Kunstonderwijs (2)

Rick van der Ploeg neemt het kunstacademies kwalijk dat zij zich zo dicht op elkaar bevinden `Pseudo-onderwijs wordt aangepakt' (4 maart). De geschiedenis van de Rotterdamse Academie zou ik moeten opzoeken, maar ik weet wel dat de Haagse Academie al in de zeventiende eeuw is opgericht, onlangs zijn 350-jarig bestaan vierde en een van de oudste instituten van Europa is.

Nog steeds sporen aspirant-studenten op en neer tussen Den Haag en Rotterdam om beide kunstscholen te vergelijken en zo hun keuze te maken. Nog steeds melden zich op beide scholen voldoende leerlingen aan. Er zijn er zelfs die van heinde en ver komen en blijkbaar hier iets vinden dat elders niet te vinden is. Moet dan een van de twee winkels dicht, terwijl voor beide voldoende klanten zijn. Waarom laat hij dat niet aan het vrije marktmechanisme over?

Hij zegt voorts: `Natuurlijk moet een schilderles uit een klein groepje bestaan, maar dat kan wellicht in plaats van vijf ook wel zes studenten bevatten'. Ik geef aan de Haagse academie twee volle dagen les. Daarin bedien ik 14 klassen met in totaal ruim 200 studenten op verschillend niveau. Mijn gemiddelde groepsgrootte is geen 5 maar 25 studenten.

Waarom gebruikt de staatssecretaris zijn krachten zo negatief door de academies langzaam de keel dicht te knijpen. Waarom doet hij niet positief en schept een voedingsbodem waarop kunst kan gedijen. Maak kunst aftrekbaar van de belasting, laat het vrije marktmechanisme op zijn beloop en de kunstmarkt zal aantrekken.