Ouderen krijgen het in Nederland steeds beter

Ouderen krijgen het in Nederland steeds beter. Het aantal 55-plussers dat nog werkt neemt toe, ze wonen steeds beter, hebben meer te besteden en de last die ze van ouderdomsgebreken ondervinden neemt af.

Dit blijkt uit de Rapportage ouderen 1998 die het Sociaal en Cultureel Planbureau vandaag heeft gepubliceerd. Volgens het SCP hebben vooral de scherpere regels voor WW en WAO geleid tot stijging van het aantal nog werkende 55-plussers: in 1995 werkte 26 procent van de 55-plussers, in 1997 was dat 28 procent. Boven de 60 jaar zijn het vooral zelfstandigen, agrariërs en mensen in de handel en horeca die doorwerken. Mensen die (nog) thuiswonende kinderen hebben stoppen eerder met werken dan anderen. Ouderen blijven steeds langer in hun eigen huis wonen. Het aantal 65-plussers dat in een verzorgingshuis wordt opgenomen neemt gestaag af. Het SCP voorziet de komende jaren nog een verdere daling. Het aantal ouderen in een verpleeghuis neemt daarentegen licht toe: het zijn dan vooral bejaarden met psychogeriatrische klachten (zoals dementie) die daar te vinden zijn. Het SCP pleit voor experimenten met andere opvangvormen voor deze groep. Het aantal ouderen dat met lichamelijke klachten in een verpleeghuis verblijft neemt juist af.

Het welbevinden van de 65-plusser stijgt. Voor een belangrijk deel is dat het gevolg van de toegenomen opleiding. Daardoor beschikt de overgrote meerderheid niet alleen over meer inkomen, ook is men zelfbewuster en heeft men minder problemen met de gebreken die zich bij een deel van hen aandienen.