Rugbyers verzoenen zich met hun nederige status

Met een overwinning op Zuid-Korea spoelden de Nederlandse rugbyers gisteren de bittere nasmaak weg van de dreun tegen Engeland (110-0). Toch overheerste na afloop het besef dat het WK te hoog gegrepen is.

Aan symboliek geen gebrek in het Nationaal Rugby Centrum. Een trappende beweging van een Zuid-Koreaan beantwoordt Cain The Monkey Elisara met een welgemikte vuistslag op het hoofd van de dader. Kermend stort deze ter aarde, waarna beiden met een rode kaart van het veld moeten. Gelaten ondergaat Elisara zijn uitsluiting. Het applaus dat van de tribunes opstijgt incasseert de Nieuw-Zeelander met een flauwe glimlach.

Voorbij zijn de dagen dat de Nederlandse rugbyploeg met zich liet sollen. Aan de hand van een gedreven oud-international uit Nieuw Zeeland, bondscoach Geoff Old, en een handvol buitenlandse profs met een Nederlands paspoort, onder wie Elisara, werd twee jaar geleden de aanval op de mondiale top ingezet. Deelname aan het wereldkampioenschap, komend najaar in Wales, heette het ultieme doel te zijn van het nationale vijftiental.

Aan die droom komt over drie weken vermoedelijk een einde, want de overwinning die de ploeg gisteren behaalde op Zuid-Korea (31-30) was te mager om de return met vertrouwen tegemoet te zien. Zelfs een klein wonder in Seoul biedt geen soelaas. In de volgende (en laatste) kwalificatieronde wacht een nog lastiger obstakel: Tonga, het eilandenrijk in de Stille Oceaan waar rugby deel uitmaakt van de nationale sportcultuur.

Daar is in Nederland geen sprake van, alle goede bedoelingen van Old en zijn manschappen ten spijt. Ten overvloede onderstreepte grootmacht Engeland vier maanden geleden de nederige status van de huidige nummer 23 van de wereld. In Huddersfield liepen de duurbetaalde Engelse profs de Nederlandse amateurs met liefst 110-0 onder de voet. Vier dagen later gevolgd door een tweede oorvijg toen Italië met 67-7 zegevierde.

Bezinning heeft zich inmiddels meester gemaakt van de Nederlandse rugbybond (NRB), wetende dat de A-ploeg niets te zoeken heeft temidden van de twintig sterkste rugbynaties ter wereld. Bij winst op Korea en Tonga belandt dreumes Nederland tijdens de eindronde in een poule met grootmachten Engeland, Italië en Nieuw Zeeland. ,,Alleen vanuit promotioneel oogpunt is deelname de moeite waard'', beseft NRB-voorzitter Eddy Bicker.

Niet voor niets blikte bondscoach Old gisteren alvast vooruit naar de volgende mondiale titelstrijd, over vier jaar in Australië. ,,Pas dan wordt het echt interessant'', voorspelde de voormalige All Black. ,,Tot die tijd moeten we ervaring opdoen, jonge jongens inpassen en ons gedragen als professionele amateurs.''

Ervaring kan Nederland opdoen in het jaarlijkse `tweede Vijflandentoernooi', de B-divisie van het Europese rugby. Daarin speelt de ploeg met ingang van volgend jaar een halve competitie tegen Roemenië, Spanje, Portugal en Georgië – tegenstanders van vergelijkbaar niveau. Volgens Old de ideale manier om ,,te groeien naar het gewenste niveau''.

Hoop put de bondscoach uit de mentale veerkracht die zijn spelers gisteren aan de dag legden in het veredelde trainingspotje tegen de Koreanen. Twee keer kwam Nederland op ruime achterstand, even zo vaak kwam de ploeg terug. ,,The boys kept on going'', stelde Old verheugd vast. ,,Ze blijven knokken, al staan ze met 100-0 achter.'' Minstens zo tevreden was de voormalige politie-agent over het verrassend sterke optreden van een aantal debutanten, onder wie de pas 19-jarige scrumhalf Bram van Dalen. ,,A perfect youngster.''

Het optimisme van Old is verder gestoeld op de verwachting dat het WK in de huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. Op het eerstvolgende congres, over twee maanden in Buenos Aires, besluit de internationale rugbyfederatie (IRB) vermoedelijk tot een splitsing, waarbij profs en amateurs voortaan een eigen kampioenschap spelen. Met die wijziging wil de IRB een einde maken aan wedstrijden waarvan de winnaar op voorhand bekend is en die, als gevolg van de enorme krachtsverschillen, de gezondheid van de spelers in gevaar brengen. Nog altijd staat de bestuurders het afschrikwekkende voorval voor ogen van de speler van Ivoorkust die vier jaar geleden bij het WK in Zuid-Afrika zijn rug brak.

Bondsvoorzitter Bicker juicht een scheiding der geesten toe. ,,Want de huidige topzestien is domweg een maatje te groot.'' De huisarts uit Oisterwijk kijkt ,,graag verder dan de scores in Huddersfield'', zo liet hij onlangs weten in het bondsblad. ,,We zijn een bepaalde weg ingeslagen en op die weg kruisten Engeland en Italië ons te snel.''

Maar wat is snel? In de maanden volgend op de dubbele afstraffing in Engeland kwam de nationale selectie slechts één keer bijeen voor een centrale training. Pas in de aanloop naar het duel tegen Korea troffen de internationals elkaar opnieuw. ,,Sinds Huddersfield hebben we te weinig gedaan'', erkent Bicker na enig aandringen.

Dat is ook de mening van routinier Yves Kummer. Na een afwezigheid van negen maanden maakte de 33-jarige hooker gisteren zijn rentree. Tot zijn eigen verbazing was hij een van de uitblinkers. ,,Terwijl ik toch echt op mijn laatste benen loop.'' Zijn indrukken na het weerzien met de selectie? ,,Er wordt niet of nauwelijks getraind. Ik hoor iedereen maar zeuren over geld. Alsof dat het redmiddel is. Dat is zo'n gelul. Ga eerst maar eens vijf keer per week trainen en kom dan nog maar eens terug.''