Vliegveldmuziek

Engels of alles, is het recept van de Amsterdamse socioloog Abram de Swaan voor het taalregime van de EU. Als de voertaal van de EU geen Engels wordt, moet iedereen zijn eigen taal blijven spreken. Daar ben ik het hartsgrondig mee eens.

Niettemin springt Nederland al snel in de Engelstalige houding, zo bleek gisteren tijdens de voorselectie voor het eurosongfesival. Alle tien deelnemers zongen dunne Engelse tekstjes. De liedjes doen me denken aan de regels van Annie Schmidt: Ze zingen haha, ze zingen hoho boe ba baby ahai love you soo.

Ik heb het woord love wel meer dan honderd keer geteld. Wie verzint nu zo'n lelijke titel als Positivity?

Veel Engelse namen hadden bijgedragen aan de teksten, van derderangs allooi, want de besten onder hen schrijven natuurlijk in Engeland en Amerika. Wat is het poëtische gehalte van het winnende Give me one good reason, I will love you too?

Het origineelste liedje was van Jan Rot, Email to Berlin, goed wijsje en het was ook nog aardig aangekleed met twee ballettende mannen in zwarte pakken. Jammergenoeg deden de valse klanken van de zingende tweelingzusters bijna het glas van mijn beeldbuis springen, zodat ze terecht als laatsten eindigden. Hoe raakten die op zo'n nationaal evenement verzeild?

Het leukste was de presentatie van Paul de Leeuw en Linda de Mol. De aanwezige notaris van de jury, mevrouw van Bergen, zei nog diplomatiek dat ze liefhebber van het songfestival was geworden. ,,Dan moet u het nog maar een keer naluisteren allemaal'', zei De Leeuw die op zijn gevatte best was. Nee, winnares Marlayne is geen goed opvolgster van Edsilia Rombley.

Ik vind het jammer dat het Eurosongfestival zo is afgezakt. Bij gebrek aan gemeenschappelijke cultuur zou elk Europees podium moeten worden aangegrepen om het beste uit elk taal – of cultuurgebied te presenteren. Nederland brengt nu alleen namaak. De krampachtige pogingen om Engelse of Amerikaanse pop te imiteren maken het niveau zo erbarmelijk. Internationale cultuur bestaat alleen uit vliegveldmuziek.

Amerikanen en Engelsen doen terecht continentale naäapmuziek af als eurotrash. De Franse radiostations zijn niet om aan te horen. Zelfs de groepen die verplicht in het Frans zingen, volgen de sissende discoslag, maar dan slechter. En het chanson sterft uit.

In Amerika ontdekte ik dat popzenders ook goed kunnen zijn. Ze zingen over hun eigen land. De liedjes zijn geworteld in de omgeving. Bij Bruce Springsteen zie ik Secaucus, New Jersey, voor me. Liedjes die van een lokale cultuur opstijgen en daarom herkenbaar zijn. De tv-kijker weet veel van Amerika. Maar met de Nederlandse Marlayne beland ik in een snelwegrestaurant met kartonnen frites, somewhere in Europe. Die saaiheid verklaart de populariteit van Nederlandstalige groepen als Normaal. In een originele documentaire volgde de VPRO de populaire Noordlimburgse gitaargroep Rowwen Héze eens tijdens een toernee door Texas. Veel Texanen hebben een Duitse afstamming. Er bleken overeenkomsten tussen hun liedjes en die van een lokale groep die de Duitse schlager-marsmuziek met Latino-elementen had vermengd. Lokale muziek die over de grenzen gaat.

Ik ben er niet trots op dat ik geen groot popkenner ben. Het is in Nederland met wereldberoemde spelers en orkesten gemakkelijk om te vluchten in de klassieken. In Close Up werd dirigent Bernard Haitink in een tv-portret geïnterviewd. Op zijn 70e verjaardag is hij eredirigent geworden. Een harde werker. Hij vond zijn eigen begaafdheid ,,heel middelmatig''. Als violist presteerde hij weinig en tot zijn verdriet speelde hij geen piano, zodat het doorwerken van een nieuwe partituur een ware ,,worsteling'' is. En wat vond hij van het Concertgebouworkest vroeg Pieter Varekamp vlak na een uitvoering vorige week. ,,Daar kan ik lang of kort over praten'', antwoordde hij. ,,Liever kort na een reis door het gehavende Rusland van Shostakovitch. Uiteindelijk is er maar één Concertgebouworkest.'' Gelukkig spreken instrumenten geen Engels.