THE ECONOMIST

De economen, met name Paul Krugman, zijn momenteel bezig om het wiel uit te vinden dat de geografen al weer hebben afgedankt. Met name de modellen die de economie gebruikt om te beschrijven hoe bedrijven op bepaalde plaatsen samenklonteren in clusters roepen bij de geografen een gevoel op van déjà vu. Hetzelfde, schrijft The Economist, geldt voor de manier waarop economen de convergentie van inkomens in modellen verwerken, uitgaand van het ervaringsgegeven dat inkomens in verschillende gebieden minder snel naar elkaar toegroeien dan het neoklassieke groeimodel voorspelt.

In beide gevallen zijn de economen geobsedeerd door wiskunde. Het feit dat de geografie de mathematische aanpak al lang geleden heeft laten schieten doen ze af met het argument dat de wiskundige methoden die dertig jaar geleden beschikbaar waren nog niet geschikt waren voor gebruik in de toenmalige geografische modellen. Maar volgens The Economist was dat niet de reden, maar raakte wiskunde in de geografie in onbruik omdat wiskundige modellen veel te beperkt waren om de werkelijkheid weer te geven. De kritiek op de economische modellen van Krugman c.s. spitst zich onder andere toe op het feit dat economen er geen been in zien hetzelfde model voor de verklaring van clustervorming te gebruiken op internationaal, nationaal en lokaal niveau. De geleerden in de geografie daarentegen hebben geconstateerd dat de clustervorming op elk niveau een ander proces volgt, en niet in één model past.

Krugman heeft gelijk, meent het blad, als hij de kritiek pareert met het betoog dat je beter een model kunt gebruiken waarvan je de beperkingen kent dan helemeaal geen. Maar het valt niet te ontkennen dat de abstracte wiskundige modellen van de economen wel erg ver af staan van de realiteit.

The Economist is verkrijgbaar in de kiosk.

www.economist.com