Lengte hangt samen met opleiding

Lengte en gewicht van de Nederlander zijn onder meer afhankelijk van opleiding en woonplaats, zo blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hoogopgeleiden zijn gemiddeld langer dan laagopgeleiden en ze hebben minder vaak te kampen met overgewicht. In sterk verstedelijkte gebieden zijn de mensen twee centimeter korter dan in niet-stedelijke plaatsen.

Onderzoeker Henk Swinkels gebruikte voor deze resultaten de cijfers vanaf 1981 van het gewicht en de lengte van volwassenen ouder dan twintig jaar. De lengte van Nederlanders blijkt gemiddeld met een millimeter per jaar toe te nemen. Zo was de gemiddelde lengte in 1981 nog 1,714 m. Momenteel is die gestegen tot 1,735 m. Volgens Swinkels komt dit door betere voeding en verzorging en door verbeterde hygiëne. Of de Nederlander het volgend millennium een meter langer zal zijn, durft hij niet te zeggen, maar theoretisch zou het volgens hem mogelijk kunnen zijn. Het verschil van lengte tussen het hoogste en het laagste opleidingsniveau bedraagt zeven centimeter. Swinkels denkt dat dit komt doordat het grootste gedeelte van hoogopgeleide personen uit mannen bestaat, die gemiddeld dertien centimeter langer zijn (1,80 m) dan vrouwen (1,67 m). Daarbij zijn hoogopgeleiden vaak jonge mensen. Wanneer met deze factoren rekening wordt gehouden, is het verschil toch nog drie centimeter. Swinkels meent dat de hogeropgeleiden waarschijnlijk beter op de hoogte zijn van gezonde voeding dan laagopgeleiden.

Hiermee zou ook het overgewicht van laagopgeleiden zijn verklaard. Ruim vijftig procent van de mensen die alleen basisonderwijs hebben genoten, heeft last van overgewicht. Bij universitair- of hoogopgeleide mensen is dat iets meer dan dertig procent. Vooral bij mensen met een leeftijd variërend van 65 tot 74 jaar komt overgewicht veel voor. Van deze leeftijdsgroep is 57 procent te zwaar. Het idee dat het op het platteland gezonder is dan in de stad, wordt in dit het onderzoek bevestigd. Een verklaring? ,,Misschien de gezonde plattelandslucht'', lacht onderzoeker Swinkels.