Een straatbende in een ranzige enscenering

Il Capitano Moro is de haast vergeten novelle van de zestiende-eeuwer Giambattista Giraldi Cintio. Een zwarte kapitein raakt verstrikt in de netten van een witte ondergeschikte en gaat roemloos ten onder. Shakespeare gebruikte Cintio's plot voor zijn treurspel Othello, met in de hoofdrol eveneens een Moor, een buitenstaander die zich vastklampt aan zijn valse vaandrig Jago. Lodewijk de Boer liet zich door Cintio en Shakespeare inspireren. Hij verplaatste de handeling van de Venetiaanse militaire elite naar het mafiamilieu, waar Othello Angelo heet en Jago Vito. En Desdemona, Othello's trouwe vrouw die eveneens kapot gaan aan Jago's intriges, heet hier Rosanna.

De zwarte Angelo is bij De Boer een nobele wilde want onaangetast door corruptie en katholicisme. Hij, de nieuwkomer, gelooft nog in vriendschap, in liefde. Maar Vito leert hem dat hij niemand moet vertrouwen behalve Vito zelf. Vito impregneert Angelo met het gif van de argwaan, de jaloezie, de haat: in Angelo & Rosanna staat het mafiawereldje met zijn perverse leraar Vito voor de haatdragende, gewelddadige, seksistische en racistische maatschappij van de blanken.

Toneelgroep Theater in Arnhem nam, twaalf jaar geleden, die boodschap serieus. Angelo & Rosanna werd in de regie van Theu Boermans zoiets als een aanklacht. Nu speelt Theater van het Oosten De Boers drama opnieuw. Alleen heeft regisseur Hugo Maerten het een en ander veranderd. Zijn Angelo is wit en gaat te gronde in een zwarte omgeving. De mafiakliek is getransformeerd tot gang, tot een straatbende vol losgeslagen allochtonen. Wat wil Hugo Maerten met die zwart-wit-omkering zeggen? Dat kleur er niet toe doet: dat alle mensen slecht zijn of tot slechteriken worden gemaakt? Dat de gang met zijn killersmentaliteit een afspiegeling is van het kille Nederland? Elke welwillende gissing loopt stuk op de knulligheid van Hugo Maertens versie. En op de ranzigheid.

Knullig is zijn bewerking omdat je voor een straatbende niet zomaar de structuur van een mafiafamilie kunt overnemen. Een straatbende leeft op straat en niet in een huis met een heleboel kamers. Een straatbende heeft geen behoefte aan bejaarde leden zoals de patriarch Don Augusto. Een straatbende is geen Verenigde Naties in het klein en bestaat niet uit een evenredige vertegenwoordiging van Surinamers en Turken, van Haïtianen, Liberianen en Irakezen. Zou zo'n straatbende net zo veelkleurig zijn als Hugo Maertens cast, dan zou ze ook geen moeite hebben met de witte Angelo. Het door Hugo Maerten nagestreefde realisme is je reinste kitsch, is een parade van geile kerels en halfnaakte dames waaraan de burgerman zich in het donker mag verlekkeren. En daarmee raken we aan het probleem van de ranzigheid.

Rosanna (Nazmiye Oral) slaat heel begripvol haar benen om Angelo (Olaf Malmberg) heen, maar onbegrijpelijk voor ons blijft wat zij in die vage kerel ziet. De bendeleden vermoorden elkaar heel vakkundig, maar onvakkundig is de rest van de acteursprestaties. In de eerste opvoering van het stuk sprak de acteur die Angelo speelde gebrekkig Nederlands terwijl de acteur die Vito vertolkte virtuoos met de taal jongleerde. Die rolverdeling had zin. Ze gaf aan dat Angelo de spelregels nog niet zo goed kende, in tegenstelling tot zijn gewiekste antagonist. In Maertens enscenering echter spreekt Vito (Patrick Mathurin) juist slechter Nederlands dan de ander, wat niet klopt met de beoogde machtsverhoudingen. Vreemd is ook dat het door Vito vertegenwoordigde systeem geen machtsfactor in de samenleving is. De ondergang van een verliezer in een nest van verliezers heeft minder zeggingskracht dan de ondergang van een verliezer in een bolwerk van met Kerk en Staat coöpererende winnaars.

De verliezers van Hugo Maerten acteren in een kooi: hoog gaaswerk omheint een deel van de speelvloer. Maar als symbool van opgesloten zijn werkt Leonard Franks toneelbeeld niet: daarvoor verlaten de spelers die kooi net iets te vaak. Er moeten namelijk ook à la West Side Story brandtrappen aan de buitenkant van het Arnhemse theater worden beklommen.

Dat negen beginnende acteurs (werkervaringsproject? subsidie voor allochtonen?) in handen zijn gevallen van zo'n gevoel- en smaakloze regisseur: dat en niet de love story zelf is de tragedie van deze Angelo & Rosanna.

Voorstelling: Angelo & Rosanna, van Lodewijk de Boer, door Theater van het Oosten. Regie: Hugo Maerten. Decor: Leonard Frank. Muziek: Jaap van Keulen. Spel: Olaf Malmberg, Patrick Mathurin, Nazmiye Oral e.a. Gezien: 13/3 Theater a/de Rijn, Arnhem. Aldaar t/m 3/4; inl. (026) 443 76 55.