Milde kritiek EU op Franse en Duitse begrotingsplannen

Zowel het Franse als het Duitse begrotingsprogramma voor de periode 1999 tot 2002 is voldoende, maar beide houden weinig rekening met economische tegenvallers. Dat heeft de Raad van Ministers van Financiën van de Europese Unie (Ecofin) geoordeeld over de begrotingen van beide landen.

De EU-landen hebben zich verplicht om hun begrotingstekorten niet te laten stijgen tot boven drie procent van het bruto binnenlands product (bbp), en om structureel te streven naar een begroting die in of vlakbij evenwicht is. Om dat te verzekeren moeten zij meerjarige ramingen, de zogenoemde stabiliteitsprogramma's, indienen voor hun begrotingsbeleid.

De Ecofin was de eerste zonder de vorige week afgetreden Duitse minister van Financiën Lafontaine. Duitsland, dat dit halfjaar EU-voorzitter is, stuurde minister van Economische Zaken Müller als vervanger. Naast de stabiliteitsprogramma's van Duitsland en Frankrijk behandelde de Ecofin ook de programma's van België, Spanje en Luxemburg, die werden goedgekeurd. België streeft naar een tekort van 0,3 procent in 2002. Spanje tekent zelfs een overschot in van 0,1 procent in dat jaar. De Luxemburgse staatshuishouding is zo gunstig dat deze sinds jaar en dag buiten discussie staat. Minister Zalm (Financiën) noemde de voorstellen van deze drie landen gisteren ,,plaatjes''.

De ministers namen de kritiek die de Europese Commissie eerder leverde op het Franse en Duitse stabiliteitsprogramma goeddeels over. De kritiek komt er op neer dat het groeiscenario dat onder de meerjarenraming ligt, aan de hoge kant is, terwijl de inspanning om het budgettekort terug te brengen juist bescheiden is. Hierdoor stijgt het risico dat bij economische tegenvallers het tekort te dicht bij het plafond van 3 procent komt.

Frankrijk hanteert twee economische scenario's, een behoedzaam scenario waarin de economie de komende vier jaar met 2,5 procent groeit, en een realistisch scenario met een groei van 3 procent. Onder het behoedzame scenario daalt het Franse begrotingstekort naar 1,2 procent in 2002. Zalm zei na afloop dat een groei van 2,5 procent niet als behoedzaam mag worden gekenmerkt, en had liever gezien dat Frankrijk had gerekend met 2,25 procent. Wel was hij tevreden met de introductie van reële uitgavenkaders in de Franse budgetsystematiek, zoals Nederland die ook heeft.

Ook Duitsland hanteert een groeiraming van 2,5 procent, waarbij het tekort in 2002 is gedaald tot 1 procent van het bbp. De geïntroduceerde begrotingssystematiek gaat hier echter uit van een nominale groei (reële groei plus inflatie) van de overheidsuitgaven, waardoor de begroting inflatiegevoelig wordt. Opvallend is in dit verband dat Frankrijk een inflatie raamt van 1,5 procent in de periode tot 2002, terwijl Duitsland uitgaat van een stijging naar 2 procent.

De Ecofin ging niet zo ver om een extra doorrekening te vragen van de Franse en Duitse begrotingsplannen bij een minder gunstig economisch scenario. Vorige maand werd dat verzoek wel gedaan aan Italië, waarvan toen het stabiliteitsprogramma werd behandeld. Italië komt in mei met deze doorrekening.

Het stabiliteitsprogramma van Nederland werd in december vorig jaar al behandeld door de Ecofin. Daarin komt, bij een behoedzaam scenario van 2,25 procent economische groei, het tekort uit op 1 procent van het bbp. Bij een groeiscenario van 2,75 procent komt de begroting vrijwel in balans. De Ecofin toonde zich destijds tevreden, zij het dat Nederland werd aangespoord om ook bij het behoedzame scenario het tekort verder te verlagen.