Raad: zet plan computers op scholen door

De Onderwijsraad vindt dat het kabinet moet vasthouden aan de investeringen voor het computeronderwijs op school. Die zullen op termijn meer effect sorteren dan de klassenverkleining in de laagste groepen van de basisschool.

Dat schrijft de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van minister Hermans (Onderwijs), in reactie op de kabinetsplannen met het computeronderwijs op scholen. Met het oog op de aangekondigde bezuinigingen is het nog de vraag in hoeverre het kabinet de nieuwe investeringen in onder meer het onderwijs kan uitvoeren.

De raad acht computers op school een onontbeerlijk hulpmiddel bij de in gang gezette onderwijsvernieuwingen waarbij leraren steeds minder klassikaal lesgeven en steeds meer begeleider worden van individuele leerlingen. Deze week spreekt de Tweede Kamer over het computerplan.

De raad onderschrijft de plannen met het computeronderwijs, maar verwacht wel dat minister Hermans zijn plannen nader uitwerkt. Zo is nog niet duidelijk hoeveel geld de scholen per leerling voor het computerplan krijgen. De bewindsman wil scholen zelf laten beslissen hoe ze het geld inzetten. Ze mogen daarmee computers aanschaffen, maar verplicht is dat niet. Ook kunnen ze het geld gebruiken om hun docenten wegwijs te maken op de computer of de noodzakelijke software aan te schaffen. Minister Hermans heeft voor het plan eenmalig 670 miljoen gulden tot zijn beschikking en nog eens 250 miljoen gulden structureel.

De Onderwijsraad benadrukt dat computers alleen mogen worden gebruikt als ze bijdragen tot een verbetering van het onderwijs. Ook moet aan scholen duidelijk worden uitgelegd wat van hen wordt verwacht en waarop ze later kunnen worden afgerekend.

Over het landelijke computernetwerk Kennisnet vraagt de Onderwijsraad meer informatie. Kennisnet is een netwerk waarmee leraren, leerlingen en scholen vrijwel onbeperkt en zonder kosten voor de school bibliotheken, archieven en musea kunnen raadplegen. De Raad wijst erop dat het een grote investering betreft. Daarom zou een kosten-batenanalyse van de invoering van het Kennisnet moeten worden gemaakt.