Wereldburgers

Burgemeesters die voetbalwedstrijden verbieden omdat de openbare orde niet te garanderen valt zijn zo populair als de belasting. Daarom deinzen velen van hen er voor terug. Zij schijnen zich ook een beetje moreel verplicht te voelen hun politiekorpsen te blijven mobiliseren om Koning Voetbal zoveel mogelijk ruim baan te geven. Dat daardoor andere essentiële werkzaamheden in het gedrang kunnen komen, nemen zij kennelijk op de koop toe.

Een burgemeester die van verbieden niets wil weten is die van Tilburg. Johan Stekelenburg deed zelfs een beroep op zijn collega's er alles aan te doen om de sport terug bij het volk te brengen. Bij risicowedstrijden zouden volgens hem de krachten gebundeld moeten worden om hele families weer veilig en gelukzalig op de tribunes te krijgen. Als bewijs van zijn betrokkenheid hulde Stekelenburg zich onlangs op verkiezingstoernee in een shirtje van Willem II. Hetgeen hem in deze provinciestad waarschijnlijk wel een paar stemmen zal hebben opgeleverd.

Een burgemeester die verder kijkt dan het voetbalveld lang is loopt het risico bespot en beschimpt te worden. Zoals die van het Betuwse plaatsje Gendt. Van Kasteren is zijn naam. Uit angst voor rellen verbood hij kort nadat Feyenoord-supporters in Leverkusen de beest hadden uitgehangen, de vriendschappelijke wedstrijd tussen Vitesse en Borussia Dortmund. Er waren in Gendt slechts vier veldwachters beschikbaar, zodoende.

Maar wat riep Karel Aalbers, de voorzitter van de Arnhemse club Vitesse, zeg maar het Manchester United van de toekomst, over deze ingreep? ,,We wijken voor de mogelijke dreiging van een stel idioten die willens en wetens rellen trappen.'' En: ,,De burgemeester van Gendt voelt zich blijkbaar nu ook wereldburger.''

Het viel dan ook te verwachten dat de Zwolse burgemeester Jan Franssen soortgelijke schimpscheuten naar z'n hoofd geslingerd zou krijgen, toen hij afgelopen week z'n veto uitsprak over de bekerwedstrijd FC Zwolle-Ajax. De openbare orde was, zei hij, niet te garanderen omdat een paar duizend ontevreden Ajax-supporters die geen kaartje voor deze `kraker' hadden kunnen krijgen, in het centrum van Zwolle zouden komen demonstreren.

Het stadion van de eerstedivisieclub heeft een vak voor de tegenpartij dat exact 421 zitplaatsen telt. Dat is gewoonlijk meer dan voldoende. Maar nu Ajax zichzelf heeft overtroffen door de kwartfinales van het nationale bekertoernooi te bereiken, onder meer door de gevreesde amateurs van UDI'19 uit te schakelen, wil menige Amsterdamse fan met eigen ogen het cupgevecht in Zwolle bijwonen. Om later aan de kleinkinderen te kunnen vertellen: `Ik was erbij.'

Vandaar dat de supportersvereniging van Ajax tijdens de laatste competitiewedstrijd tegen FC Utrecht pamfletten uitdeelde met de oproep op donderdag 11 maart massaal naar de hoofdstad van Overijssel te reizen om zo vreedzaam mogelijk tegen het schrikbarende tekort aan toegangskaarten te demonstreren. Franssen kon op z'n klompen aanvoelen dat er behoorlijke rellen van zouden komen. Hem viel moeilijk een gebrek aan inschattingsvermogen te verwijten, want behalve burgemeester is hij ook voorzitter wedstrijdzaken van de KNVB. Zelfs het orakel van Vitesse nam daarom het uitstel van de wedstrijd naar een andere doordeweekse avond voor kennisgeving aan. Al hoorde God hem brommen.

Wat het bekertoernooi overigens nog voor betekenis heeft, is niemand uit te leggen. Van de halvefinalisten – Feyenoord, PSV, Fortuna Sittard en naar verwacht Ajax – zijn er al drie zo goed als zeker voor Europees voetbal, in de Champions League of het UEFA-Cuptoernooi. Het buitenbeetje Fortuna valt daardoor zomaar in de prijzen, net als Heerenveen vorig seizoen nadat het de kleine finale (Ajax en PSV speelden de grote) van FC Twente had gewonnen.