Schröder zal moeten laveren

Kanselier Gerhard Schröder kan na het vertrek van minister Lafontaine zijn eigen koers varen. Maar daarvoor is wel de nodige acrobatiek nodig.

Gerhard Schröder, de Duitse bondskanselier, staat er nu alleen voor. Met het vertrek van zijn grote rivaal Oskar Lafontaine verdwijnt weliswaar een belangrijk obstakel voor Schröders gewenste economische vernieuwing. Maar de weg naar modernisering ligt bezaaid met distels en obstakels, vooral in zijn eigen partij.

Schröder zal kunstig moeten laveren tussen de verlanglijst van zijn eigen sociaal-democratische SPD en die van het bedrijfsleven. Beide groeperingen sloegen afgelopen weekeinde flink op de trom om hun eisen bij de kanselier kracht bij te zetten.

Schröder en zijn rood-groene regering, die hij voort wil zetten, kregen uit beide kampen waarschuwingen en dreigementen naar het hoofd geslingerd. Tegelijkertijd grepen tal van kopstukken uit de SPD de microfoon om hun steun te betuigen aan Schröders regeringskoers.

De Duitse ondernemers staken hun opluchting over Lafontaines vertrek als SPD-leider en minister van Financiën niet onder stoelen of banken. Het afgelopen weekeinde riep de ene na de andere ondernemer de kanselier op tot een ,,nieuw begin'' van de economische politiek. Dieter Hundt, de belangrijkste vertegenwoordiger van de werkgevers, drong aan op een volledige herziening van de belastingplannen.

Tegelijkertijd begon in de eigen SPD het grote touwtrekken over hoever de economische modernisering dan wel moet gaan. Koste wat kost moet de indruk worden voorkomen, dat ondernemers het nu voor het zeggen krijgen in Duitsland, luidde de boodschap van de Frankfurter Kreis, de linkervleugel van de SPD, die zich zaterdag in Berlijn op de situatie beraadde.

Want links in de SPD ziet het vertrek als een `coup' van het kapitaal. De verbittering over het vertrek van hun grote steun en toeverlaat Oskar Lafontaine is groot. Lafontaine was met zijn klassiek linkse politiek van staatsinmenging en economisch dirigisme als voorzitter zeer geliefd.

De meeste deelnemers aan de bijeenkomst van de Frankfurter Kreis zien zijn afscheid van de politiek als een doelgerichte campagne van het Schröder-kamp tegen de sociale en financiële politiek van Lafontaine.

De oud-minister moest het opnemen tegen de ,,ondernemersgetrouwe'' trojka Schröder, diens belangrijkste persoonlijke adviseur en chef van de bondskanselarij Bodo Hombach en minister-president in Noordrijn-Westfalen Wolfgang Clement. De diep teleurgestelde linkervleugel waarschuwde Schröder krachtig voor een radicale politieke koerswijziging. Een verandering van politieke richting zal aanzienlijke conflicten binnen de partij tot gevolg hebben, dreigde Detlev von Larcher, spreekbuis van de Frankfurter Kreis.

Links ziet niets in een ondernemersvriendelijke koersverandering. ,,Wie nu verdere belastingverlagingen aankondigt, handelt meer dan onverantwoord'', zei Von Larcher. Hij zag zich hierin gesteund door de leider van de Duitse vakbeweging Dieter Schulte. Samen met voorzitter Andrea Nahles van de socialistische jongerenorganisatie, eiste Von Larcher zelfs het onmiddellijke terugtreden van Bodo Hombach, die zij als de kwade genius achter Schröder beschouwen.

Hombach, die vindt dat de SPD moet moderniseren en werft voor een `derde weg' tussen marktliberalisme en corporatisme, is de linkervleugel een doorn in het oog. De eis dat Hombach moet vertrekken omdat hij voor het `gebrek aan coördinatie' in het kabinet verantwoordelijk zou zijn, is een openlijke oorlogsverklaring aan de kanselier. Ook al wil de Frankfurter Kreis op het partijcongres van 12 april geen eigen kandidaat naar voren schuiven tegen Schröder als nieuwe partijvoorzitter, ze zal het nodige doen de kanselier het leven zuur te maken.

Lafontaine gaf Schröder met zijn verklaring voor z'n huis in Saarbrücken een fijnzinnige trap na. ,,Het hart van de partij wordt nog niet aan de beurs gehandeld'', liet hij weten. Maar het hart heeft wel een standplaats. ,,Het tikt links'', zei Lafontaine ten afscheid. De machtspoliticus deed daarmee een wanhopige vooralsnog laatste poging om zijn richtingzoekende SPD-ers voor `modern onheil' te behoeden.

Van Schröder zal politieke akrobatie worden verwacht om de wensen van zijn linkse partij- en vakbondsvleugel en die van het bedrijfsleven met elkaar te verzoenen. Een radicale koerswijziging is de kanselier niet van plan, heeft hij laten weten. En vooralsnog wil hij de coalitie met de Groenen tot het eind van de regeerperiode voortzetten.

Maar dat Schröder zijn kans schoon ziet politieke en economische correcties aan te brengen is zo goed als zeker. De eerste fase van de belastinghervorming, die volgende week in de Bondsraad (Eerste Kamer) moet worden goedgekeurd, kan niet meer worden teruggedraaid. Deze wet is tenslotte al door de Bondsdag goedgekeurd. Maar de tweede fase, de hervorming van de ondernemersbelastingen, is voor binnen- en buitenlandse ondernemers veel belangrijker. Niet toevallig lieten diverse SPD-kopstukken en ministers het weekeinde doorschemeren, dat de hoge tarieven snel drastisch omlaag moeten.

De partijloze minister Werner Müller en premier Clement uit Noordrijn-Westfalen pleiten ervoor het belastingtarief voor bedrijven al per 1 januari 2000 van 45 procent naar 35 procent omlaag te brengen.

De liberale financiële experts van de Groenen, die op belastinggebied aanzienlijk verder willen gaan dan de SPD, zien na het vertrek van Lafontaine hun kans schoon om een drastischer daling van de ondernemersbelasting door te drukken. Christine Scheel, de groene voorzitster van de parlementaire belastingcommissie, wil de vennootschapsbelasting zelfs tot 23 procent laten dalen.

Schröder zelf liet vandaag in Denemarken weten tijdens zijn rondreis door de landen van de Europese Unie, dat hij een politiek wil bedrijven, die ,,economische en sociale belangen'' met elkaar verenigt. In een artikel van zijn hand over de `Derde Weg' ging Schröder hier nader op in.

,,Een moderne sociaal-democratie heeft het volgende probleem: zonder hervorming van de welvaartsstaat kunnen de hoge loonkosten in Duitsland niet omlaag, en zonder meer banen is de welvaartsstaat niet financierbaar'', schreef hij zaterdag in de Süddeutsche Zeitung. De Duitse kanselier heeft de kans hiermee een begin te maken. Hij moet nu bewijzen dat hij dit dilemma kan oplossen.