`Rotterdam krijgt de voorkeur'

Gisteren presenteerden Amsterdam en Rotterdam hun plannen voor het nieuwe `instituut voor beeldcultuur'. De bestaande instellingen die daar in op moeten gaan, lijken een voorkeur te hebben voor het Rotterdamse plan.

Het duurt nog even voordat er duidelijkheid komt over de toekomst van de Nederlandse instellingen voor fotografie en film, maar een ding lijkt zeker: door de strijd tussen Amsterdam en Rotterdam, die gisteren bij staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur hun plannen inleverden voor een nieuw `instituut voor beeldcultuur', zal de sector er als geheel beter van worden. ,,Door de vraag van de staatssecretaris is de fotografie naar een hoger plan getild'', zegt Loek van der Molen, directeur van het Nederlands Foto Instituut (NFI) in Rotterdam. ,,Dat is pure winst.''

De locaties die Amsterdam en Rotterdam voorstellen zijn beide mooi, dus het Filmmuseum staat voor een moeilijke keuze, zegt directeur H. Blotkamp. ,,Maar het grote verschil tussen beide plannen is dat er in Amsterdam nog veel vragen onbeantwoord zijn. We weten nog te weinig, bijvoorbeeld over de kwestie of het Filmmuseum nu wel of geen deel uitmaakt van het beoogde instituut voor de beeldcultuur.''

,,Fantastisch'', noemt directeur Flip Bool van het Nederlands Fotoarchief (NFa) de door Rotterdam voorgestelde vestiging in een oud pakhuis op de Kop van Zuid. ,,De gemeente Rotterdam is zeer daadkrachtig met het idee van een instituut voor de beeldcultuur omgesprongen.''

Aanleiding voor de stedenstrijd is het legaat van de amateurfotograaf H. Wertheimer, die 25 miljoen gulden naliet aan het Prins Bernhard Fonds voor de oprichting van een fotomuseum. Zowel Rotterdam als Amsterdam zou graag zien dat het geld wordt gebruikt voor een groot nieuw instituut waarvan ook bestaande instellingen voor fotografie, film en nieuwe media deel gaan uitmaken. Naast het NFI, het NFa, het Nationaal Fotorestauratieatelier en de V2-Organistie in Rotterdam, gaat het om het Filmmuseum in Amsterdam. Maar de Amsterdamse Cultuurwethouder J. van der Giessen zei gisteren dat de komst van de Rotterdamse instellingen ,,niet noodzakelijk'' is voor de vestiging van een instituut voor beeldcultuur in Amsterdam. Het Prins Bernhard Fonds sprak vorig jaar zijn voorkeur uit voor Amsterdam, maar stelde wel als voorwaarde dat de Rotterdamse instellingen moeten verhuizen.

,,Een verhuizing is voor ons altijd bespreekbaar geweest indien Amsterdam de subsidie van 1 miljoen gulden wil overnemen die wij nu krijgen van Rotterdam'', zegt Bool van het NFa. ,,Uit het gisteren gepresenteerde plan van Amsterdam blijkt niet dat zij bereid zijn dit te doen.'' Verder noemt Bool het ,,een pre'' dat het Rotterdamse plan ook op korte termijn gerealiseerd kan worden. De gebouwen die Rotterdam aanbiedt, naast het oude pakhuis Las Palmas ook het voormalige gebouw van het gemeentearchief aan de Mathenesserlaan, zijn direct beschikbaar, zodat het instituut kan worden geopend als Rotterdam in 2001 Culturele hoofdstad van Europa wordt. Het pand dat Amsterdam aanbiedt – het gebouw van het Sweelinckconservatorium in de Van Baerlestraat – komt op zijn vroegst in 2003 beschikbaar. Pas dan is de nieuwbouw van het conservatorium op het Oosterdokseiland gereed.

De Rotterdamse panden hebben een oppervlakte van ruim 20.000 vierkante meter, in het Amsterdamse conservatorium komt 12.000 meter vrij. Filmmuseum-directeur Blotkamp: ,,Wat de beschikbare ruimte betreft lijkt de berekening voor het Sweelinck tamelijk op de servet gemaakt. Waar het vermoedelijk op neerkomt is een extra gebouw, met behoud van onze huidige locatie in het Vondelpark. Dat betekent een twaalfde locatie voor het Filmmuseum, en daar zitten we niet op te wachten.''

Het Prins Bernhard Fonds heeft de plannen van Amsterdam en Rotterdam ontvangen, maar wil nog niet reageren. De keuze is aan staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur, die de bestaande instellingen subsidieert. Hij wacht het advies af van de Raad voor Cultuur, die daarvoor een commissie heeft ingesteld onder leiding van voorzitter Jessurun.