Öcalan-proces is lakmoesproef voor Turks EU-lidmaatschap

Als PKK-leider Abdullah Öcalan geen eerlijk proces krijgt en tot de doodstraf wordt veroordeeld wegens zijn inspanningen voor een onafhankelijk Koerdistan, dan moet de Europese Unie Turkije niet toelaten tot haar gelederen, vindt Emma Bonino.

De gebeurtenissen rond de Koerdische leider Abdullah Öcalan spelen zich af in een sfeer van hysterie en intense emoties. Dit is zo sinds de kwestie in november tot uitbarsting kwam. De pleinen van Europa vulden zich toen met Koerden die `Apo bevrijder' scandeerden; in de straten van Turkije werd betoogd tegen `Apo moordenaar'. Inmiddels zijn rede en rechtmatigheid ver te zoeken.

Nu de regering in Ankara – dank zij een internationale politieke intrige met tal van zorgwekkende aspecten – geslaagd is in haar belangrijkste doelstelling, `Abdullah Öcalan voor de rechter te brengen', mag worden verwacht dat ze van nu af aan slechts weinig decorum in acht zal nemen.

Integendeel: de Turkse regering heeft Öcalan te kijk gezet als een jachttrofee, hem elk contact met de buitenwereld ontzegd en geruchten in omloop gebracht over zijn vermeende bekentenissen of slechte gezondheidstoestand.

Waarom zou men de kloof van onbegrip tussen Koerdisch en Turks nationalisme verbreden en iedereen alarmeren die gelooft in de onaantastbaarheid van de mensenrechten, en dan vooral van het recht van de verdachte – ook de gevaarlijkste crimineel – op een eerlijk proces en respect voor zijn persoon. Ik behoor tot die gealarmeerden, hoewel ik Öcalan blijf beschouwen als iemand van een heel ander kaliber dan Nelson Mandela en hoewel ik ook in november al vond dat het niet gepast zou zijn hem in Italië politiek asiel te verlenen.

De Turkse regering heeft met verontwaardigde stelligheid gereageerd op de eis van de Europese Unie dat de leider van de PKK een eerlijk proces wordt gegarandeerd, voor onpartijdige rechters en in aanwezigheid van buitenlandse waarnemers.

De onlangs herbenoemde sociaal-democratische premier van Turkije, Bülent Ecevit, beweert dat de rechtspraak in zijn land geheel onafhankelijk is en dat Öcalan recht krijgt op een eerlijk proces conform de wet. Met alle respect voor Ecevit en zijn reputatie als een gematigd en verlicht mens, wil ik eraan herinneren dat mijn woorden over het recht op een eerlijk proces en bescherming tegen onmenselijk of vernederend gedrag verwijzen naar wetten die berusten op internationale verdragen.

Zonder onnodige polemieken te willen aanwakkeren, kan ik toch niet voorbijgaan aan het feit dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens Turkije al meer dan eens schuldig heeft bevonden aan schending van deze wetten – juist in verband met processen tegen pro-Koerdische verdachten. De vorig jaar in Straatsburg gevelde vonnissen maken melding van mishandeling en verwonding van vermeende militante PKK-leden, de incommunicado detentie van verdachten zonder de gelegenheid van voorgeleiding en een uitzonderlijk streng gevangenisregime.

Nog slechts vier weken geleden heeft hetzelfde Hof Turkije veroordeeld wegens de aanwezigheid van militaire rechters in tribunalen voor de berechting van misdrijven tegen de staat, omdat gezien de bijzondere status van militairen hun aanwezigheid de bij elke rechtbank vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid kan compromitteren.

Om deze redenen benadrukt de Europese Commissie in haar recente rapport over Turkije's vorderingen op de weg naar het EU-lidmaatschap ,,onregelmatigheden in het functioneren van openbare gezagsdragers, voortdurende schending van de mensenrechten en ernstige tekortkomingen in de behandeling van minderheden.''

Het rapport vervolgt: ,,De situatie in Zuid-Oost-Turkije moet worden opgelost met civiele en niet met militaire middelen, vooral gezien het feit dat veel schendingen van de politieke en burgerrechten op een of andere wijze met dit probleem samenhangen. De Commissie erkent dat de Turkse regering heeft toegezegd de schending van de mensenrechten in haar land te zullen bestrijden, maar van concrete resulaten is nog niets gebleken.''

De Turkse regering heeft op deze zinsneden gereageerd met het verwijt aan instanties van de EU dat zij aanzetten tot een bevooroordeelde, vijandige houding, en – door de zaak-Öcalan te betrekken in de netelige kwestie rond Turkije's toetreding tot de EU – Turkije's gewettigde streven naar meer integratie met andere Europese landen trachten te dwarsbomen.

Nu achten slechts weinigen in Europa een spoedige toetreding van Turkije tot de EU gepast. Maar juist daarom heeft Turkije er alle belang bij zijn critici niet nog meer argumenten in handen te geven en de zaak-Öcalan te gebruiken om nieuwe bondgenoten te maken.

De positie van Ankara ten aanzien van de EU is dezelfde als die van elk ander land dat aansluiting zoekt bij een associatie. De leiders van zo'n associatie stellen namens de leden als voorwaarde dat het aspirant-lid de wetten en regels aanvaardt en respecteert.

Is Turkije in staat Öcalan een proces te geven dat voldoet aan Europese standaarden, voor een rechtbank bestaande uit werkelijk onpartijdige, onafhankelijke rechters en onder toelating van buitenlandse waarnemers?

Kan men garanderen dat de PKK-leider wordt berecht voor misdrijven die hij heeft begaan en niet voor wat hij denkt of zegt als Koerdisch nationalist; en dat hij in geen geval met de doodstraf zal worden bedreigd, een barbarisme dat in de EU al jaren is afgeschaft? Zo ja, des te beter.

Zo niet, dan is het ons moreel recht en onze plicht twijfels te uiten over Turkije's voornemen Öcalan en het Koerdische onafhankelijkheidsstreven in het algemeen te beoordelen volgens de regels van de rechtsstaat. Kortom, dan hebben we het recht te betwijfelen of Turkije wel toe is aan het lidmaatschap van onze club.

Emma Bonino was tot zij afgelopen nacht aftrad Europees Commissaris voor humanitaire zaken.