Tientallen banken dicht in Indonesië

De Indonesische regering heeft afgelopen zaterdag 38 banken geliquideerd en zeven andere overgenomen in een poging de zwaar met schulden belaste bankindustrie te saneren.

Een groep van nog eens negen banken zou worden voorzien van vers geld. De ingrepen waarmee een bedrag van 60 miljard gulden is gemoeid, vloeien voort uit afspraken die de regering Soeharto eind 1997 en begin 1998 maakte met het Internationaal Monetair Fonds, dat een hulppakket samenstelde van 80 miljard gulden. Het bankwezen is zwaar getroffen door torenhoge rentestanden en de val van de roepia. Door de banksluitingen komen naar schatting 17.000 bank-employés op straat te staan. Bij drie van de getroffen banken zijn kinderen van oud-president Soeharto betrokken.

Voor de Aziatische crisis in juli 1997 uitbrak stond de roepia op 2.400 tegen de dollar, de laatste maanden zweeft de koers rond 9.000 roepia. Voorafgaand aan de bankingreep daalde de munt vorige week dramatisch tot voorbij 9.500. De koersval werd, behalve door het geweld op de Molukken, in verband gebracht met vrees in de markt voor een bankrush zoals gebeurde in november 1997 toen de toenmalige minister van Financiën zestien banken sloot. De massale run zorgde er toen voor dat ook gezond geachte banken in grote problemen kwamen. De roepia zakte destijds weg naar 17.000 voor de dollar.

Vandaag echter is een run uitgebleven. De afgelopen twee weken kwamen er wel berichten binnen over dergelijke crisisverschijnselen buiten Jakarta. Dat was het gevolg van het verschijnen van allerlei lijsten met banken die op de nominatie zouden staan om gesloten te worden. Eerder had de regering al aangekondigd op 27 februari te zullen overgaan tot ingrepen in de banksector, maar dat werd vervolgens twee weken uitgesteld.

Veel analisten gaan ervan uit dat de voorgenomen banksluitingen werden verdaagd nadat leden van het kabinet onder druk waren gezet door bankdirecties. Coördinerend minister Ginandjar Kartasasmita van Economische Zaken heeft evenwel steeds volgehouden dat het uitstel om `technische redenen' plaatshad. Zo zou een aantal banken hun bussinessplan nog niet gereed hebben gehad.

Afgelopen week arriveerde IMF-directeur voor ZuidoostAzië, Hubert Neiss, om te voorkomen dat zich verdere vertragingen zouden voordoen. Behalve Neiss deden ook de vertegenwoordigers van de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank mee aan het overleg vorige week binnen de Indonesische regering.

De `ziekte' van de Indonesische banksector wordt behalve door de crisis veroorzaakt door ruim verbreid misbruik van het banksysteem. Veel banken zijn eigendom van grote conglomeraten, die de banken gebruiken om grote sommen geld te lenen aan eigen bedrijven waarbij de maximale leenlimieten ruimschoots werden overschreden.

De Indonesische overheid heeft een zogenoemde `zwarte lijst' opgesteld van malafide bankiers en zou deze ook publiceren om aan te tonen dat de maatregelen ,,objectief, openbaar en transparant'' zijn. Van dat voornemen lijkt de regering nu terug te komen.

De directeur van Bank Indonesia, Subarjo Joyosumarto, zei zaterdag wel dat de negen banken die in aanmerking komen voor een kapitaalsinjectie, nog zullen worden gescreend om te zien of er onder bankeigenaren of directies mensen zitten die op de zwarte lijst voorkomen. Het geld moet grotendeels komen van nieuwe staatsobligaties.