Brand CMI leidt tot eis van boetes en celstraf

De grote brand drie jaar geleden bij het Rotterdamse overslagbedrijf CMI die bijna tot een giframp leidde, kreeg gisteren een vervolg voor de Rotterdamse rechtbank. De officier van justitie eiste een kwart miljoen gulden boete en achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, tegen CMI-directeur R.B. wegens ernstige overtreding van de Wet milieubeheer. Tegen het bedrijf CMI eiste hij een boete van 350.000 gulden.

In loodsen aan de Keilestraat, op de grens van Rotterdam en Schiedam, sloeg CMI volgens het OM jarenlang chemische stoffen op zonder de vereiste vergunningen. Ook zou het bedrijf de hand hebben gelicht met de toegestane hoeveelheden. Op 28 februari 1996 ontstond een brand die urenlang duurde en gepaard ging met grote rookwolken. In een gebied met ruim 100.000 inwoners loeiden de alarmsirenes, mensen moesten binnen blijven en de ramen sluiten. De scheepvaart op de Nieuwe Waterweg werd stilgelegd. Zeventien mensen werden ter observatie in ziekenhuizen opgenomen.

De officier van justitie verweet directeur R.B. van CMI dat hij ,,bewust stelselmatig nalatig'' was geweest. De verdachte zei dat de de Rotterdamse milieudienst DCMR onredelijke eisen stelde en de gang van zaken had gedoogd omdat het bedrijf wilde verhuizen locatie. De CMI-directeur zei dat opdrachtgevers hem geen keuze lieten bij de opslag en soms verkeerde stoffen aanleverden. Volgens hem was sprake van een calamiteit waarop men zich niet kan voorbereiden.