Complicaties in crisis in Servische Republiek

De crisis in de Servische Republiek in Bosnië, die uitbrak toen de internationale gemeenschap op 5 maart de strategisch belangrijke stad Brcko een neutrale status verleende en de ultra-nationalist Nikola Poplašen ontsloeg als president van de Servische Republiek, is gisteren aanzienlijk gecompliceerd.

De uit woede over de beslissing over Brcko afgetreden demissionaire premier Milorad Dodik liet gisteren weten zijn ontslag in te trekken. Nog geen uur later zei vice-president, Mirko Šarovic, dat president Poplašen (op 5 maart door Bosnië-gezant Carlos Westendorp ontslagen wegens zijn weigering Dodik te herbenoemen) hem de presidentiële bevoegdheid had overgedragen om een nieuwe premier voor te dragen. Van dat recht had Šarovic gebruik gemaakt: hij had de onafhankelijke econoom Mladen Ivanic aangewezen als kandidaat-premier.

Die ontwikkeling was een streep door de rekening van de internationale gemeenschap, die eist dat de gematigde Dodik premier wordt. De tegenvaller werd nog groter toen Šarovic meldde dat Ivanic kan rekenen op een meerderheid in het parlement van de Servische Republiek: hij heeft de steun van de ultra-nationalisten, maar ook die van de Socialistische Partij. De socialisten maakten tot nu toe deel uit van de gematigde coalitie Sloga, die Dodik steunde en die, anders dan de hardliners, vóór uitvoering van het vredesakkoord is.

Met de steun van de socialisten hebben de ultra-nationalisten een mini-meerderheid in het parlement (42 van de 83 zetels) en is Sloga uiteengevallen. Westendorp liet weten de nominatie van Ivanic niet te accepteren, omdat die het werk is van een ontslagen president. Poplašen heeft zijn ontslag nooit erkend en weigert zijn functie op te geven. Voor Westendorp is Dodik nog altijd in functie. (Reuters)