalfsnarige elektrische gitaar deed, was niets minder dan revolutionair. De solo uit Eight miles high klonk spontaan en geïmproviseerd, maar was in feite noot voor noot gecomponeerd en ingestudeerd. Het is grappig dat onze muziek met allerlei tradities in verband wordt gebracht, want wij zijn zo vooruitstrevend als een rockgroep in de late jaren negentig kan zijn. Alle gitaarpartijen op onze cd zijn gespeeld via een computergestuurde versterker, waarmee je veel sneller het gewenste geluid kunt vinden dan met een hele batterij ouderwetse buizenversterkers.''

,,We hadden onze hele verzameling van ongeveer vijftig oude gitaarverstekers in de studio opgesteld,'' vult gitarist Jay Bennett hem aan. ,,Uiteindelijk kwam het er op neer dat we praktisch alleen dat ene computerapparaat gebruikt hebben. Alles gaat veel sneller met een computer. Voor het effect van een tape die achterstevoren wordt afgedraaid, hoef je allen maar een knopje in te drukken. Dat is geen gemakzucht, maar een directe manier om je ideeën te verwezenlijken. De sixties worden nog altijd beschouwd als het tijdperk van de grote innovaties in de popmuziek. Volgens mij is de elektronische revolutie van nu minstens zo belangrijk. Wat The Beatles pas na uren knoeien met bandrecorders voor elkaar kregen, kunnen wij nu in een handomdraai.''

Wilco schuwt de confrontatie met het verleden niet, zo bleek vorig jaar uit de bijdrage van het viertal aan de cd Mermaid Avenue met niet eerder op muziek gezette teksten van de Amerikaanse folkzanger Woody Guthrie (1912-1967). Op uitnodiging van Guthries dochter Nora en de Engelse zanger Billy Bragg voorzagen Bennett en Tweedy enkele in een bureaula teruggevonden teksten van muziek. ,,Zoals alle Amerikaanse kinderen zongen we This land is your land op school,'' zegt Bennett. ,,Voor iemand met zijn legendarische status, heeft Woody Guthrie eigenlijk vrij weinig liedjes nagelaten. Wij vonden het belangrijk om aan die cd mee te werken, omdat het ons in de gelegenheid stelde om op een praktische manier bij te dragen aan zijn muzikale nalatenschap. Hij is een van de pijlers onder de Amerikaanse populaire muziek. Zonder Woody geen Bob Dylan, en zonder Dylan zou de pophistorie er volstrekt anders uit hebben gezien.''

De samenwerking met Billy Bragg verliep niet altijd even vlekkeloos. Tweedy: ,,Billy heeft zo lang als solist opgetreden, dat hij moeilijk kon wennen aan de inbreng van andere muzikanten. Om zijn politieke engagement heeft hij de reputatie van de laatste onder de socialistische folkzangers, maar ik ben bang dat er van democratie weinig sprake was toen hij vertelde wat en hoe we spelen moesten. Hij was bijna alleen maar gespitst op de teksten, terwijl het ons om de mooie liedjes ging. Wat heb je aan een goede tekst als de melodie niet klopt? Breng er dan liever een boek van uit! Volgens mij komt Billy Bragg uit een andere wereld dan de onze, waar de boodschap belangrijker is dan de muziek. Voor ons was dat een vreemde gewaarwording, want ik ben al tien jaar gewend om alle muzikale beslissingen met anderen te delen. Een rockgroep als de onze is de meest democratische samenlevingsvorm die ik me kan indenken.''

Wilco: Summerteeth (Reprise 9362 47282). Concert 23 maart Melkweg, Amsterdam.