RIAGGs worstelen met stress

RIAGGs bieden nauwelijks behandelingen voor mensen die overspannen of opgebrand zijn. Bedrijven vullen het gat.

De ene RIAGG is de andere niet. Wie overspannen is, kan lang niet overal in het land terecht. P. Beusekamp van de afdeling vrouwenhulpverlening van de RIAGG Rijnmond Noord-West, kreeg laatst iemand die overspannen was doorverwezen vanuit de RIAGG Delft. ,,Ze hadden daar geen kennis op dat gebied, zeiden ze.'' Bij Rijnmond Noord-West is die kennis er wel. Althans, bij de afdeling vrouwenhulpverlening. Overspannen mannen kunnen er niet terecht.

Een tiende van de Nederlandse werknemers kampt met burn out-klachten, zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als overspannen of opgebrande werknemers zich ziek melden lopen ze een kans van één op vijf om in de WAO te komen. Daar maken ze, samen met bijna 300.000 lotgenoten, een derde deel uit van alle WAO'ers. Psychische problemen komen vaker voor dan welke andere werkgerelateerde aandoening ook. Maar waar al die mensen behandeld worden en of dat werkt, is heel moeilijk te achterhalen, aldus W. Schaufeli, hoogleraar organisatiepsychologie in Utrecht. GGZ Nederland, de overkoepelende organisatie van de RIAGGs, is bezig het aanbod te inventariseren.

Intussen schieten commerciële behandelcentra als paddenstoelen uit de grond. Zij vangen de mensen op die in het reguliere circuit te lang moeten wachten, of die vinden dat ze er niet goed geholpen worden. De Hoogduin, Schaap en Kladler (HSK) groep, een commercieel instituut voor de behandeling van werkstress en burnout, begon in 1990 met een vestiging in Nijmegen. Vorig jaar had de HSK-groep vier vestigingen, inmiddels twaalf. Er staan er nog vier op stapel. Commerciële bureaus behandelen vaak niet alleen de overspannen werknemer, maar proberen, via organisatie-adviezen, ook mogelijke oorzaken van stress aan te pakken. RIAGGs werken anders, zegt Schaufeli. Die zijn meer op de persoonlijkheid gericht.

C. Hoogduin van de HSK-groep vindt de behandelmethoden in de reguliere geestelijke gezondheidszorg wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd. ,,Omgaan met spanning kun je mensen aanleren in cognitieve gedragstherapie, dat is aangetoond.'' Het uitgangspunt daarbij is dat mensen gedrag waar ze psychisch ziek van worden, zoals piekeren en tobben, door oefeningen kunnen afleren. ,,Met een zittinkje of vijf hebben ze het onder controle. Ga dan niet met ze over hun jeugd praten. Bij de RIAGGs gebeurt dat bovenmatig.'' Op de RIAGG Rijnmond Noord-West maken cliënten onder meer genogrammen, plaatjes die tonen wat de normen over werken zijn binnen een gezin en hoe die worden doorgegeven, vertelt P. Beusekamp, begeleider van een burnout-groep voor vrouwen. ,,Bijvoorbeeld als een oma altijd zei: een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil. Als je mensen na afloop van de behandeling vraagt waar ze het meeste aan gehad hebben scoren die genogrammen heel hoog.''

Hoogduin gelooft er niet in. ,,Effectiviteit is alleen aangetoond voor cognitieve gedragstherapie en verder niets. Als je de literatuur bijhoudt, weet je dat. Behandelingen bij de RIAGGs duren vaak heel lang omdat het effect ervan niet is aangetoond. Dat is heel verdrietig voor die mensen.'' Hoogleraar Schaufeli vindt niet dat de RIAGGs onwetenschappelijk werken. De werking van een behandelmethode is volgens hem gemakkelijker te bewijzen als mensen met een specifieke klacht komen. Bij RIAGGs komt dat zelden voor, zegt hij, bij de gespecialiseerde commerciële bureaus juist wel. Volgens E. Streppel van GGZ Nederland is het idee dat iemand bij de RIAGG jarenlang in therapie is, ,,redelijk passé''. ,,Voor dit type behandelingen is tussen de vijf en vijftien zittingen behoorlijk standaard aan het worden.'' Maar als overspannenheid binnen een reguliere individuele therapie wordt behandeld kan het veel langer duren.

Korte behandelingen kunnen helpen de wachtlijsten bij de RIAGGs terug te dringen. Het probleem is geldgebrek, aldus Streppel. RIAGGs mogen niet tegen betaling extra hulp aanbieden, commerciële instellingen wel. ,,Wij hebben geen patiëntenwachtlijst, wij hebben een medewerkerswachtlijst'', zegt Hoogduin. ,,Als er werk voor die mensen is, komen ze in dienst.'' Bij de commerciëlen betaalt meestal niet de werknemer (of zijn verzekeraar) de behandeling, zoals in de reguliere zorg, maar de werkgever. Volgens Hoogduin hebben op dit moment alle grote bedrijven daar fondsen voor, omdat dit leidt tot minder ziekteverzuim. ,,Alleen het midden- en kleinbedrijf dut nog een beetje.'' Vorige maand opperde MKB Nederland om mensen met psychische problemen te weren uit de WAO.

GGZ Nederland is in gesprek met het ministerie van Volksgezondheid om ook commerciëler te mogen werken. Daarnaast moet de inventarisatie van GGZ Nederland ertoe leiden dat in elke regio ,,een transparant en uniform basisaanbod'' tot stand komt, aldus Streppel. Ook wordt een kenniscentrum ontwikkeld voor arbeidsrelevante psychische problemen: wat werkt en wat niet? GGZ Nederland hoopt dat dat gefinancierd wordt door het ministerie als één van de vier centra die minister Borst (Volksgezondheid) wil instellen op het gebied van werkgerelateerde aandoeningen.

Eén groep overspannen mensen valt in deze plannen buiten de boot: de mensen die geen betaald werk hebben. Bij de intake-gesprekken van de RIAGGs wordt meegewogen of iemand werkt. Dat kan leiden tot een snellere behandeling, aldus Streppel. Bij de (duurdere) commerciële bureaus komen bijna geen niet-werknemers terecht. Bovendien, zegt Hoogduin, is het voordeel van werknemer-zijn dat iemand naar je kijkt als je ziek wordt en er belang bij heeft dat je snel beter wordt. ,,Het vervelende van psychische klachten is dat hoe langer ze duren, hoe ingewikkelder het wordt. Op den duur verdwijnen mensen achter een bepaald loket. Dat is een groot psychologisch drama.''