Stedelijk Museum lijkt niet over grens te kijken

Voor veel dertigers moet het onvoorstelbaar zijn, maar er groeien op dit moment mensen op die niet weten wie Lionel Ritchie is. En dat terwijl Ritchie ooit een ster was, een begrip, van wie iedereen `All night long' en `Hello' kende – en van dat laatste nummer vooral de videoclip. Daarin is Lionel docent op een school en wordt hij hevig bewonderd door een blind meisje, dat, als verrassing, druk doende is zijn hoofd in klei te modelleren.

Op de tentoonstelling Nieuwe Aanwinsten in het Amsterdamse Stedelijk Museum is nu, 15 jaar later, een video van Georgina Starr te zien waarin zij het verhaal van Ritchies clipje nog eens dunnetjes overdoet. Ze speelt zelf het meisje, getooid met een zonnebril, en in de plaats van Ritchie zien we vermoedelijk de Duitse kunstenaar Georg Herold door de stad flaneren. Het is een aardig filmpje, maar als je er een tijdje naar kijkt, dringt de vraag zich op hoe lang dit werk begrijpelijk zal blijven. Dat weinig mensen Georg Herold nu al herkennen is nog tot daar aan toe, maar hoe moet het nu al steeds minder mensen weten wie Lionel Ritchie was, laat staan hoe het clipje van `Hello' eruit zag?

De tijdgebondenheid van Starrs filmpje valt omdat op Nieuwe Aanwinsten een overzicht wordt getoond van de aankopen van het Stedelijk van de laatste jaren. Daarmee geeft de tentoonstelling ook een beeld van het beleid dat het museum met het grootste aankoopbudget voor moderne kunst in Nederland in de toekomst wil gaan voeren. En dat roept verwachtingen op, al is het maar omdat het museum zo'n tentoonstelling al jaren niet meer heeft gemaakt en er ook al jaren kritiek is op het aankoopbeleid – dat zou te eenzijdig zijn, te oubollig en te veel gericht op schilderkunst.

Het doel van Nieuwe Aanwinsten lijkt vooral om te laten zien dat het Stedelijk de vingers toch echt aan de pols van de tijd heeft. De tentoonstelling wordt gedomineerd door twintigers en dertigers; `ouderen' als Royden Rabinowitz, Joan Jonas en Gerard Fieret lijken knoestige eiken, verdwaald in een bos van jonge aanplant. Die jongeren, ondertussen, zijn weer in twee `hoofdgroepen' te verdelen. De ene – elf van de 23 exposanten – wordt gevormd door kunstenaars die hun opleiding aan de Amsterdamse Ateliers hebben genoten. Daar is op zich niks opmerkelijks aan, de Ateliers zijn al jaren `hofleverancier' van het Stedelijk, maar dat was vooral in de tijd dat de Ateliers nog voor een stijl of `stroming' stonden (abstracte schilderkunst in de traditie van de late Fernhout, Dibbets en Verhoef). Nu is er binnen het Ateliers-elftal nauwelijks nog een stilistische overeenkomst te bespeuren. Van Antonietta Peeters bijvoorbeeld is de motor aangekocht die is opgetrokken uit vrolijk gekleurde draden, Arkadiusz Tomalka en David Powell tonen tekstschilderijen, Thomas Houseago een levensgrote gipsen man die hurkt als een primitieve wilde en Sands Murray een tafeltje waarop de kunstenaar, als een acteur uit Beverly Hills 90210, tientallen fotolijstjes met zijn eigen, lonkende portet heeft neergezet.

Het andere, kleinere, aandachtspunt wordt gevormd door de zogenaamde Young British Artists, waarvan er drie zijn aangekocht: Douglas Gordon, Marc Quinn en Georgina Starr. Die keuze is opvallend omdat daarmee de traditionele sterren van deze generatie, Damien Hirst, Sarah Lucas en Jake & Dinos Chapman worden genegeerd. Erg gelukkig is die keuze niet – Starr is te verdedigen, Gordon is interessant maar al verreweg de meest aangekocht YBA'er in Nederland en Quinn, van wie het Stedelijk een in latex uitgevoerde, afgestroopte mensenhuid heeft verworven, bewijst vooral niet veel meer dan een derderangs Damien Hirst te zijn.

Als er uit Nieuwe Aanwinsten dan ook iets blijkt dan is het dat het Stedelijk geen serieuze pogingen meer doet om te concurreren doen met internationale topmusea als het Centre Pompidou of de Tate Gallery. Het stelt zich tevreden met de status van nationaal museum waar de internationale ontwikkelingen slechts zijdeling worden gevolgd. Van die kunstenaars zijn dat meestal wel de beste werken: zowel het gipsen beeld van Houseago als het tafeltje van Murray en het enorme filmdoek van schilder Robert Zandvliet horen tot het beste uit hun oeuvre. Daarmee heeft het Stedelijk dus goed ingekocht – maar het is ook pijnlijk dat de blik op de wereld van het museum ophoudt bij de grens.

Tentoonstelling: Nieuwe aanwinsten. Stedelijk Museum, Amsterdam. Dag. 10-17u.T/m 28 maart.