Een zwakke Commissie schrijft geschiedenis

De Europese Commissie onder leiding van Santer staat bekend als een zwak bestuurscollege. Nu heeft ze geschiedenis geschreven door collectief op te stappen.

Bleek en nerveus glimlachend kwam de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Santer, vannacht om kwart voor één de stampvolle perszaal binnen. In enkele zinnen verklaarde hij dat de 20 Eurocommissarissen besloten hadden af te treden. Met deze dramatische ontknoping komt een eind aan het gevecht dat de Commissie de afgelopen maanden heeft geleverd om de niet aflatende stroom beschuldigingen over fraude en vriendjespolitiek te overleven.

Bij zijn aantreden in 1995 had Santer nog manhaftig beloofd: ,,De Commissie moet een genadeloze strijd leveren tegen fraude.'' Het is wrang dat juist zijn college vier jaar later moet opstappen omdat ze onvoldoende tegen fraude heeft opgetreden. Maar het is ook typerend voor deze Commissie: de goede wil was er wel, maar het ontbrak aan daadkracht. Dat weifelende optreden heeft er toe geleid dat het college vannacht geen andere uitweg restte dan ontslag te nemen: voor het eerst in de geschiedenis. Het is de vraag of het veel zal uitmaken: de huidige commissie was de laatste tijd, met alle kritiek waartegen ze zich moest verdedigen, al min of meer demissionair. De commissie-Santer reageerde in plaats van dat ze regeerde. De Luxemburgse oud-premier was geen sterke leider met dadendrang, zoals zijn voorganger Jacques Delors. Juist daarom was hij benoemd tot voorzitter: de lidstaten hadden genoeg van de drammerige Delors met zijn grootse plannen voor Europa. In de affaire die vannacht culmineerde in het collectieve ontslag, was het ontbreken van Santers doortastendheid duidelijk voelbaar. Pas twee weken geleden liet hij de vorige zomer al in opspraak gebrachte commissaris Cresson vallen en maakte hij een gedragscode voor commissarissen bekend. Maar dat was too little, too late.

De Commissie begon vorige zomer haar strijd om te overleven, waarbij Santer en Cresson uitmuntten in het provoceren van het Europees Parlement. De eerste door nooit de openheid te tonen die hij beloofde en door de parlementariërs uit te dagen de Commissie naar huis te sturen. De tweede door met grote arrogantie zelfs de haar welgezinde parlementariërs tegen zich in het harnas te jagen. In januari kon de Commissie nog opgelucht vaststellen dat het Parlement niet over de tweederde meerderheid beschikte die nodig is om haar te ontslaan. Maar ze moest instemmen met een onderzoek door een comité van wijzen. Dat comité leverde gisteren een zeer kritisch rapport. De steun die de Commissie in het Parlement nog had, slonk snel.

Gebrek aan verantwoordelijkheidszin, is de harde conclusie van het comité van wijzen. Maar politieke verantwoordelijkheid is nooit een traditie geweest in de Europese Commissie, waar twee politieke culturen botsen: de noordelijke, met groter gevoel voor persoonlijke responsabiliteit en doorzichtig financieel beheer, tegenover de zuidelijke, waar meer wordt geregeld achter gesloten deuren. Niet toevallig is het gewicht van de noordelijke traditie de afgelopen jaren toegenomen, nadat Zweden en Finland in 1995 toetraden tot de EU. Juist deze Commissie heeft onder leiding van de Fin Liikanen een begin gemaakt met de hervorming van het financieel beheer en het management.

Als het comité van wijzen de Commissie-Delors had onderzocht, was ze wellicht tot nog veel hardere conclusies gekomen. Het comité wijst ook op de verantwoordelijkheid van de vorige voorzitter. De cultuur van vriendjespolitiek waarvan Cresson nu wordt beschuldigd, bestond al onder Delors. Aan de gedragscode voor commissarissen die onlangs werd opgesteld, zouden waarschijnlijk maar weinig leden van Delors' commissie hebben voldaan.

Het ziet er naar uit dat het aftreden van de Commissie zal leiden tot een versnelde, zeer ingrijpende reorganisatie van het Brusselse ambtenarenapparaat. In mei komt het comité van wijzen met een tweede rapport, waarin het functioneren van de ambtelijke leiding bij de Commissie onder de loep wordt genomen. In het document van gisteren is het comité al uiterst kritisch over de direct onder de Eurocommissarissen ressorterende directeuren-generaal. Vannacht werd al gespeculeerd over het vertrek van de hoogste ambtenaar van de Commissie, de Nederlandse secretaris-generaal Carlo Trojan.

De huidige Commissie kampte met een erfenis van de Commissie-Delors, die steeds maar meer taken op zich had genomen zonder dat daar voldoende middelen tegenover stonden. Dat kon niet goed blijven gaan, zeker niet omdat de Commissie de afgelopen jaren werd geconfronteerd met een Europees Parlement dat zich steeds sterker profileerde en verantwoording eiste. Dat leidde tot een kentering in de verhoudingen tussen Commissie en parlement. Aan de andere kant werd de Commissie geconfronteerd met een nationale tendens uit de lidstaten, die geen macht meer willen afstaan aan `Brussel'.

Het magnum opus van deze Commissie is de zogeheten Agenda 2000 met voorstellen voor ingrijpende hervorming in het landbouwbeleid en in de lange termijn financiering. Volgende week moeten de lidstaten besluiten over deze Agenda 2000. De Commissie is de regie over dit rapport al lang kwijtgeraakt. Typerend is dat niemand het meer heeft over de voorstellen van de Commissie. Als het goed gaat in Europa, kloppen de lidstaten zichzelf op de borst. Gaat er iets fout, dan is het de schuld van `Brussel'. De nieuwe Commissie zou een pr-bureau in de arm moeten nemen.

Het Europees Parlement heeft, kort voor de Europese verkiezingen van juni, voor het eerst duidelijk getoond dat het bereid is om de Commissie te laten vallen. Dat zal gevolgen hebben voor de relatie met een volgende Commissie. Het parlement zal ook belangrijke invloed willen hebben bij de benoeming van een nieuwe Commissie. De tijd dat de lidstaten het parlement in de door hen gewenste richting konden sturen, lijkt voorbij. Het enige dat nu nog ontbreekt bij de Brusselse sanering is een onafhankelijk onderzoek naar het financieel beleid van het parlement zelf. Tot nu toe heeft het parlement een onafhankelijk onderzoek naar de bouw van het kostbare nieuwe Brusselse parlementsonderkomen resoluut geweigerd.

Onzeker is nu hoe het verder gaat, tot begin volgend jaar zoals gepland een nieuwe commissie aantreedt. Zal de demissionaire Commissie tot die tijd aanblijven of besluiten de lidstaten een nieuw college te benoemen – al dan niet met oude gezichten? Binnen de Commissie was het verschil in kwaliteit groot. De Belg Van Miert, beschouwd als de sterkste commissaris, reageerde vannacht teleurgesteld: ,,Men doet alsof alles hier scheef is gegaan. Maar over de elementen die goed gaan, heeft men niet gesproken.''