Toneel krijgt subsidie voor jong publiek

Publieksbereik moet een grotere rol gaan spelen in de subsidiëring van toneelgezelschappen, vindt staatssecretaris Van der Ploeg. Met behulp van dit nieuwe criterium moet de doorstroom in het toneelbestel worden bevorderd.

Een groter, jonger en diverser publiek, dat is het doel dat R. van der Ploeg zich stelt ten aanzien van het theater voor de volgende Cultuurnota. Te weinig mensen weten volgens hem de weg naar het theater te vinden: in de periode 1992/93-1996/97 steeg het aantal voorstellingen van gesubsidieerde toneelgezelschappen met zeven procent, maar daalde het aantal bezoekers eveneens met zeven procent.

Met name de grote gezelschappen moeten meer moeite gaan doen om een breder publiek te trekken, en daarmee moeten ze meer eigen inkomsten genereren. De subsidiëring dient deels te verschuiven van aanbod- naar vraagzijde, waarbij podia kunnen worden gehonoreerd voor succesvolle programmering. Doorstroming van nieuwe gezelschappen dient te worden bevorderd door scherpere beoordeling van publieksbereik en financieel resultaat van bestaande gezelschappen. Extra inspanningen inzake het aanspreken van jongenen of minderheden kunnen worden beloond met `doelsubsidies'.

De volgende Cultuurnota betreft de periode 2001-2004 en beleidsplannen van de instellingen moeten voor het einde van dit kalenderjaar worden ingediend bij het ministerie van OCW. Daarom voorzag Van der Ploeg zijn reeds in de State of the Union, bij de opening van het Theaterfestival vorig jaar, geventileerde ideëen over theater en publiek van beleidsvoornemens. Hij deed dat gisteravond in het Theater Instituut Nederland, voor een gezelschap van betrokkenen uit de toneelwereld.

De Raad voor Cultuur, advieslichaam van de regering voor het cultuurbeleid, krijgt van Van der Ploeg een nieuwe opdracht. Gezelschappen moeten niet alleen worden beoordeeld op artistieke prestaties, maar ook ,,op grond van te behalen opbrengsten in termen van het bereikte publiek, aantallen voorstellingen en financieel resultaat.''

Opmerkelijk was de matte reactie van panel en zaal, waarbij nauwelijks afstand werd genomen van de provocerende stellingen. Theu Boermans, artistiek leider van de Trust, noemde programmeren-in-eigen-huis een goede manier om – door hypotheeklast gedwongen – de vraagzijde in de gaten te houden. Alleen choreografe Beppie Blankert toonde zich geshockeerd door het praten over cijfers in plaats van inhoud.